<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:1508</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-15T13:43:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.323446.20 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:1508">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:1508</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-15T10:42:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:1508 Rechtbank Midden-Nederland , 15-04-2021 / 16.323446.20 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:1508:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van bolletjes cocaïne, totaal ongeveer 270 gram. De invoer en het bezit van verdovende middelen, zoals cocaïne, levert een ernstig gevaar op voor de volksgezondheid. Tegen de invoer van harddrugs dient dan ook krachtig te worden opgetreden.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:1508:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.323446.20 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 15 april 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1999] te [geboorteplaats] (Frans-Guyana),<?linebreak?>thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, locatie Nieuwersluis, te Nieuwersluis, gemeente Stichtse Vecht.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2021. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. W.B. Gaasbeek, en van hetgeen verdachte en diens raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op of omstreeks 20 december 2020 te Abcoude opzettelijk 21 bolletjes cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, omdat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. Er moet kritisch gekeken worden naar de wijze waarop de verkeerscontrole is geschied en de daaropvolgende fouillering van verdachte. Verdachte was de Nederlandse taal onvoldoende machtig om te begrijpen wat er op dat moment gebeurde en om toestemming te geven voor de fouillering. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_b559645a-bd36-4c78-a0bd-c7f63ca01acb" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Verklaring verdachte ter zitting</emphasis>
          </para>
          <para>Het klopt dat ik in totaal 21 bolletjes cocaïne bij me had, waarvan ik er 15 had ingeslikt. Deze had ik geslikt voordat we gingen vliegen. We zijn van Frans Guyana naar Parijs gevlogen en gingen vervolgens met de auto richting Amsterdam <footnote-ref linkend="_7b0222fc-4df4-4360-9c78-80ba0b9a4635" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Proces-verbaal van bevindingen</emphasis>
          </para>
          <para>Op 20 december 2020 waren wij, verbalisanten, belast met de algemene surveillance op en rond autosnelweg A2 toen wij een melding kregen over een voertuig voorzien van een Franse kenteken. Nadat het voertuig tot stilstand was gebracht op de carpoolplaats Abcoude zag ik, verbalisant, dat er vier personen in het voertuig zaten.<footnote-ref linkend="_9ea1d07b-095f-417f-891a-750e22bd65b9" /> De vrouwelijke passagier bleek te zijn: [verdachte] , geboren op [1999] .</para>
          <para>Hierop heb ik een veiligheidsfouillering uitgevoerd bij [verdachte] . Daarbij zag ik dat er een grote bobbel in haar broek zat, ter hoogte van haar bil. Ik heb haar gevraagd wat er in </para>
          <para>haar broek zat.<footnote-ref linkend="_8b00130d-6bdf-4e08-ab83-68afc03e2731" /> Ik zag dat dat zij mij een papieren zak overhandigde. Toen ik de papierenzak opende zag ik daarin een plasticzak met daarin een aantal zwarte ingepakte bolletjes. Bij de insluiting van verdachte heb ik haar gevraagd of zij drugs in haar lichaam had.  Verdachte verklaarde dat zij nog ongeveer 13 bolletjes in haar lichaam had zitten en dat zij deze gister ingeslikt had.<footnote-ref linkend="_56e924b5-f282-45ff-8ac3-184e07fff57a" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Proces-verbaal van bevindingen</emphasis>
          </para>
          <para>Op 21 december 2020 omstreeks 23.00 uur, heeft een arts de verdachte [verdachte] , nagekeken en geconstateerd dat de verdachte voor onderzoek overgebracht moest worden naar een ziekenhuis. De arts gaf aan 4 bolletjes gevonden te hebben in de ontlasting van de verdachte.<?linebreak?>De 4 bolletjes met vermoedelijk harddrugs als inhoud zijn inbeslaggenomen. Hiervan is </para>
          <para>afzonderlijk een kennisgeving van inbeslagname opgemaakt onder registratienummer:</para>
          <para>PL0900-2020413572-38 .<footnote-ref linkend="_74bd2b3c-0212-412a-b55a-480358e8e37a" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Proces-verbaal van bevindingen</emphasis>
          </para>
          <para>Wij, verbalisanten, kregen door het verpleegkundig personeel van het St Antonius ziekenhuis te Nieuwegein een zak overhandigd. In deze zak zaten 11 zwarte bolletjes met daarin vermoedelijk drugs. Deze bolletjes waren volgens het verpleegkundig personeel en de behandelend geneesheer afkomstig uit het lichaam van verdachte [verdachte]<?linebreak?>Goednummer: PLO900-2020413572-2755234<footnote-ref linkend="_cacd7572-c6e1-4992-ad65-804f17f1ec5e" />.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Kennisgeving van inbeslagneming</emphasis>
            <?linebreak?>beslagene: [verdachte]<?linebreak?>bijzonderheden: 6 bolletjes<?linebreak?>goednummer: PL0900-2020413572-2754001<footnote-ref linkend="_8245e3c5-9350-4fb3-a338-fd66c6de427d" />.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen</emphasis>
          </para>
          <para>De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:</para>
        </parablock>
