<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:2287</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-01T13:51:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-323856-20 en 16-080206-19 (gev. ttz.) (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2287">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2287</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-01T12:56:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:2287 Rechtbank Midden-Nederland , 01-06-2021 / 16-323856-20 en 16-080206-19 (gev. ttz.) (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:2287:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor mishandeling van een levensgezel en het bezit van een mes tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 55 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel zijn gekoppeld door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. 9a Sr t.a.v. bezit mes.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:2287:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-323856-20 en 16-080206-19 <emphasis role="italic">(gev. ttz.)</emphasis> (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 1 juni 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1972] te Aruba,</para>
      <para>wonende aan de [adres ] te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 februari 2021 en 18 mei 2021. Het onderzoek is op de zitting van 19 februari 2021 gesloten en vervolgens op 26 februari 2021 heropend, waarna het op 18 mei 2021 is voortgezet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.M.C.V. Fellinger en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.N.A. Brouns, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">16-080206-19 (hierna: zaak 1)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>op 1 april 2019 te Soest, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , werkzaam in de rechtmatige oefening van hun bediening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 1 april 2019 te Soest, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een mes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">16-323856-20 (hierna: zaak 2)</emphasis>
      </para>
      <para>op 26 augustus 2020 te [woonplaats] zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder zaak 1 feit 1 ten laste gelegde. Verdachte ontkent de wederspannigheid. De raadsvrouw heeft ook vrijspraak bepleit van het onder zaak 2 ten laste gelegde en hiertoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden, omdat niet is voldaan aan bewijsminimum als bedoeld in art. 341 lid 4 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Naast aangeefster, die zelf pas drie maanden na het ten laste gelegde aangifte heeft gedaan, heeft niemand verklaard de vermeende mishandeling te hebben waargenomen. Daar komt bij dat getuige [getuige] een goede vriendin van aangeefster is en de kans bestaat dat zij niet geheel objectief en onpartijdig is. Bovendien heeft ook [getuige] pas drie maanden na dato een verklaring afgelegd bij de politie. Gezien de vriendschap tussen aangeefster en [getuige] en het tijdsverloop is het niet ondenkbaar dat er nog contact is geweest omtrent de aangifte en haar verklaring. Uit de geneeskundige verklaring kan geen direct causaal verband met het ten laste gelegde worden afgeleid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_c125f6a9-1a86-477c-8fd4-e6a45660df71" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaak 1 feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>Verbalisant [verbalisant 1] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik, verbalisant [verbalisant 1] . Op (…) 1 april 2019 was ik aan het werk in (…) Soest. Deze dienst reed ik op een opvallende politiemotor en was in een opvallend politie uniform </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gekleed, derhalve was ik herkenbaar als politieagent. Diezelfde dag, omstreeks 14:53 uur. (…) Ik hoorde dat [verbalisant 4] tegen mij zei dat deze man was aangehouden voor bedreiging. Hierop hebben [verbalisant 2] en ik deze man vastgepakt. Ik pakte deze man bij zijn linker pols en deed hem de handboei om. Ik merkte dat deze man zich hier licht tegen verzette ik voelde dat hij zijn arm wilde buigen, terwijl ik deze wilde strekken. (…) De verdachte begon (…) zich fysiek te verzetten. (…) Halverwege voelde ik dat de verdachte zich omdraaide en terug wilde lopen. (…) Ik pakte de verdachte bij zijn linkerarm vast, ter hoogte van zijn biceps. Ik merkte dat de verdachte hierop zich probeerde te onttrekken aan mijn greep. Ik merkte dat hij met veel kracht en snelheid zich los draaide van mijn greep en zich bijna had losgerukt.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_a3ecefa9-36e9-42d5-bbbe-341ce4873fa5" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 2] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op (…) 1 april 2019 (…). Ik was in uniform gekleed en reed op een opvallende motorfiets. Ik had als roepnummer [roepnummer] . (…) Ik heb samen met [verbalisant 1] de man bij zijn armen beetgepakt. (…) Ik voelde vervolgens dat de man zijn lichaam aanspande, ik voelde dat hij zijn arm terug begon te trekken.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_fcf246e5-7aab-4764-aa38-60b157b004fd" />
