<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-20T13:46:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/707619-17 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:133">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-20T11:41:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:133 Rechtbank Midden-Nederland , 20-01-2021 / 16/707619-17 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:133:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering. De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de staat, vast op € 167.826,37.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:133:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/707619-17 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 20 januari 2021 op de vordering van de officier van justitie tot ontneming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1985] te [geboorteplaats] (Syrië),</para>
      <para>wonende te [adres] , [woonplaats] ,  </para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is aan de orde geweest op de terechtzittingen van 1 april 2020, 23 september 2020 en 6 januari 2021. Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling heeft een schriftelijke conclusiewisseling plaatsgevonden tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 6 januari 2021. Veroordeelde is daarbij niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. D.M.A. van der Zwan en van hetgeen namens veroordeelde door mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>In de schriftelijke vordering is een ontnemingsbedrag van € 185.000,- vermeld. Ter terechtzitting van 23 september 2020 heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd in een bedrag van € 179.336,-. Ter terechtzitting van 6 januari 2021 heeft de officier van justitie de vordering opnieuw gewijzigd, nu de verdediging aannemelijk heeft gemaakt dat veroordeelde een bedrag van € 1.560,- aan contant geld heeft ontvangen van de huwelijksgasten op zijn bruiloft. De veroordeelde heeft op andere punten onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het gaat om inkomsten met een legale herkomst. Daarmee komt het te ontnemen bedrag uiteindelijk op € 177.776,- met een betalingsverplichting van gelijke hoogte, aldus de officier van justitie. Het onderbouwde standpunt van de officier van justitie volgt uit de conclusie van repliek, waarnaar wordt verwezen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen. Het Openbaar Ministerie heeft op geen enkele wijze gesteld, dan wel gemotiveerd dat er voldoende aanwijzingen zijn voor ‘andere feiten’ als bedoeld in artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair stelt de verdediging dat de vordering naar beneden dient te worden bijgesteld, namelijk naar een bedrag van € 38.736,-, omdat een aantal posten een legale bron van herkomst heeft. Op zitting heeft de verdediging gepersisteerd bij het schriftelijke standpunt. Het onderbouwde standpunt van de verdediging volgt uit de conclusies van antwoord en dupliek, waarnaar wordt verwezen.   </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>BEOORDELING VAN DE VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De grondslag van de vordering</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van 8 oktober 2018 van deze rechtbank, voor zover van belang, veroordeeld voor:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 1 </para>
        <para>het voorhanden hebben van meerdere vuurwapens en munitie van categorie III als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie op 16 januari 2018 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 2 </para>
        <para>het witwassen van voorwerpen, te weten:</para>
      </parablock>
      <para>- een geldbedrag van € 33.410,- </para>
      <para>- een geldbedrag van € 3.400,-  en</para>
      <para>- een geldbedrag van ongeveer € 684,05,</para>
      <para>op 16 januari 2018 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Veroordeelde is veroordeeld voor een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. De rechtbank acht het  aannemelijk dat andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen en de hierin opgenomen kasopstelling volgt dat bij betrokkene grote contante geldbedragen zijn aangetroffen en dat betrokkene in de onderzochte periode grote contante uitgaven heeft gedaan, terwijl blijkens bij de fiscus opgevraagde informatie betrokkene in deze periode geen inkomen had. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens artikel 36e lid 3 Wetboek van Strafrecht kan in dit geval aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.  De rechtbank is in de voornoemde situatie niet gehouden te concretiseren welke "andere strafbare feiten" op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.</para>
        <para>Ingevolge het onder a en b in artikel 36e lid 3 bepaalde kan worden vermoed dat uitgaven en voorwerpen die in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van het misdrijf zijn gedaan respectievelijk verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel belichamen, tenzij aannemelijk is dat aan deze uitgaven en voorwerpen een legale bron van inkomsten ten grondslag ligt. Hetgeen de verdediging in dit verband heeft aangevoerd, zal hieronder per uitgave/voorwerp worden besproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de berekening van de opbrengsten en kosten neemt de rechtbank – voor zover niet anders wordt vermeld – tot uitgangspunt wat is opgenomen in het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen.<footnote-ref linkend="_788bccca-4f8f-423a-8851-419acc1a54fe" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als uitgangspunt voor de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel baseert de rechtbank zich op de eenvoudige kasopstelling.<footnote-ref linkend="_1228416b-dcf1-4e67-a42f-059d50957ba2" /> Deze is tot stand gekomen op basis van het verschil tussen de contante inkomsten en contante uitgaven van veroordeelde in de periode van 1 januari 2016 tot en met 16 februari 2018. </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beginsaldo</emphasis>
