<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:744</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:22:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7935870 UC EXPL 19-7899</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2020/147</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:744">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:744</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-05T07:50:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:744 Rechtbank Midden-Nederland , 05-02-2020 / 7935870 UC EXPL 19-7899</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:744:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>proceskosten veroordeling gedaagde ondanks afwijzen vordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:744:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 7935870 UC EXPL  19-7899 JK/880</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 5 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">KAV Autoverhuur B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>verder ook te noemen KAV autoverhuur,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: S. Baldinger,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>vertegenwoordigd door [A] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding</para>
      <para>- de conclusie van antwoord</para>
      <para>- de conclusie van repliek.</para>
      <para>Een conclusie van dupliek heeft [gedaagde] ondanks de gelegenheid daarvoor niet ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] twee openstaande facturen aan KAV autoverhuur moet betalen. Volgens KAV autoverhuur heeft [gedaagde] op of omstreeks [datum] 2015 een Mercedes trekker city en een trailer bij haar gehuurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>KAV autoverhuur vordert in deze procedure om [gedaagde] te veroordelen om de hoofdsom van € 379,14 te betalen. Dit bedrag bestaat uit de twee facturen van samen </para>
        <para>€ 282,66. Daar komen dan nog de buitengerechtelijke incassokosten, de rente en de proceskosten bij. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] betwist dat er door hem ondertekende opdrachtbevestigingen zijn die ten grondslag aan de facturen liggen gaat het in deze zaak om de vraag of er een huurovereenkomst voor de trekker en trailer tot stand is gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter constateert dat KAV autoverhuur twee facturen bij de dagvaarding heeft gevoegd maar dat verder bewijs voor de verhuur van de trekker en trailer aan [gedaagde] op [datum] 2015 ontbreekt. Een kopie van het rijbewijs van [B] die de voertuigen namens [gedaagde] zou hebben opgehaald en toen werkzaam was bij of voor [gedaagde] , is onvoldoende om een overeenkomst aan te nemen. KAV autoverhuur geeft aan dat zij uit haar oude systeem verder geen gegevens meer kan achterhalen. Wel heeft zij aangeboden om door middel van getuigen bewijs te leveren. De heer [C] en de heer [D] zouden kunnen getuigen. Wat de heer [C] kan verklaren, daar zegt KAV autoverhuur niets over. Volgens KAV autoverhuur was [D] nauw betrokken bij de verhuur van de betreffende trekker-oplegger maar zij legt niet uit of en wat hij kan verklaren over een opdracht of overeenkomst die hieraan ten grondslag ligt. Zo wordt niet concreet wat de getuigen over een huurovereenkomst van 9 juli 2015 met [gedaagde] kunnen verklaren. Daarmee blijft het bewijsaanbod te vaag en passeert de kantonrechter dit aanbod. Het was aan KAV autoverhuur om met meer te komen. Bijvoorbeeld een overeenkomst of een getekende opdracht(bon) dan wel een schriftelijke verklaring van de heer [D] of de heer [C] over wat zij nu nog weten en kunnen verklaren over een overeenkomst op [datum] 2015 met [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In deze procedure is dus niet gebleken van een overeenkomst op grond waarvan [gedaagde] de facturen aan KAV autoverhuur zou moeten betalen. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering zal afwijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Over de vraag wie de proceskosten moet betalen geldt het volgende. Uit de stukken blijkt dat KAV autoverhuur meerdere betalingsherinneringen aan [gedaagde] heeft gestuurd. [gedaagde] ontkent dat ook niet maar heeft daar niet op gereageerd. Als [gedaagde] niet op aanmaningen reageert van facturen die volgens haar onjuist zijn, kan KAV autoverhuur eventuele fouten niet herstellen en zal om de facturen betaald te krijgen een gerechtelijke procedure starten. Door in het geheel niet te reageren jaagt men zo de ander op kosten. Pas in deze procedure komt [gedaagde] met het verweer dat er geen opdrachtbevestigingen zijn. [gedaagde] had dat standpunt al eerder aan KAV autoverhuur kunnen laten weten. Deze procedure met de bijbehorende kosten was dan mogelijk voorkomen. De kantonrechter ziet daarom reden om [gedaagde] in de proceskosten te veroordelen. Het gaat in totaal om € 351,27, de optelsom van het griffierecht van € 121,--, exploot van de dagvaarding € 86,27 en het salaris € 144,-.     </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van KAV autoverhuur, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 351,27, waarin begrepen € 144,-- aan salaris gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze proceskosten veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Killian kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>