          <emphasis role="italic"> (…) Ik voelde dat de verdachte een andere kant weer op wilde lopen dan waar wij hem heen wilde bewegen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In een proces-verbaal van aanhouding is onder meer het volgende gerelateerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 1 april 2019 omstreeks 14:56 uur, hielden wij (…) te Soest, als verdachte aan: [verdachte] .</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_921d57f2-a20b-4aab-bb54-09b2ee378d07" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaak 1 feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Dit feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft dit feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 februari 2021; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een geschrift, inhoudende de categoriestelling van het bij verdachte aangetroffen mes, p. 60-61 van proces-verbaal nr. PL0900-2019099828.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaak 2</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_417bc337-d838-494d-b3fb-cff33ff00cc7" />
        </para>
        <para>
          [slachtoffer] heeft op 24 november 2020 aangifte gedaan van mishandeling en daarin onder meer het volgende verklaard:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op  26  augustus  2020 bevond  ik  mij  thuis  in  mijn woning (…) te  [woonplaats] . (…) Diezelfde dag (…) stond  [verdachte] </emphasis>[de rechtbank begrijpt: verdachte]<emphasis role="italic"> onder  de  douche (…).  Toen  ik  een  vrouw  aan  de  lijn  kreeg  van  Veilig  Thuis  en  met haar  in  gesprek  was,  stormde  [verdachte]  onder  de  douche  vandaan.</emphasis><footnote-ref linkend="_cd0e4e6a-c1d3-4abf-89f4-f2699684cce9" /><emphasis role="italic"> (…) Ik  stond  inmiddels  ter  hoogte  van  de  gang  en  zag  dat  hij boos  op  mij  af  kwam  lopen,  hierop  voelde  ik  pijn  aan  de  rechterzijde  van  mijn  hoofd. (…) Ik voelde wel  een  beurse  pijn  wat  vermoedelijk  door  een  harde  klap  tegen  mijn  hoofd  werd veroorzaakt.  Ik  voelde  dat  hij  hardhandig  mijn  armen  vastpakte.  (…)  Ik  voelde  dat  hij  mij  met  flinke  kracht  op  de grond  gooide. (…) Ik  voelde  dat  [verdachte]  mij  met  zijn  twee  armen  vastpakte. Hij  deed  zijn  armen  hardhandig  om mijn  bovenlijf  en  hield mij  zo  in  bedwang. </emphasis><footnote-ref linkend="_b627eabe-39e0-4d3d-9544-a9de5dcc4d0e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Huisarts in opleiding drs. [huisarts] heeft aangeefster op 28 augustus 2020 onderzocht. In de door [huisarts] opgemaakte geneeskundige verklaring is onder meer het volgende gerelateerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betreft: [slachtoffer] . (…) Op 28-8-2020 zag ik patiënte op mijn spreekuur en deed ik de volgende constateringen: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gelaat: Naast rechter oog groen hematoom+/- 3 cm. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">R arm:  krabeffecten hand, multipele ronde hematomen op de bovenarm van enkele centimeters aan de voor en achterzijde. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Boven elleboog hematoom van meerdere centimeters. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">L boven arm:  multipele hematomen van enkele centimeters.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_1f64a9ca-fdc2-4255-92fb-e7011c0a9dcc" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige] heeft op 28 november 2020 een getuigenverklaring afgelegd. Hierin heeft zij onder meer het volgende verklaard:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 26 augustus 2020 (…) in de achtertuin van mijn woning aan het [adres ] te [woonplaats] toen ik hard geklop hoorde op mijn voordeur. Toen ik mijn voordeur opende zag ik [slachtoffer] voor mij staan. (…) [slachtoffer] gaf aan dat [verdachte] volledig door het lint was gegaan. Hij had haar hard geslagen en haar proberen te wurgen. (…) Het letsel dat ik bij [slachtoffer] waarnam betrof een rood/ blauwe plek op haar gezicht vlakbij haar oog. (…) Ik zag dat er op haar armen rode/blauwe plekken zaten alsof ze heel hard was vastgepakt.