        <para>- 6 bolletjes met een witte brok in donkerkleurig plastic geseald in plastic zak, netto hoeveelheid: 152,7 gram, komt uit: PL0900-2020413572-2754001</para>
        <parablock>
          <para>SIN  : AANX1715NL Relatie met SIN: AANW6619NL</para>
          <para>Indicatieve uitslag Ruybal test: positief op cocaïne.<footnote-ref linkend="_59707b6d-110a-415a-9abc-fa6f65125020" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen</emphasis>
          </para>
          <para>De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:- goednummer: PL0900-2020413572-2755234, 11 bolletjes met wit poeder en brokjes in donkerkleurig plastic geseald, gewicht netto: 85,9 gram, relatie met SIN nummer: AANW6571NL.<footnote-ref linkend="_64e6c5d6-d9ec-4d2c-a16b-31bd51972889" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Kennisgeving van inbeslagneming<?linebreak?>Registratienummer : PL0900-2020413572-38<?linebreak?>beslagene: [verdachte]<?linebreak?>bijzonderheden: 4 stuks bolletjes<?linebreak?>goednummer: PL0900-2020413572-2754569<footnote-ref linkend="_dfa5fbe9-54b4-41ff-8fc6-131006a94cfe" />.<?linebreak?></para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen</emphasis>
          </para>
          <para>De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:</para>
        </parablock>
        <para>- goednummer: PL0900-2020413572-2754569, 4 bolletjes met wit poeder en brokjes, gewicht netto: 32,05 gram, relatie met SIN nummer: AANW6569NL.<footnote-ref linkend="_ed7b8b77-dd10-4c04-826a-080eeb11f967" /></para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">NFI-rapporten</emphasis>
          </para>
          <para>AANW6569NL brokjes wit uit 32,05 gram: bevat cocaïne.<footnote-ref linkend="_cb90ac4c-f5c1-4fff-9cc8-70fcdbcf3cc0" /></para>
          <para>AANW6571NL brokjes wit uit 85,9 gram: bevat cocaïne.<footnote-ref linkend="_a0db2935-8b6e-4772-881c-7dbd716ea2ee" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Geen onrechtmatig verkregen bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>Uit het dossier volgt dat de verbalisanten een melding kregen dat een voertuig door de ANPR-camera was waargenomen. Het voertuig betrof een personenauto van het merk Fiat type Doblo voorzien van het Franse kenteken: [kenteken] . Het betrokken voertuig betrof vermoedelijk een ongeregistreerd Frans gekentekend voertuig en uit de systemen bleek dat het voertuig met enige regelmaat Nederland in en uit rijdt, met slechts enkele uren daartussen. Hierop besloten zij het voertuig te gaan controleren. Zij hebben de bestuurder vervolgens gevraagd om een geldig rijbewijs en de kentekenpapieren (zie procesdossier pagina 14). Daarna hebben zij de bestuurder gevraagd of zij in het voertuig mochten kijken, waarvoor zij toestemming hebben gekregen van de bestuurder. Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee een rechtmatige controle uitgevoerd op grond van de Wegenverkeerswet.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Na het aantreffen van een zakmes op de achterbank naast verdachte, is een verbalisant met (impliciete) toestemming van verdachte overgegaan tot fouillering van haar. De verbalisant vroeg aan verdachte of ze haar mocht fouilleren, waarna ze haar armen spreidde. Deze verbalisant zag daarbij een grote bobbel in haar broek, aan verdachte is toen verzocht om dat uit haar broek te halen. Dat deed verdachte uiteindelijk en het bleek te gaan om een aantal bolletjes in een plastic zak. Ook hier zijn geen voorschriften geschonden. Op vragen van de verbalisanten heeft verdachte in het Nederlands kunnen antwoorden en toonde zij aan de Nederlandse taal te begrijpen, door bij de vraag of zij haar mochten fouilleren, haar armen te spreiden. De verbalisant hoorde haar zeggen: ‘Ja, ik spreek Nederland’, en de verdere communicatie met haar is probleemloos in het Nederlands gevoerd.<?linebreak?></para>
          <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de toepassing van de controlebevoegdheden op grond van de Wegenverkeerswet rechtmatig was en dat verdachte zonder problemen heeft begrepen wat haar in het Nederlands werd gevraagd, zodat van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering geen sprake is. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 20 december 2020 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 21 bolletjes cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:</para>
        <para>-	een gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft primair aangevoerd dat – indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt – het onvoorwaardelijke gedeelte van de op te leggen straf zich dient te beperken tot de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat indien er toch een hogere straf wordt opgelegd, er een groot deel van deze straf voorwaardelijk moet worden opgelegd. De raadsman heeft gewezen op de erbarmelijke financiële situatie van verdachte, dat verdachte de zorg heeft over drie kleine kinderen en dat het enkel afstraffen van verdachte niets oplost. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van bolletjes cocaïne, totaal ongeveer 270 gram. De invoer en het bezit van verdovende middelen, zoals cocaïne, levert een ernstig gevaar op voor de volksgezondheid. Tegen de invoer van harddrugs dient dan ook krachtig te worden opgetreden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 december 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 maart 2021 uit Frankrijk en de toelichting van verdachte daarop, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het smokkelen van cocaïne.