<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:3023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-10T13:14:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/4062</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3023">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-10T13:14:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:3023 Rechtbank Midden-Nederland , 01-07-2021 / UTR 20/4062</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3023:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek tot ontheffing van betaling van het griffierecht. Niet voldaan aan het vereiste van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb. Beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3023:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND </title>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/4062</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2021 in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] , te [plaats] , eiser,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: M. van Leeuwen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Met het besluit van 13 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van</para>
        <para>eiser voor een tegemoetkoming op basis van de Tofa-regeling afgewezen. Het sv-loon over de maand februari 2020 is namelijk lager dan € 400,-. Dit is één van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Met het besluit van 25 september 2020 (het bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft op 7 april 2021 plaatsgevonden door middel van een Skype-verbinding. Eiser was aanwezig. Verweerder is met bericht vooraf niet verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft een verzoek gedaan tot ontheffing van betaling van het griffierecht wegens</para>
    <para>betalingsonmacht. Ter zitting heeft de rechtbank dit verzoek afgewezen. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij aan de twee criteria voldoet voor het aannemen van betalingsonmacht, zoals door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is geformuleerd<footnote-ref linkend="_3cea202e-dbaa-4aac-853b-272e07513be2" />. Hoewel aannemelijk is dat eiser nu geen inkomsten heeft, heeft hij onvoldoende informatie gegeven over zijn eventuele vermogen. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft de afwijzing van dit verzoek in een brief van 6 mei 2021 aan partijen</para>
    <para>kenbaar gemaakt. Zij heeft daarin ook aan eiser medegedeeld dat hij binnen twee weken na verzending van de brief het griffierecht kan voldoen. De rechtbank heeft eiser hierbij erop gewezen dat indien hij het griffierecht niet binnen deze termijn heeft betaald, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Indien het griffierecht wel binnen deze termijn is voldaan, dan ontvangen partijen binnen twee weken na betaling daarvan de uitspraak.</para>
    <para />
    <para>4. Vervolgens heeft eiser op 5 juni 2021 schriftelijk aan de rechtbank te kennen gegeven</para>
    <para>dat hij gebruik wenst te maken van de gelegenheid om alsnog het griffierecht te voldoen. </para>
    <para />
    <para>5. Met de brief van 11 juni 2021 heeft de rechtbank eiser uit coulance in de gelegenheid</para>
    <para>gesteld om binnen één week na verzending van de brief alsnog het griffierecht te voldoen.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt vast dat eiser hieraan geen gehoor heeft gegeven. Eiser heeft daarom</para>
    <para>niet voldaan aan het vereiste van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat de indiener van het beroepschrift griffierecht moet betalen. In het geval van eiser bedraagt dit € 48,-.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is namelijk kennelijk niet-ontvankelijk als bedoeld in artikel 8:54 van de Awb.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. L.M.A. Koeman, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op </para>
      <para>1 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3cea202e-dbaa-4aac-853b-272e07513be2" label="1">
    <para>ECLI:NL:CRVB:2015:282 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:282).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>