<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:2166</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-25T13:55:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/4690</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2166">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2166</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-25T13:52:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:2166 Rechtbank Midden-Nederland , 25-05-2021 / UTR 20/4690</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:2166:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond. Wijzigen van het gebruik van een agrarische woning naar plattelandswoning heeft geen invloed op het beschermingsregime en heeft geen invloed op de beoordeling van een mogelijke vergunningaanvraag voor het verplaatsen van een mestbak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:2166:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/4690 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.J. Koenen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: W. Verbeek).<?linebreak?></para>
      <para>Als derde-partijen nemen aan het geding deel: <emphasis role="bold">[derde-partij 1] en [derde-partij 2]</emphasis>, te [plaats]</para>
      <para>(gemachtigde: C.P.F. France).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 juni 2020 heeft verweerder een ontwerp-omgevingsvergunning en een door de gemeenteraad op 10 juni 2020 afgegeven ontwerpverklaring van geen bedenkingen gepubliceerd voor het gebruiken van een agrarische woning als plattelandswoning aan de [adres] in [plaats] . Eisers hebben hiertegen een zienswijze ingediend. Op 10 november 2020 is de zienswijze ongegrond verklaard en heeft verweerder de omgevingsvergunning verleend aan derde-partijen. Eisers hebben vervolgens op 21 december 2020 beroep ingesteld, verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2021. Namens eisers is [eiser 1] verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens derde-partijen is [derde-partij 1] verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Omvang van het geding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De omgevingsvergunning van 10 november 2020 ziet zowel op het gebruiken van een agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning, als op het plaatsen van een dakkapel op de woning op het perceel [adres] in [plaats] (hierna: het perceel van derde-partijen). Het geschil beperkt zich tot het gebruiken van de agrarische woning als plattelandswoning.</para>
    <bridgehead role="underline">Situatieschets</bridgehead>
    <para />
    <para>2. Het perceel van derde-partijen maakte oorspronkelijk onderdeel uit van het perceel van eisers. Enkele jaren geleden zijn de percelen kadastraal gesplitst en afzonderlijk van elkaar verkocht. Daarna zijn eisers in 2014 eigenaar geworden van het perceel [adres] (hierna: het perceel van eisers) en runnen hier een paardenhouderij. De woning op het perceel van derde-partijen deed oorspronkelijk dienst als tweede bedrijfswoning voor het voorheen op het totale perceel aanwezige agrarische bedrijf, maar is sinds de kadastrale splitsing en afzonderlijke verkoop feitelijk in gebruik als burgerwoning.</para>
    <para />
    <para>3. Op het perceel van derde-partijen is het bestemmingsplan ‘1e herziening Buitengebied’ (hierna: het bestemmingsplan) van toepassing. Hierin heeft het perceel onder andere de bestemming ‘agrarisch gebied met natuurwaarden in een open landschap’. Het gebruiken van een agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning is in strijd met artikel 4, onder a, van de planregels van het bestemmingsplan, dat het wonen in een bedrijfswoning zonder agrarisch bedrijf niet toestaat. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder is hier met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van afgeweken, in combinatie met de Wet Plattelandswoning uit 2013. Ten gevolge van de invoering van deze laatstgenoemde wet zijn wijzingen doorgevoerd in onder meer de artikelen 1.1a en 2.14 van de Wabo, en artikel 11.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. In deze wetten worden daarmee onder ‘plattelandswoningen’ agrarische bedrijfswoningen verstaan die tevens door derden mogen worden bewoond en die niet worden beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf. Verweerder heeft bij zijn beoordeling betrokken of er ter plaatse van de nieuwe plattelandswoning sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat, ondanks dat de woning op het perceel van derde-partijen zich op relatief korte afstand tot de paardenhouderij van eisers bevindt. Daarbij is gekeken naar geur, geluid en andere aspecten. Hierin lagen, aldus verweerder, geen belemmeringen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het beroep van eisers</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eisers gronden richten zich niet zozeer tegen de beoordeling door verweerder van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de plattelandswoning. Hun zorgen zien op de gevolgen die de aanwezigheid van de woning zal hebben als eisers een thans illegaal op hun terrein aanwezige mestbak willen legaliseren of moeten verplaatsen. Toen eisers de paardenhouderij kochten, gingen zij ervan uit dat de buiten het bouwperceel gelegen bijbehorende voorzieningen, en met name de mestbak, vergund waren. Dat bleek niet zo te zijn en eisers hebben daarom bij verweerder alsnog een vergunningaanvraag ter legalisatie ingediend voor deze voorzieningen. Eisers vrezen echter dat verweerder deze vergunning niet zal verlenen en dat zij daarom de voorzieningen elders op hun terrein binnen het bouwperceel moeten plaatsen. Eisers wijzen erop dat deze bij een verplichte verplaatsing binnen het bouwperceel dichter op de woning van derde-partijen komt te staan. Volgens eisers is er dan geen sprake meer van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor derde-partijen en eisers vrezen dat dit juridische problemen kan veroorzaken.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt vast dat het voor de eventuele toekomstige beoordeling van een vergunning voor de mestbak geen verschil maakt of de woning van derde-partijen een agrarische bedrijfswoning is of een plattelandswoning. Door de Wet plattelandswoning is juist gewaarborgd dat het beschermingsregime in beide situaties hetzelfde is. Het enige dat er verandert, is dat het ruimtelijk mogelijk wordt dat de woning bewoond wordt door personen die niet functioneel verbonden zijn aan de paardenhouderij van eisers. Zoals verweerder tijdens de zitting heeft vermeld, blijft daarmee het toetsingskader dat geldt bij een eventuele verplaatsing van de mestbak dichter naar de woning van derde-partijen hetzelfde. </para>
    <para />
    <para>7. Het vorenstaande betekent dat de thans voorliggende vergunningverlening geen invloed heeft op de beoordeling van de vraag of in de toekomst een vergunning voor een mestbak kan worden verleend. Daar komt bij dat de vrees van eisers wordt ingegeven door een eventuele toekomstige gebeurtenis, die thans nog niet concreet aan de orde is.. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Sloots, griffier. De beslissing is uitgesproken op 25 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>