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_b92eff8c-e108-4e1f-bb93-fafb8c7a1286" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mishandeling</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de aangifte en de verklaring van getuige [getuige] betrouwbaar zijn. Deze verklaringen ondersteunen niet alleen elkaar, maar worden ook ondersteund door overige stukken in het dossier. Zo zijn de bevindingen van verbalisanten die kort na het feit ter plaatse zijn gegaan in lijn met de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige] . Ook hebben zowel getuige [getuige] , als de verbalisanten ter plaatse, als huisarts [huisarts] bij aangeefster letsel waargenomen dat past bij de geweldshandelingen die aangeefster in haar aangifte noemt. De rechtbank gaat gelet hierop uit van de juistheid van de aangifte en de daarin beschreven geweldshandelingen. Het enkele feit dat aangeefster niet direct aangifte heeft gedaan maakt haar aangifte niet onbetrouwbaar, te meer nu zij hiervoor een geloofwaardige verklaring heeft gegeven. Ook heeft zij kort na het feit  bij de politie verklaard dat zij geen aangifte wilde doen, maar contact zou opnemen met hulpverlening. Uit het dossier blijkt dat aangeefster kort na het feit contact heeft opgenomen met Veilig Thuis. De rechtbank merkt tot slot op dat het dossier ook voor de overige door de verdediging aangevoerde verweren geen ondersteuning biedt. De rechtbank acht de mishandeling wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>op 1 april 2019 te Soest, zich met geweld </para>
      <para>heeft verzet tegen de ambtenaren, [verbalisant 1] en  [verbalisant 2] , werkzaam in de rechtmatige oefening  van hun bediening, te weten het aanhouden van verdachte ter zake bedreiging, welk verzet er in  bestond door op het moment dat verdachte door een of meer van die politieambtenaren werd vastgepakt teneinde hem te boeien,</para>
    </parablock>
    <para>- zijn arm te buigen en terug te trekken en</para>
    <para>- zijn lichaam met kracht en snelheid los te draaien/rukken,</para>
    <para>in elk geval door zijn lichaam in tegengestelde richting te bewegen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 1 april 2019 te Soest, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een mes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 26 augustus 2020 te Soest zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer]</para>
    </parablock>
    <para>- eenmaal, tegen het hoofd te slaan/te stompen, en</para>
    <para>- eenmaal (met kracht) op de grond te gooien, en</para>
    <para>- ( met kracht) bij de armen, vast te pakken/vast te houden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak 1</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">wederspannigheid.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">T.a.v. zaak 1 feit 1 en zaak 2</emphasis>
        </para>
        <para>Een gevangenisstraf van vier maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als (bijzondere) voorwaarden: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- meldplicht bij reclassering;</para>
      <para>- opname in een zorginstelling;</para>
      <para>- ambulante behandeling;</para>
      <para>- begeleid wonen of maatschappelijke opvang; </para>
      <para>- meewerken aan een dagbestedingstraject of werk.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">T.a.v. zaak 1 feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 100,-, met een proeftijd van twee jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft het volgende aangevoerd. Verdachte kan zich vinden in de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, behalve de voorwaarde die hem verplicht zich te laten opnemen in een zorginstelling. Sinds de opheffing van de voorlopige hechtenis drie maanden geleden heeft verdachte positieve stappen gezet. Hij heeft actief hulp gezocht, is afgekickt van drugs en hij heeft gewerkt. Ambulante behandeling is op dit moment voldoende, zeker nu deze kan worden gecombineerd met urinecontroles. Als daaruit indicaties komen dat het niet goed gaat, dan kan verdachte altijd nog klinisch worden opgenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zijn levensgezel mishandeld door haar tegen haar hoofd te slaan, op de grond te gooien en stevig vast te pakken. Het slachtoffer heeft hierdoor letsel opgelopen. Verdachte heeft op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn voormalige vriendin en de rechtbank neemt hem dit kwalijk. Ook heeft verdachte zich verzet bij zijn aanhouding. Hiermee heeft hij het werk van verbalisanten ernstig bemoeilijkt en aangetoond gebrek aan respect te hebben voor gezaghebbende personen. Daarnaast heeft verdachte een mes voorhanden gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 18 mei 2021 en een reclasseringsadvies van 3 mei 2021, uitgebracht door mevrouw J. op ’t Hof. Uit de justitiële documentatie van verdachte volgt dat hij in de afgelopen vijf jaren veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering heeft de rechtbank geadviseerd om bij een bewezenverklaring een deels voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen, met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden. De reclassering merkt op dat de kans van slagen van een begeleidingstraject zeer minimaal is gelet op de eerdere begeleidingstrajecten zonder blijvend resultaat, de huidige ambivalente motivatie van verdachte en het recent afgebroken traject ten behoeve van verdiepingsdiagnostiek. Uit het reclasseringsrapport en de verklaring van verdachte ter terechtzitting blijkt dat verdachte thans geen behoefte heeft aan of noodzaak ziet in een klinische opname. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst en aard van de feiten, het justitiële van </para>
