<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:3567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-09T14:45:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/1262</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3567">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-09T14:44:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:3567 Rechtbank Midden-Nederland , 22-07-2021 / 21/1262</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3567:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek pkv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3567:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/1261</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis> te [woonplaats] , eiser, mede namens zijn minderjarige zoon [A] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Ang), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum,</emphasis> verweerder,</para>
      <para>E. Diepenbroek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 22 maart 2021 een aanvraag bij verweerder gedaan voor passende opvang voor hem en zijn zoon, nu zij per 7 april dakloos zouden worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het niet tijdig beslissen beroep ingesteld. Ook heeft hij een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek om een voorlopige voorziening is behandeld op de zitting van 6 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft ter zitting het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken. Het beroep heeft eiser ingetrokken op 15 april 2021. Tegelijk met de intrekking van het beroep heeft eiser verzocht om verweerder op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure van het beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verweerder bij brief van 16 april 2021 in de gelegenheid gesteld om hier binnen 2 weken op te reageren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek om vergoeding van de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank overweegt als volgt. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan het bestuursorgaan ingevolge het bepaalde in artikel 8:75a, van de Awb op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt vast dat het verzoek is ingetrokken, omdat verweerder ter zitting bij de voorzieningenrechter een tijdelijke maatwerkvoorziening heeft getroffen in de vorm van opvang en volpension in het [hotel] in [vestigingsplaats] voor verzoeker en zijn zoon vanaf 7 april 2021 tot en met uiterlijk 17 mei 2021.Gelet hierop heeft eiser het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken. </para>
    <para />
    <para>3. Deze afspraken tussen partijen ter zitting bij de voorzieningenrechter houden een (gedeeltelijke) tegemoetkoming aan eiser in en die heeft uiteindelijk ook tot intrekking van het beroep geleid.</para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om de proceskosten in beroep te vergoeden.</para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van het bepaalde in artikel 8:75a van de Awb verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. </para>
    <para>Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 748,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1). </para>
    <para />
    <para>6. Verweerder moet ook het griffierecht dat eiser heeft betaald, vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank/voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verweerder tot betaling van € 748,- aan proceskosten. </para>
    <para>- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Beijl, griffier<emphasis role="bold italic">. </emphasis>De beslissing is uitgesproken op 22 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier									rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>