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de aard en ernst van het feit is een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. Deze oriëntatiepunten nemen voor de in-en uitvoer van harddrugs met een hoeveelheid van 200 tot 500 gram een gevangenisstraf van 3 tot 6 maanden als uitgangspunt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien er sprake is van recidive bij verdachte, bestaat er aanleiding om een hogere straf op te leggen dan genoemd in dit oriëntatiepunt.  Echter, ter terechtzitting is ook gebleken dat er sprake is van een uiterst moeilijke financiële en persoonlijke situatie bij verdachte. Daarmee wordt in strafmatigende zin rekening gehouden. Desondanks had verdachte beter moeten weten aangezien ze reeds is veroordeeld voor een soortgelijk feit in Frankrijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is – alles overwegende - van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BESLAG</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de verdovende middelen te onttrekken aan het verkeer. De telefoon stond niet op de beslaglijst, maar indien deze nog in het bezit is van het Openbaar Ministerie heeft de officier van justitie aangegeven dat deze terug mag naar verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft de teruggave van de telefoon verzocht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de inbeslaggenomen verdovende middelen onttrekken aan het verkeer, nu hiermee het strafbare feit is begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. De telefoon zal worden teruggegeven aan verdachte nu niet is gebleken van enige relatie met het strafbare feit. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>2 en 10 van de Opiumwet;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">-      </emphasis>veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;</emphasis></para>
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan verdachte van het volgende voorwerp:</para>
    <para>*    een telefoon, merk iPhone, zwart, goednummer PL0900-2020413572-2754795;</para>
    <para>- verklaart de volgende voorwerpen <emphasis role="bold">onttrokken aan het verkeer</emphasis>:</para>
    <para>*   Alle in beslag genomen verdovende middelen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door G. Schnitzler, voorzitter, mrs. J.G. van Ommeren en R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. R.V.S. Adriaanse en R.S. Wijkstra, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 20 december 2020 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, althans in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nederland, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 21 bolletjes </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">cocaïne, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans aanwezig heeft gehad;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Artikel art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet)  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b559645a-bd36-4c78-a0bd-c7f63ca01acb" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 11 maart 2021, nummer PL0900-2020169619, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 175. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7b0222fc-4df4-4360-9c78-80ba0b9a4635" label="2">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 april 2021.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ea1d07b-095f-417f-891a-750e22bd65b9" label="3">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2020, p. 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b00130d-6bdf-4e08-ab83-68afc03e2731" label="4">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2020, p. 18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_56e924b5-f282-45ff-8ac3-184e07fff57a" label="5">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2020, p. 19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74bd2b3c-0212-412a-b55a-480358e8e37a" label="6">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2020, p. 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cacd7572-c6e1-4992-ad65-804f17f1ec5e" label="7">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen van 22 december 2020, p. 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8245e3c5-9350-4fb3-a338-fd66c6de427d" label="8">
    <para> Een kennisgeving van inbeslagneming van 21 december 2020, p. 153.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_59707b6d-110a-415a-9abc-fa6f65125020" label="9">
    <para> Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 23 december 2020, p. 37.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_64e6c5d6-d9ec-4d2c-a16b-31bd51972889" label="10">
    <para> Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 9 februari 2021, p. 40-41.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dfa5fbe9-54b4-41ff-8fc6-131006a94cfe" label="11">
    <para> Een kennisgeving van inbeslagneming van 21 december 2020, p. 151.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed7b8b77-dd10-4c04-826a-080eeb11f967" label="12">
    <para> Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 28 januari 2021, p. 44.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cb90ac4c-f5c1-4fff-9cc8-70fcdbcf3cc0" label="13">
    <para> Een geschrift, te weten een NFI-rapport van 8 januari 2021, opgemaakt door ing. N. van Doorn, NFI-deskundige forensische drugsanalyse, ongenummerd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a0db2935-8b6e-4772-881c-7dbd716ea2ee" label="14">
    <para> Een geschrift, te weten een NFI-rapport van 2 maart 2021, opgemaakt door ing. F. Wallace, NFI-deskundige forensische drugsanalyse, ongenummerd.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>