        <para>verdachte en straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, een gevangenisstraf de enige passende straf is. Met betrekking tot de vorm en duur daarvan overweegt de rechtbank het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte lijkt op dit moment een positieve wending aan zijn leven te hebben gegeven. Uit zijn eigen verklaringen en een e-mail van zijn begeleider bij Kwintes volgt dat verdachte zijn leven actief op orde probeert te brengen door onder meer mee te werken aan (ambulante) hulpverlening, het zoeken van werk en het stoppen met drugsgebruik. Verdachte heeft zich bereid verklaard om mee te werken aan alle door de reclassering geadviseerde voorwaarden, met dien verstande dat hij van oordeel is dat een klinische opname op dit moment niet noodzakelijk is. Hierdoor zou hij opnieuw vast komen te zitten waardoor hij zijn huidige positieve lijn niet kan doortrekken. De rechtbank is met verdachte en diens raadsvrouw van oordeel dat een klinische opname op dit moment niet passend of geboden is, maar zij acht het wel van belang dat verdachte aan de hand van de (overige) geadviseerde bijzondere voorwaarden wordt begeleid door de reclassering. In de bijzondere voorwaarden is opgenomen de mogelijkheid middelengebruik te controleren met urinecontroles, hetgeen in de huidige omstandigheden aangewezen lijkt. De rechtbank acht deze voorwaarde geïndiceerd, gelet op de jarenlange verslaving van verdachte.  De rechtbank zal aanvullend bevelen dat verdachte gedurende de proeftijd geen contact mag opnemen met aangeefster. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande en in het bijzonder de positieve wending die verdachte aan zijn leven heeft gegeven, acht de rechtbank het niet wenselijk dat verdachte thans nog terug moet naar de gevangenis. De rechtbank is ook van oordeel dat een aparte straf voor het voorhanden hebben van het mes in dit geval niet passend of geboden is. Zij zal verdachte voor dat feit schuldig verklaren zonder oplegging van straf (artikel 9a Wetboek van Strafrecht). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste duur van de gevangenisstraf passend. Zij merkt hierbij op dat het aantal dagen dat verdachte voor onderhavige (gevoegde) zaken in voorarrest heeft doorgebracht (65) hoger is dan het aantal dagen waarvan de officier van justitie bij het bepalen van haar eis uitging. Omdat de rechtbank het – als hiervoor reeds is overwogen –  niet wenselijk acht dat verdachte voor onderhavige zaak opnieuw wordt gedetineerd, zal zij de eis om die reden niet overnemen, maar de strafoplegging in dagen opleggen, zodat het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf kan worden gelijkgesteld met de reeds door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BESLAG</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over het beslag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich niet uitgelaten over het beslag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen mes en de tien verdovende middelen dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- 1 mes (goednummer: PL0900-2019094628-2388389);</para>
      <para>- verdovende middelen, 10 stuks (goednummer: PL0900-2019094628-2388330);</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>onttrekken aan het verkeer.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>14a, 14b, 14c, 57, 180, 300, 304 van het Wetboek van Strafrecht en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>13 en 55 van de Wet wapens en munitie,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het onder zaken 1 en 2 ten laste gelegde bewezen als hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte ten aanzien van het onder zaak 1 en zaak 2 feit 1 bewezen verklaarde tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">55 (vijfenvijftig) dagen,</emphasis> niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren</emphasis> vast; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt de volgende bijzondere voorwaarden die gelden gedurende de proeftijd:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>* verdachte <emphasis role="bold">meldt zich binnen vijf dagen</emphasis> na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Inforsa op het adres: Wittevrouwenkade 6 te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* verdachte laat zich <emphasis role="bold">behandelen door Inforsa</emphasis> of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.  De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Verdachte werkt mee aan controle op het middelengebruik, bijvoorbeeld door het uitvoeren van urinecontrole;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* verdachte <emphasis role="bold">verblijft in een 24-uurs voorziening of een soortgelijke instelling</emphasis>, zulks ter beoordeling van de reclassering en wordt verplicht zich te houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de </para>