          </para>
          <para>Het beginsaldo is € 0,-.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Legale contante inkomsten</emphasis>
          </para>
          <para>In totaal heeft veroordeelde een bedrag van € 2.505,71 opgenomen van zijn bankrekening.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Veroordeelde is op 3 november 2017, gedurende de onderzoeksperiode, gehuwd. De rechtbank heeft in de hoofdzaak reeds overwogen dat naar aanleiding van onderzoek aan de telefoon van echtgenote [echtgenote] , waarop afbeeldingen van enveloppen met geld zijn aangetroffen, aannemelijk is dat een bedrag van € 1.560,- is ontvangen van huwelijksgasten.  </para>
          <para>De verklaring van veroordeelde dat hij een aanzienlijk hoger bedrag van ongeveer € 25.000,- heeft ontvangen van de bruiloftsgasten, is op geen enkele wijze onderbouwd en derhalve niet aannemelijk geworden. De rechtbank gaat in de kasopstelling dan ook uit van een bedrag van € 1.560,-. Het totaal aan legale contante inkomsten komt daarmee op een totaalbedrag van € 4.065,71. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Eindsaldo contant geld</emphasis>
          </para>
          <para>In de onderzoeksperiode is onder veroordeelde contant geld in beslag genomen, namelijk een bedrag van € 684,08 aan muntgeld en een bedrag van € 3.400,- aan contant geld in de woning en in een rugtas een bedrag van € 33.410,-.<footnote-ref linkend="_137f4ec8-4878-4aa0-b7a1-901be20668b3" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Contante uitgaven </emphasis>
          </para>
          <para>In de onderzoeksperiode heeft veroordeelde feitelijk het navolgende uitgegeven:</para>
          <para>Kia Sportage € 6.000,-</para>
          <para>Volkswagen Passat € 9.950,-</para>
          <para>Audi A1 € 8.000,-</para>
          <para>Horloges  € 86.500,-</para>
          <para>Huur [hotel] € 19.485,-</para>
          <para>Huur parkeerplek € 400,- </para>
          <para>Tandartsbehandeling € 1.550,-</para>
          <para>Bruiloft € 12.463,-.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De posten ten aanzien waarvan verweer is gevoerd door de verdediging, zullen hieronder worden besproken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Volkswagen Passat </emphasis>
          </para>
          <para>Aannemelijk is dat veroordeelde op 24 november 2017 de betreffende Volkswagen Passat CC heeft aangeschaft; hij ruilde hiervoor een Kia Sportage ter waarde van € 10.000,- in en legde contant € 9.950,- bij. Dat hij dit bedrag betaald heeft is ook niet ontkend door veroordeelde.<footnote-ref linkend="_8350325f-8255-4334-aed3-c47841e26928" /> Veroordeelde heeft deze uitgave voor de aankoop van de Volkswagen Passat voldaan en daarmee genot gehad van een auto van deze waarde. Dat de auto uiteindelijk abusievelijk door de douane is teruggegeven aan de tenaamgestelde doet niets af aan het genoten voordeel. Dit bedrag dient naar het oordeel van de rechtbank derhalve volledig te worden meegenomen in de kasopstelling.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Horloges</emphasis>
          </para>
          <para>Onder veroordeelde is een viertal horloges in beslag genomen, te weten een merkvervalsing Rolex, twee roségouden Rolexen en een roségouden Audemars Piguet. Deze horloges zijn getaxeerd en de waarde hiervan is door de taxateur bepaald op een bedrag van in totaal € 89.000,-.<footnote-ref linkend="_39437cfc-faf3-4c36-b939-8da8a0b9899d" /> Naar aanleiding van een aangetroffen factuur van een juwelier is de rechtbank in navolging van de officier van justitie van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde voor de roségouden Rolex met modelnummer 116231 een bedrag van € 8.000,-(in plaats van € 10.500,-) contant heeft betaald.<footnote-ref linkend="_8ebfe0a4-22cf-4cd4-81ba-4beb87fcdbc7" /></para>
          <para>De stelling van de verdediging dat veroordeelde de overige horloges heeft geleend en niet heeft gekocht is op geen enkele wijze onderbouwd en derhalve niet aannemelijk geworden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Huur [hotel] </emphasis>
          </para>
          <para>Veroordeelde heeft een bedrag van € 19.485.- aan huurpenningen vooruit betaald aan de heer [A] .<footnote-ref linkend="_528b3de0-fe65-4a70-bc5a-4df83ed26e68" /> Dat de heer [A] , na de aanhouding van veroordeelde, een groot deel van het bedrag zou hebben teruggegeven aan de familie van veroordeelde doet niet af aan de omstandigheid dat veroordeelde heeft beschikt over een dergelijk contant geldbedrag Het geldbedrag wordt derhalve volledig meegenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Kosten bruiloft</emphasis>
          </para>
