<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-30T13:11:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20 _ 3717-T2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:250">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:250</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-30T13:08:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:250 Rechtbank Midden-Nederland , 28-01-2021 / UTR 20 _ 3717-T2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:250:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging hersteltermijn op verzoek verweerder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:250:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/3917-T2</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">tussenuitspraak van de voorzieningenrechter van 28 januari 2021 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort </emphasis>(het college), verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. B.J. Eising).<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:  </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Omnia Wonen</emphasis>, te Harderwijk</para>
      <para>(gemachtigde: W. van Haarst).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 22 december 2020 (de tussenuitspraak) heeft de voorzieningenrechter het college in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de voorzieningenrechter naar die tussenuitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting van de voorzieningenrechter 15 januari 2021 – waar het verzoek om een voorlopige voorziening voor hetzelfde bestreden besluit van 64 andere omwonenden van het bouwplan werd behandeld – heeft het college de voorzieningenrechter verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Alleen in bijzondere gevallen willigt de voorzieningenrechter een verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek moet daarom zijn gemotiveerd. Ook moet het verzoek binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het college zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen heeft gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de voorzieningenrechter hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.</para>
    <para />
    <para>3. De reden waarom het college de voorzieningenrechter verzoekt om verlenging van de termijn is dat de termijn direct eindigt na de termijn waarbinnen de voorzieningenrechter uitspraak zal doen over het verzoek om een voorlopige voorziening voor hetzelfde bestreden besluit en mogelijk direct uitspraak zal doen op het beroep van de andere 64 omwonenden van het bouwplan. Hierdoor zal het voor het college onmogelijk zijn om deze tweede uitspraak van de voorzieningenrechter over hetzelfde bestreden besluit nog bij het herstellen van de gebreken aan het bestreden besluit te betrekken. Dit is gelet op de grote samenhang tussen beide zaken onwenselijk.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter acht dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt. Elke andere beslissing van de voorzieningenrechter leidt naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting voor verzoeker, de 64 andere omwonenden die beroep hebben ingesteld tegen hetzelfde bestreden besluit en vergunninghouder. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de termijn te verlengen tot twee maanden na verzending van deze tussenuitspraak. Deze termijn is gelijk aan de termijn die voorzieningenrechter separaat zal stellen in de tussenuitspraak in het beroep van de 64 andere omwonenden van hetzelfde bouwplan.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het college in de gelegenheid om binnen twee maanden na verzending van deze tweede tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De beslissing is uitgesproken op 28 januari 2021en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>