      <para>reclassering voor haar heeft opgesteld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* verdachte verleent zijn medewerking aan het vinden van een <emphasis role="bold">dagbestedingstraject of werk</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer] , zolang de reclassering dit nodig vindt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schuldig verklaring zonder oplegging van straf of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat ten aanzien van het onder zaak 1 feit 2 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd<emphasis role="italic">;</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onttrekking aan het verkeer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast <emphasis role="bold">de onttrekking aan het verkeer</emphasis> van:</para>
    <parablock>
      <para>* 1 mes (goednummer: PL0900-2019094628-2388389);</para>
      <para>* verdovende middelen, 10 stuks (goednummer: PL0900-2019094628-2388330).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, voorzitter, mrs. L.M.G. de Weerd en J.O. Zuurmond, rechters, in tegenwoordigheid van mr. mr. R.H.A. de Poot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">16-323856-20</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 26 augustus 2020 te Soest zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer]</para>
    </parablock>
    <para>- meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam, te slaan/te stompen, en/of</para>
    <para>- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op de grond te gooien, en/of</para>
    <para>- ( met kracht) bij de nek/de hals en/of de armen, althans het lichaam, vast te pakken/vast te houden; </para>
    <para>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">16-080206-19</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 1 april 2019 te Soest, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen de/een ambtena(a(ren(en), [verbalisant 1] en/of  [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] , werkzaam in de rechtmatige oefening  van zijn bediening, te weten het aanhouden van verdachte terzake bedreiging bestond door op het moment dat verdachte door een of meer van die  politieambtenaren werd vastgepakt teneinde hem te boeien,</para>
    </parablock>
    <para>- zijn arm te buigen en terug te trekken en/of</para>
    <para>- zijn lichaam met kracht en snelheid los te draaien/rukken,</para>
    <parablock>
      <para>in elk geval door zijn lichaam in tegengesteelde richting te bewegen; </para>
      <para>( art 180 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 1 april 2019 te Soest, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een mes, in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zij was bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, </para>
      <para>voorzover daarin in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, </para>
      <para>geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;</para>
      <para>( art 27 lid 1 Wet wapens en munitie )</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c125f6a9-1a86-477c-8fd4-e6a45660df71" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van  1 april 2019  genummerd PL0900-2019094628 opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 66. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3ecefa9-36e9-42d5-bbbe-341ce4873fa5" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fcf246e5-7aab-4764-aa38-60b157b004fd" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_921d57f2-a20b-4aab-bb54-09b2ee378d07" label="4">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding, p. 32-33.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_417bc337-d838-494d-b3fb-cff33ff00cc7" label="5">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 23 december 2020 en 31 december 2020, genummerd PL0900-2020382903 en PL0900-2020382903A, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 37. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_cd0e4e6a-c1d3-4abf-89f4-f2699684cce9" label="6">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b627eabe-39e0-4d3d-9544-a9de5dcc4d0e" label="7">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 15.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f64a9ca-fdc2-4255-92fb-e7011c0a9dcc" label="8">
    <para> Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring, opgemaakt door drs. [huisarts] d.d. 28 augustus 2020, p. 18 van proces-verbaal nr. PL0900-2020382903.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b92eff8c-e108-4e1f-bb93-fafb8c7a1286" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 19.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>