<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:3562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-12T13:48:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21_789</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3562">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-10T14:27:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:3562 Rechtbank Midden-Nederland , 25-06-2021 / 21_789</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3562:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pv mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond. Afwijzing WIA. Geen schending hoorplicht. Geen toegenomen klachten door dezelfde ziekteoorzaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3562:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/789</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">25 juni 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.G.J. Ligtenberg),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: L. Reijnen en R. Boonstra).<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 17 juni 2020 (primair besluit) heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat eiser per 13 april 2019 geen uitkering op grond van Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) krijgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 13 januari 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2021 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorgeschiedenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiser heeft voor het laatst gewerkt als projectmanager bij [bedrijf] . Hij heeft zich op 18 mei 2008 ziek gemeld in verband met psychische klachten. Verweerder heeft hem per </para>
    <para>7 juli 2015 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA toegekend die per 7 mei 2016 is omgezet in een vervolguitkering. Het bezwaar dat eiser hiertegen heeft ingediend is ongegrond verklaard. Op 12 juli 2018 heeft op verzoek van eiser een verzekeringsgeneeskundig heronderzoek in het kader van de Wet WIA plaatsgevonden. Op grond hiervan heeft de arbeidsdeskundige eiser 32,93% arbeidsongeschikt geacht. Vervolgens heeft verweerder de WIA-uitkering per 14 oktober 2018 beëindigd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 april 2019 heeft eiser een toename van gezondheidsklachten bij verweerder gemeld. Op 16 juni 2020 heeft een sociaal-medische beoordeling plaatsgevonden, waarbij is geconcludeerd dat eiser per 13 april 2019 geen toegenomen beperkingen heeft door dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor hij eerder de WIA-uitkering heeft ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft verweerder het primaire en het bestreden besluit genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Grondslag van het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiser per </para>
    <parablock>
      <para>13 april 2019 geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid vanwege dezelfde ziekte als bij de eerdere </para>
      <para>WIA-beoordeling binnen vijf jaar. Daarbij heeft verweerder zich gebaseerd op medische en arbeidskundige rapportages.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoorplicht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser voert aan dat het onderzoek niet zorgvuldig is verricht, omdat eiser in bezwaar niet is gehoord.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. Vast staat dat eiser telefonisch aan verweerder heeft laten weten dat hij geen gebruik wenst te maken van een hoorzitting. Verweerder heeft in een brief aan eiser van 14 september 2020 bevestigd dat eiser geen hoorzitting wenste. Eiser heeft richting verweerder niet op deze brief gereageerd dat dit niet juist was en dat hij toch wel wilde worden gehoord. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 7:3, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om te worden gehoord. Niettemin heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep zichzelf nog de vraag gesteld of er een hoorzitting nodig was. Zijn conclusie was dat hij geen dringende redenen had om een persoonlijk contact met eiser te hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet verder ook geen aanleiding om te oordelen dat het onderzoek onzorgvuldig is verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toegenomen klachten door dezelfde ziekteoorzaak?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De gemachtigde van eiser voert in beroep voor het eerst op de zitting aan dat sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid vanwege dezelfde ziekteoorzaak die in het verleden heeft geleid tot toekenning van de WIA-uitkering. De verzekeringsartsen van verweerder hebben echter geconcludeerd dat sprake is van een ander ziekteoorzaak. Het ligt dan op de weg van eiser om zijn standpunt gemotiveerd te bestrijden met medische gegevens. Dat heeft eiser niet gedaan, terwijl hij daarvoor vanaf het indienen van het beroepschrift tot de zitting ruim voldoende gelegenheid heeft gehad.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2021 door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Bouwman, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
              <para />
              <para>
                <emphasis role="italic">de rechter is verhinderd om dit proces-verbaal mede te ondertekenen</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>