          <para>Op de telefoon die onder veroordeelde in beslag is genomen zijn WhatsApp-gesprekken aangetroffen waarin wordt gesproken over betalingen ten behoeve van zijn bruiloft, te weten  betaling van € 2.400,- voor twee optredens van een band, € 3.800,- voor de huur van enkele exclusieve auto’s, € 8.500,- borg voor deze huurauto’s en € 3.750,- voor de huur van een ruimte bij ‘Het Witte Huis’ in Almere. Bij elkaar is dit een bedrag van € 18.450,-.<footnote-ref linkend="_c8f42e33-e29a-4f3a-83a5-9f20e75acd1d" /></para>
          <para>De rechtbank gaat er van uit dat veroordeelde deze uitgaven heeft gedaan. Het betrof de bruiloft van veroordeelde zelf. Nu de veroordeelde niet aannemelijk heeft gemaakt dat iemand anders de bruiloftskosten voor hem heeft betaald en nu van deze uitgaven niets werd terug gevonden op de bankmutaties, is voldoende aannemelijk dat veroordeelde deze betalingen zelf contant heeft voldaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.5</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Kasopstelling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank komt gelet op het bovenstaande tot de volgende kasopstelling. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Contante inkomsten:	€ 2.505,71 (bankopnames)</para>
          <para>			€ 1.560,00 (giften bruiloft)</para>
          <para>                                     ---------------------------------------</para>
          <para>			€ 4.065,71 (totaal)</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Eindsaldo contant geld:			                          € 37.494,08</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Contante uitgaven:					€   6.000,00 (Kia)</para>
          <para>							€   9.950,00 (Volkswagen Passat)</para>
          <para>							€   8.000,00 (Audi) </para>
          <para>							€ 86.500,00 (horloges)</para>
          <para>							€ 19.485,00 (huur woning)</para>
          <para>							€      400,00 (huur parkeerplek)</para>
          <para>							€    1.550,00 (tandarts)</para>
          <para>							€  12.463,00 (bruiloft)</para>
          <para>						          --------------------------------------------</para>
          <para>							€ 181.842,08(totaal)</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>Totale kasverschil (€ 4.065,71 - € 181.842,08 =) € -177.776,37. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.5.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 177.776,37. Niet aannemelijk is geworden dat aan de uitgaven en voorwerpen die ten grondslag liggen aan dit bedrag, een legale bron van inkomsten ten grondslag ligt.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet aanleiding om het te betalen bedrag lager vast te stellen dan het geschatte voordeel. De Volkswagen Passat CC is door de douane abusievelijk geretourneerd aan de tenaamgestelde (niet zijnde veroordeelde), terwijl de auto in beslag genomen was ten laste van veroordeelde. Nu het niet aan de schuld van veroordeelde is te wijten dat de auto is geretourneerd aan de tenaamgestelde en dat aldus geen verhaal meer mogelijk is door verkoop van deze auto, zal het bedrag van de Volkswagen Passat CC à € 9.950,- in mindering worden gebracht op de betalingsverplichting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de staat, vast op € 167.826,37.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>TOEGEPAST WETSARTIKEL</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 177.776,37 (zegge: honderdzevenenzeventigduizend zevenhonderdzesenzeventig euro en zevenendertig eurocent);</para>
    <para />
    <para>- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 167.826,37 (zegge: honderdzevenenzestigduizend achthonderdzesentwintig euro en zevenendertig eurocent) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 365 dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. M.E. Falkmann en L.M.M. Heppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. van Olst-Baaziz, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 januari 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_788bccca-4f8f-423a-8851-419acc1a54fe" label="1">
    <para> Het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen, opgenomen in het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer Fin. 180222.0915 (pagina 589 tot en met 599, met bijlagen).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1228416b-dcf1-4e67-a42f-059d50957ba2" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen, pag. 597.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_137f4ec8-4878-4aa0-b7a1-901be20668b3" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen, pag. 593 onder 2.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8350325f-8255-4334-aed3-c47841e26928" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen, pag. 593 onder 2.4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39437cfc-faf3-4c36-b939-8da8a0b9899d" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen, pag. 593, onder 2.2 en een schriftelijk bescheid, te weten een taxatierapport van Waarborg Holland, pag. 705 en 706.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ebfe0a4-22cf-4cd4-81ba-4beb87fcdbc7" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen, pag. 134.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_528b3de0-fe65-4a70-bc5a-4df83ed26e68" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen, pag. 593, onder 2.3. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c8f42e33-e29a-4f3a-83a5-9f20e75acd1d" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van relaas betreffende het onderzoek naar witwassen, pag. 594 onder 2.6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>