<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:2210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-08T13:51:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/2634-V vervallen verklaring</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-08T13:40:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:2210 Rechtbank Midden-Nederland , 26-05-2021 / UTR 20/2634-V vervallen verklaring</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:2210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervallen verklaring verzetuitspraak 4 mei 2021. Op diezelfde dag heeft de ABRvS een richtinggevende uitspraak gedaan nav het Varkens in Nood-arrest. Op grond van die uitspraak kan ook een niet blh die een zienswijze heeft ingediend in beroep komen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:2210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 20/2634-V – vervallen verklaring</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2021 in de zaak van</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [A] , te [woonplaats] ,</title>
    <para>( [A] ).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [A] heeft tegen het besluit van 9 juni 2020 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Met dit besluit is aan [vergunninghouder] B.V. (de vergunninghouder) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark op de locatie [adres] in [vestigingsplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De omgevingsvergunning is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. [A] heeft tegen het ontwerpbesluit een zienswijze ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 24 december 2020 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep van [A] niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen belanghebbende is bij het bestreden besluit<footnote-ref linkend="_fb8cd6a1-fa4a-42e8-934c-da53645ed916" />. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [A] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Met de uitspraak van 4 mei 2021 heeft de rechtbank het verzet van [A] ongegrond verklaard, omdat de rechtbank [A] terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt<footnote-ref linkend="_d225b5a4-7226-4409-8b0f-53bb18f38190" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op dezelfde dag, dus op 4 mei 2021, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een richtinggevende uitspraak gedaan naar aanleiding van het Varkens in Nood-arrest (de richtinggevende uitspraak)<footnote-ref linkend="_ce9932b8-15fa-44fd-be14-f0041451c3c8" />. In deze uitspraak heeft de Afdeling, samengevat, geoordeeld dat als een besluit om een omgevingsvergunning te verlenen is voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en een ieder zienswijzen naar voren mocht brengen, ook niet-belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend in beroep kunnen bij de bestuursrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vervallen verklaring van de uitspraak op verzet </title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank kan een uitspraak die zij heeft gedaan ambtshalve vervallen verklaren. Als de rechtbank, al dan niet naar aanleiding van een klacht, een aperte, aan een partij niet toe te rekenen misslag ontdekt in haar uitspraak, kan zij uit eigen beweging haar uitspraak ongedaan maken. Vervallenverklaring kan alleen in zeer bijzondere gevallen en als er geen binnenwettelijke oplossing is. De rechtbank vindt dat de uitspraak op verzet van 4 mei 2021 vervallen moet worden verklaard. Dat legt zij hierna uit. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft in de uitspraak van 24 december 2020 en in de uitspraak op verzet van 4 mei 2021 geoordeeld dat [A] niet in beroep kan bij de bestuursrechter, omdat hij geen belanghebbende is. Maar omdat [A] een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit, kan hij op grond van de richtinggevende uitspraak wél in beroep bij de bestuursrechter. De rechtbank constateert dat de richtinggevende uitspraak eerder openbaar is gemaakt dan de uitspraak op verzet van 4 mei 2021. Onder die omstandigheden kan de conclusie niet anders zijn dan dat de uitspraak op verzet onjuist is. Die fout kan niet worden toegerekend aan [A] . </para>
    <para />
    <para>3. Verder geldt dat er op grond van de wet geen rechtsmiddelen zijn waarmee deze onjuiste uitspraak ongedaan kan worden gemaakt. [A] kan niet in hoger beroep tegen de uitspraak op verzet. Als [A] een verzoek om herziening zou indienen, zou de rechtbank dit verzoek moeten afwijzen. Een herzieningsverzoek kan alleen worden toegewezen als sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, maar nieuwe rechtspraak (zoals de richtinggevende uitspraak) wordt niet als een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid gezien. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank verklaart daarom de uitspraak op verzet van 4 mei 2021 ambtshalve vervallen en doet opnieuw uitspraak op het verzet. </para>
    <para />
    <para>5. Omdat [A] op grond van de richtinggevende uitspraak ook als niet-belanghebbende bij de bestuursrechter in beroep kan tegen het bestreden besluit, verklaart de rechtbank het verzet tegen de uitspraak van 24 december 2020 gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 24 december 2020 vervalt en de rechtbank het onderzoek in de beroepsprocedure hervat in de stand waarin het zich bevond, voordat die uitspraak werd gedaan<footnote-ref linkend="_0bbc2eba-07a9-4b35-98cb-b6c420b5aaeb" />. [A] , het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde en vergunninghouder krijgen over de verdere behandeling nog bericht. </para>
    <para />
    <para>6. [A] heeft geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat daarom geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 mei 2021 met zaaknummer UTR 20/2634-V vervallen;</para>
    <para>- verklaart het verzet tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van <?linebreak?>24 december 2020 met zaaknummer UTR 20/2634 gegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De beslissing is uitgesproken op 26 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fb8cd6a1-fa4a-42e8-934c-da53645ed916" label="1">
    <para> Zaaknummer UTR 20/2634.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d225b5a4-7226-4409-8b0f-53bb18f38190" label="2">
    <para> Zaaknummer UTR 20/2634-V.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce9932b8-15fa-44fd-be14-f0041451c3c8" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2021:953.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0bbc2eba-07a9-4b35-98cb-b6c420b5aaeb" label="4">
    <para> Artikel 8:55, negende lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>