<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:3262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-16T13:08:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR - 21 _ 2851 en UTR - 21 _ 2914</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3262">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-16T13:07:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:3262 Rechtbank Midden-Nederland , 19-07-2021 / UTR - 21 _ 2851 en UTR - 21 _ 2914</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3262:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek om voorlopige voorzieningen, verbod lachgas te verkopen én last onder dwangsom, geen spoedeisend belang, geen onomkeerbare situatie, verzoeken afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3262:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: UTR 21/2851en UTR 21/2914</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juli 2021 in de zaken tussen</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>, te [vestigingsplaats] , verzoekster</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Kashyap),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Veenendaal, verweerder. </bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 21 januari 2020 (primaire besluit) heeft verweerder met ingang van 1 februari 2020 een voorschrift aan de huidige exploitatievergunning van verzoekster toegevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is afgewezen<footnote-ref linkend="_4fbb9eb2-747a-4708-a14d-b96ade4d8490" />. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 8 februari 2021 (bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit 1 beroep ingesteld<footnote-ref linkend="_0d4ff00e-397f-4cd3-a0d7-970e7fcc86a9" />. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen<footnote-ref linkend="_8b2c95df-b678-494d-96eb-77aca0102c71" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 6 juli 2020 (bestreden besluit 2) heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd van € 5.000,- per dag (met een maximum van € 30.000,-) voor elke dag dat zij het aan haar exploitatievergunning toegevoegde voorschrift overtreedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit 2 bezwaar gemaakt. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om hangende die bezwaarprocedure ook een voorlopige voorziening te treffen<footnote-ref linkend="_404624b2-d02e-4619-96f7-b5b60cf9286f" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat de verzoeken van verzoekster kennelijk ongegrond zijn. Verzoekster heeft geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorzieningen en niet is gebleken dat de bestreden besluiten evident onrechtmatig zijn. De verzoeken worden daarom afgewezen. Dit betekent dat het verbod om lachgas te verkopen en de opgelegde last onder dwangsom niet worden geschorst. Omdat de verzoeken worden afgewezen, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de aanleiding voor deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verzoekster exploiteert in [vestigingsplaats] het feestcafé ‘ [naam] ’. In 2017 is verzoekster begonnen met de verkoop van lachgas in [naam] . Verweerder wil dit niet (langer) hebben en neemt besluiten om dit tegen te gaan.  </para>
    <para />
    <para>3. Deze uitspraak gaat over twee van die besluiten. Het gaat over het besluit waarin het vergunningsvoorschrift aan verzoeksters exploitatievergunning is toegevoegd dat zij geen lachgas (meer) mag verkopen in [naam] . Verder gaat het over het besluit waarin aan verzoekster een last onder dwangsom is opgelegd van € 5.000 voor iedere dag dat zij lachgas aanwezig heeft voor oneigenlijk gebruik, verstrekt of verkoopt.</para>
    <para />
    <para>4. Vanwege de samenhang van de besluiten en de verzoeken doet de voorzieningenrechter in beide zaken uitspraak.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarom is geen sprake van spoedeisend belang?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster onvoldoende heeft onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat zij door de bestreden besluiten – het niet meer mogen verkopen van lachgas én de last onder dwangsom – financieel zo geraakt wordt dat er een onomkeerbare situatie dreigt (bijvoorbeeld faillissement) of sprake is van acute financiële nood. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Over de opgelegde last onder dwangsom merkt de voorzieningenrechter op dat verzoekster zelf in de hand heeft of de dwangsom wordt verbeurd. Als zij geen lachgas verstrekt aan haar bezoekers, wordt er niets verbeurd. Mocht een eventuele dwangsom onverschuldigd blijken te zijn betaald, dan zal verweerder die met rente moeten terugbetalen. De voorzieningenrechter ziet in de last onder dwangsom op dit moment dan ook geen dreiging van een onomkeerbare situatie.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Over het verbod om lachgas te verkopen merkt de voorzieningenrechter op dat verzoekster duidelijk heeft gemaakt dat dit financiële consequenties voor haar heeft. Het is echter niet gebleken dat de continuïteit van [naam] hierdoor op korte termijn in gevaar komt. Verzoekster heeft een toelichting van ‘ [administratiekantoor] ’ ingediend waarin staat vermeld dat als verzoekster geen lachgas mag verkopen de continuïteit van het bedrijf op korte termijn in gevaar loopt. Het is echter niet onderbouwd dat de helft van de omzet wordt behaald met de verkoop van lachgas, zoals in de toelichting staat vermeld. Ook is niet onderbouwd of op een andere manier aannemelijk gemaakt dat verzoekster juist ten gevolge van het verbod om lachgas te verkopen op korte termijn niet meer aan haar financiële verplichtingen en betalingsregelingen kan voldoen, zoals ook in de toelichting staat vermeld. De toelichting van ‘ [administratiekantoor] ’ is daarom onvoldoende onderbouwing dat de continuïteit van [naam] daadwerkelijk in gevaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Daar komt nog bij dat [naam] op dit moment niet open is vanwege de aangescherpte COVID-19 maatregelen. Sinds 10 juli 2021 heeft een deel van de horeca haar deuren weer moeten sluiten, waaronder verzoekster. Dat deze maatregelen vooralsnog tot 13 augustus 2021 gelden, betekent dat verzoekster nu geen spoedeisend belang heeft bij deze spoedprocedure. Ook is op dit moment niet duidelijk of de aangescherpte maatregelen op 13 augustus 2021 worden opgeheven en of verzoekster haar deuren daadwerkelijk weer geheel of gedeeltelijk mag openen. De verwijzing van verzoekster naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State<footnote-ref linkend="_5994b522-1a8e-4396-9574-6950ac14d67f" /> doet hier niet aan af. Niet is gebleken dat verzoeksters situatie (een feestcafé in de late uurtjes) vergelijkbaar is met die van in die uitspraak (een wijnwinkel annex wijnbar). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Evident onrechtmatig?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een evident onrechtmatig besluit. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat, zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en het recht, zeer ernstig moet worden betwijfeld of de door verweerder ingenomen standpunten juist zijn en of de besluiten in een bodemprocedure in stand zal blijven. Daar merkt de voorzieningenrechter bij op dat de zitting over het verbod om lachgas te verkopen staat gepland op vrijdag 17 september 2021. De zaak staat vanwege zijn complexiteit op een zitting gepland van de meervoudige kamer. De voorlopige voorzieningenprocedure leent zich niet voor een integrale beoordeling van alle beroepsgronden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 19 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter is verhinderd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">						de uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
  <footnote id="_4fbb9eb2-747a-4708-a14d-b96ade4d8490" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van deze rechtbank van 29 mei 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:2089).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d4ff00e-397f-4cd3-a0d7-970e7fcc86a9" label="2">
    <para> Geregistreerd onder zaaknummer UTR 21/1207.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b2c95df-b678-494d-96eb-77aca0102c71" label="3">
    <para> Geregistreerd onder zaaknummer UTR 21/2851.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_404624b2-d02e-4619-96f7-b5b60cf9286f" label="4">
    <para> Geregistreerd onder zaaknummer UTR 21/2914.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5994b522-1a8e-4396-9574-6950ac14d67f" label="5">
    <para> Rechtsoverweging 6 van de uitspraak van 15 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2961).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>