<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:274</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-05T12:14:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/3169</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:274">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:274</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-05T12:11:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:274 Rechtbank Midden-Nederland , 21-01-2021 / UTR 20/3169</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:274:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proces-verbaal van een mondelinge uitspraak over het beëindigen van ziekengeld van iemand met rugklachten en een beginnende zwangerschap. Het Uwv heeft dat terecht gedaan. De rechtbank volgt de medische beoordeling van de verzekeringsartsen van het Uwv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:274:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/3169</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">21 januari 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] uit [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I.M. de Groot-Sikora),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: S.N. Westmaas).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 23 juli 2020 (het bestreden besluit). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek op de zitting heeft met behulp van Skype plaatsgevonden op 21 januari 2021. Eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder waren aanwezig. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Partijen zijn op de zitting gewezen op de mogelijkheid om tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De zaak gaat over het besluit van 29 mei 2020, waarbij verweerder het ziekengeld dat eiseres ontving heeft beëindigd per 1 juni 2020. Met het bestreden besluit is het bezwaar dat eiseres daartegen heeft ingesteld ongegrond verklaard. Aan de beëindiging van het ziekengeld liggen medische rapporten ten grondslag.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft rugklachten. Zij vindt het niet zorgvuldig dat de verzekeringsartsen van verweerder haar niet hebben opgeroepen voor hun spreekuur om haar te onderzoeken. De rechtbank is het daar niet mee eens. De verzekeringsartsen zijn vanwege de maatregelen rondom het coronavirus terughoudend in het houden van spreekuren. Zij hebben hier de afweging gemaakt dat zij ook zonder eiseres zelf te zien voldoende informatie hebben voor een medisch oordeel. Zij mogen die afweging als arts maken. Eiseres heeft dit bovendien niet in haar bezwaar- en beroepschriften aan de orde gesteld: pas op de zitting bleek dat zij het zelf belangrijk vond om uitgenodigd te worden voor het spreekuur. Dat hebben de verzekeringsartsen dus niet kunnen meewegen. De rechtbank vindt de handelswijze van de verzekeringsartsen niet onzorgvuldig.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank oordeelt verder dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd dat de rugklachten en de beginnende zwangerschap van eiseres geen reden vormden om te zeggen dat zij op 1 juni 2020 ongeschikt was voor haar voormalige werk als productiemedewerker. De stukken van de ivf-kliniek en van de huisarts die daar bij de rechtbank tegenover zijn gesteld geven geen aanleiding om daar anders naar te kijken. Uit deze stukken kan niet worden afgeleid dat sprake was van andere of ergere klachten, dan de klachten waar de verzekeringsartsen al rekening mee hielden. Eiseres heeft op de zitting gevraagd om alsnog nieuwe medische stukken aan te mogen leveren om haar beroep te onderbouwen, maar daarvoor was het te laat. Er is in deze procedure bij de rechtbank ruimschoots de tijd geweest en eiseres had eerder moeten vragen om de behandeling van de zaak uit te stellen.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank volgt dus de medische beoordeling van de verzekeringsartsen. Op basis daarvan heeft verweerder het ziekengeld van eiseres terecht beëindigd. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>B.A. Rietema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is verhinderd om het</para>
      <para>proces-verbaal te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>