<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-12T10:01:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/169288-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:815">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-12T10:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:815 Rechtbank Midden-Nederland , 14-02-2020 / 16/169288-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:815:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van hennep in de woning van haar vriend, die daar een hennepkwekerij had opgezet. Zij wordt veroordeeld tot een deels voorwaardelijke geldboete.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:815:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/169288-19 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 14 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres 1] , [postcode] [woonplaats] . </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtszaak tegen verdachte heeft plaatsgevonden op 31 januari 2020. Omdat verdachte bij de zitting aanwezig was, is juridisch gezien sprake van een vonnis op tegenspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op de zitting gesproken met en geluisterd naar verdachte zelf, haar advocaat mr. A.E.M.C. Koudijs en officier van justitie mr. T. Tanghe. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verdenkt verdachte ervan dat zij op 15 juli 2019 in Nieuwegein opzettelijk 51 hennepplanten aanwezig heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze verdenking staat beschreven in de tenlastelegging. De volledige tenlastelegging is in de bijlage bij dit vonnis opgenomen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in deze zaak, moet zij kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mocht verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vindt dat kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Verdachte wist dat haar vriend een hennepkwekerij in zijn woning had. Zij deed hier niet alleen niets tegen, maar betaalde mee aan de huur en rookte bovendien elke dag wiet. Volgens de officier van justitie is onder deze omstandigheden sprake van ‘voorwaardelijk opzet’ op het aanwezig hebben van de hennepplanten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat van verdachte heeft de rechtbank gevraagd verdachte vrij te spreken. Hij heeft aangevoerd dat verdachte wel op de hoogte was van de hennepkwekerij, maar zelf geen enkele bijdrage heeft geleverd aan de hennepkwekerij. Hij is daarom van mening dat het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_106ca6a9-d7ac-4230-9baa-a68d23339f64" />
        </para>
        <para>Op 15 juli 2019 is op het adres [adres 2] in [plaatsnaam] een hennepkwekerij aangetroffen.<footnote-ref linkend="_89f4fd72-8098-4133-b5eb-f2519ba1bf36" /> Er zaten 51 hennepplanten in de potten.<footnote-ref linkend="_5c3ce149-bb67-4ec1-aa2e-f39f2dccb38c" /> De hoofdbewoner van deze woning was [A] . In de woning was verder onder meer [verdachte] aanwezig.<footnote-ref linkend="_d4d427e7-9e3c-4eb9-9940-1bf6a02b05fc" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat zij wist dat er een hennepkwekerij aanwezig was in de woning van haar vriend [voornaam van A] . Zij verbleef in het weekend en soms ook doordeweeks in deze woning. Zij betaalde € 600,00 tot € 700,00 per maand (van haar totale inkomen van ongeveer € 900,00 per maand) aan [voornaam van A] voor hun gezamenlijke kosten. Zij en [voornaam van A] rookten elke dag wiet. [voornaam van A] regelde deze wiet. Zij wist niet waar deze wiet vandaan kwam en wilde dit ook niet weten.<footnote-ref linkend="_bbc22933-11b8-470a-81a5-72a0a15223dd" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>Door de verdediging is ter zitting aangevoerd dat verdachte geen enkele bijdrage heeft geleverd aan de hennepkwekerij en daarom zou moeten worden vrijgesproken. De rechtbank ziet dit anders. Voor een bewezenverklaring van de verdenking van het aanwezig hebben van hennep is het niet nodig dat verdachte de eigenaar van de hennep was of dat verdachte kon beschikken over deze hennep. Voldoende is dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennep en dat de hennep zich in de machtssfeer van verdachte bevond. Verdachte heeft verklaard dat zij wist dat er een hennepkwekerij aanwezig was in de woning waar zij wekelijks verbleef. Zij heeft aangegeven dat zij niets met de hennepkwekerij te maken wilde hebben, maar bleef desondanks wel in de woning komen. Ook heeft zij aangegeven elke dag te blowen, maar niet te (willen) weten waar deze wiet vandaan komt. Verdachte heeft zich zodoende niet alleen niet van de hennepkwekerij gedistantieerd, maar - door maandelijks een groot gedeelte van haar inkomen aan verdachte over te maken - ook een bijdrage geleverd aan de kosten van haar vriend, de eigenaar van de hennepkwekerij. