<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:3130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-06T15:49:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/883</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3130">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-21T13:56:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:3130 Rechtbank Midden-Nederland , 12-07-2021 / 21/883</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3130:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Participatiewet. Eiseres heeft in 2020 langer dan de maximaal toegestane periode buiten Nederland verbleven. Zij was in Saudi-Arabië dat vanwege de coronapandemie de landsgrenzen had gesloten. Er is echter niet gebleken van een acute noodsituatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3130:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/883 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.F. Ronday),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: V.A. Staat).<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Inleiding en procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw). Op </para>
      <para>20 februari 2020 is zij voor vakantie naar het buitenland vertrokken. Op </para>
      <para>11 september 2020 is eiseres teruggekeerd in Nederland. Zodoende heeft eiseres in het kalenderjaar 2020 langer dan de maximaal toegestane periode van vier weken in het buitenland verbleven. Om die reden heeft verweerder haar bij besluit van 12 oktober 2020 </para>
      <para>-voor zover hier van belang- uitgesloten van het recht op bijstand<footnote-ref linkend="_dd4cec2f-7299-4795-ae20-ed33968d5d25" /> over de periode van </para>
      <para>20 maart 2020 tot en met 11 september 2020. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 28 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder -voor zover hier van belang- dit bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, door middel van een beeldverbinding, plaatsgevonden op 3 juni 2021. Eiseres en haar gemachtigde waren aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Uit het verhandelde ter zitting is naar voren gekomen dat het geschil zich nog beperkt tot de vraag of verweerder eiseres op goede gronden van het recht op bijstand heeft uitgesloten over de periode van 20 maart 2020 tot en met 11 september 2020. In dit verband spitst het geschil zich toe op de vraag of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat zich ten aanzien van eiseres geen zeer dringende redenen voordeden die verweerder ertoe noodzaakten om eiseres over de genoemde periode toch bijstand te verlenen.<footnote-ref linkend="_1bfe8aa7-ebf5-4420-a6bb-f26bac945988" /></para>
    <para />
    <para>2. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep<footnote-ref linkend="_8431310b-fcff-4243-b35b-408cbc7824b0" /> is van zeer dringende redenen sprake als vast staat dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin een betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Een acute noodzaak is aan de orde als de situatie levensbedreigend is of blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft aangevoerd dat zij door een overmachtssituatie niet tijdig heeft kunnen terugkeren naar Nederland. Zij is op 20 februari 2020 naar Saudi-Arabië vertrokken voor verblijf bij haar partner. Het was haar voornemen om op 20 maart 2020 terug te vliegen naar Nederland. Vóór 20 maart 2020 is de coronapandemie uitgebroken. Saudi-Arabië heeft toen zijn landsgrenzen gesloten. Hierdoor heeft eiseres niet vóór 20 maart 2020 kunnen terugkeren naar Nederland. Pas op 14 april 2020 is het voor haar mogelijk geweest om gerepatrieerd te worden vanuit Riyad. Eiseres heeft deze vlucht echter gemist, omdat zij op diezelfde dag werd opgenomen in het ziekenhuis in verband met uitdrogingsverschijnselen. Het is haar uiteindelijk niet eerder dan op 11 september 2020 gelukt om terug te keren naar Nederland. Eiseres heeft aangevoerd dat zij bijstandsafhankelijk was. Zij had in Saudi-Arabië geld nodig voor medicijnen. Zij kon in financiële zin niet terugvallen op haar partner. Zij heeft geld moeten lenen van kennissen.</para>
    <para />
    <para>4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet in een acute noodsituatie verkeerde als bedoeld onder 2. Eiseres heeft niet onderbouwd dat haar medische aandoening van levensbedreigend aard was of dat die aandoening ernstig letsel of invaliditeit tot gevolg kon hebben. Verder is van belang dat eiseres haar verblijf in Saudi-Arabië qua onderdak en levensonderhoud heeft weten te overbruggen. Er is dus geen sprake geweest van behoeftige omstandigheden die op geen enkele andere wijze waren te verhelpen dan door het verlenen van bijstand. Verweerder heeft daarom terecht aangevoerd dat van een acute noodsituatie geen sprake is geweest. Verweerder heeft zich aldus in redelijkheid op het standpunt gesteld dat er geen zeer dringende redenen zijn geweest om eiseres, in weerwil van artikel 13, eerste lid, van de Pw, tóch bijstand te verlenen over de periode van 20 maart 2020 tot en met 11 september 2020. </para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_dd4cec2f-7299-4795-ae20-ed33968d5d25" label="1">
    <para> Op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder e, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1bfe8aa7-ebf5-4420-a6bb-f26bac945988" label="2">
    <para> Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8431310b-fcff-4243-b35b-408cbc7824b0" label="3">
    <para> Onder meer de uitspraak van 27 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4808.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>