<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:1180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/3526</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2022/264</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:1180">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:1180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-14T14:20:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:1180 Rechtbank Midden-Nederland , 17-03-2021 / UTR 20/3526</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:1180:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser is leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag, ook als die wordt afgewezen. Het beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:1180:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 20/3526</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van <?linebreak?>17 maart 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht</emphasis>, verweerder,</para>
      <para>(gemachtigde: R. Janmaat).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om een extra verdieping op de woning aan de [adres] te [plaats] te bouwen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht heeft deze aanvraag afgewezen bij besluit van 16 januari 2020 omdat het bouwplan van eiser in strijd is met de beheersverordening ‘De Meern Noord, Maximapark, Vogelenbuurt, Wittevrouwen (hierna: de beheersverordening)’ en een goede ruimtelijke ordening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij factuur van 24 januari 2020 heeft verweerder aan eiser een bedrag van € 1.681,10 aan leges in rekening gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard. Verweerder heeft de legesfactuur met € 406,80 verlaagd naar € 1.274,30.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft met de gemeente contact gehad over zijn aanvraag en heeft naar aanleiding daarvan zijn bouwplan gewijzigd. Pas daarna heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht hem meegedeeld dat er vanaf 2016 een bestemmingsplan (de rechtbank begrijpt: de beheersverordening) geldt op grond waarvan eiser helemaal geen extra verdieping op zijn huis kan plaatsen. Als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht dit tijdig had doorgegeven, had eiser geen omgevingsvergunning aangevraagd. Daarom is volledige restitutie van de legeskosten op zijn plaats, aldus eiser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2021. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. De rechtbank overweegt dat eiser een aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft ingediend. De leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag en niet alleen voor het verlenen van de vergunning. Daar komt bij dat – zoals verweerder in het verweerschrift heeft toegelicht – het mogelijk is om eerst een ‘indicatie omgevingsvergunning’ aan te vragen, om zo te voorkomen dat voor niets een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Dat eiser dat niet heeft gedaan komt voor zijn eigen risico. De rechtbank overweegt voorts dat de overige argumenten die eiser naar voren heeft gebracht mogelijk aan de orde komen bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning, maar niet van invloed zijn op de vraag of eiser leges is verschuldigd. </para>
    <para />
    <para>3. Omdat het beroep ongegrond is, bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2021 door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>