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat verdachte zodanige zeggenschap over de woning en daarmee de hennepplanten kon uitoefenen, dat kan worden geconcludeerd dat (ook) zij de hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank vindt daarom dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend is bewezen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 15 juli 2019 te Nieuwegein opzettelijk aanwezig heeft gehad  51 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte zal worden vrijgesproken van alles wat meer in de tenlastelegging is opgenomen dan wat hierboven is bewezen verklaard. De rechtbank heeft spel- en typfouten in de tenlastelegging aangepast, maar dat is niet in het nadeel van verdachte gebeurd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedragingen zijn volgens de wet alleen strafbaar als er geen rechtvaardigingsgrond voor die gedragingen bestaat. Er is niet gebleken dat er zo'n rechtvaardigingsgrond voor het door verdachte gepleegde feit bestond. Dit feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet noemt het door verdachte gepleegde feit: <emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachten zijn volgens de wet alleen strafbaar als zij geen beroep kunnen doen op een schulduitsluitingsgrond. Er is niet gebleken dat er in het geval van verdachte sprake is van zo’n schulduitsluitingsgrond. Verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een geldboete ter hoogte van 1.000,00 euro, waarvan 500,00 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De advocaat van verdachte heeft zich niet uitgelaten over een eventueel op te leggen straf.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van een passende straf rekening gehouden met de ernst van het strafbare feit, de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft 51 hennepplanten aanwezig gehad. Zij heeft de hennepplanten niet zelf geteeld, maar deze planten bevonden zich wel in haar machtssfeer. Het kweken van hennep veroorzaakt overlast en gevaar voor de maatschappij, omdat (langdurig) gebruik van hennep schadelijk is voor de gezondheid van de gebruikers ervan en hennepteelt daarnaast gepaard gaat met verschillende vormen van criminaliteit. De rechtbank neemt het verdachte daarom kwalijk dat zij zich niet van de hennepteelt heeft gedistantieerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft rekening gehouden met de justitiële documentatie (het ‘strafblad’) van verdachte van 30 december 2019. Hieruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een geldboete ter hoogte van 500,00 euro, waarvan 250,00 euro voorwaardelijk, in deze zaak passend is. Verdachte zal het voorwaardelijke gedeelte van de geldboete niet hoeven betalen als zij gedurende de proeftijd van 2 jaar geen strafbaar feit zal plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat de opgelegde geldboete niet hoger is dan 500,00 euro, is het verlofstelsel van toepassing. Dit betekent dat, wanneer in deze zaak hoger beroep wordt ingesteld, de zaak alleen in hoger beroep zal worden behandeld indien de voorzitter bij het gerechtshof daar toestemming voor geeft omdat hij het belang daarvoor ziet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de volgende artikelen toegepast:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>14a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>3 en 11 van de Opiumwet. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete </emphasis>ter hoogte van <emphasis role="bold">500,00 euro</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis;</para>
    <para>- bepaalt dat van de geldboete een gedeelte van <emphasis role="bold">250,00 euro</emphasis> niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaar vast; </para>
    <para>- als voorwaarde geldt dat verdachte zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- deze zaak valt onder het verlofstelsel.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Akkermans, voorzitter, </para>
      <para>mrs. L.E. Verschoor-Bergsma en J.W.B. Snijders Blok, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.Z. Schoppink, griffier, </para>
      <para>en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 februari 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 15 juli 2019 te Nieuwegein opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 51 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_106ca6a9-d7ac-4230-9baa-a68d23339f64" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 25 juli 2019, genummerd PL0900-2019223023Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 140. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_89f4fd72-8098-4133-b5eb-f2519ba1bf36" label="2">
    <para> Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 6. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c3ce149-bb67-4ec1-aa2e-f39f2dccb38c" label="3">
    <para> Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 7. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d4d427e7-9e3c-4eb9-9940-1bf6a02b05fc" label="4">
    <para> Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p. 8. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bbc22933-11b8-470a-81a5-72a0a15223dd" label="5">
    <para> Proces-verbaal ter terechtzitting van 31 januari 2020. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>