<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:5820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-23T10:18:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/3305</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5820">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-23T09:54:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:5820 Rechtbank Midden-Nederland , 22-10-2020 / UTR 20/3305</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5820:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspraak buiten zitting. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen in verband met het ontbreken van een spoedeisend belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5820:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 20/3305</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 oktober 2020  in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker 1], </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 3]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 4]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 5]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 6]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 7]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 8]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 9]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [verzoeker 10]
          </emphasis>,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [verzoeker 11]
          </emphasis>,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [verzoeker 12]
          </emphasis>,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [verzoeker 13]
          </emphasis>, </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [verzoeker 14]
          </emphasis>, en </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [verzoeker 15]
          </emphasis>, </para>
        <para>(gemachtigde: mr. J.J.W. Lamme),</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>samen verzoekers,</para>
        <para>allen te Weesp, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp, verweerder.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: <emphasis role="bold">[vergunninghoudster]</emphasis>, te [woonplaats], gemachtigde: mr. K.L. Markerink.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <para>1. Derde-partij (hierna: vergunninghoudster) is eigenaar van de percelen aan het [straat] [huisnummer 1] en [huisnummer 2] in Weesp. Op de percelen stonden zorgwoningen. Op 16 april 2020 heeft vergunninghoudster bij verweerder een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het transformeren van de zorgwoningen naar negen zelfstandige appartementen. </para>
    <para />
    <para>2. Met het besluit van 6 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van de zorgwoningen naar negen zelfstandige appartementen. Tegen het primaire besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    <bridgehead role="bold">Overwegingen</bridgehead>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen. </para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist<footnote-ref linkend="_4bf6d841-e864-4bec-8b81-beb654f1fd5e" />. Dit betekent onder andere dat de voorzieningenrechter eerst beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang. Als dat zo is, behandelt de voorzieningenrechter het verzoek (ook) inhoudelijk. </para>
    <para />
    <para>5. Verzoekers zijn allen woonachtig aan het [straat] in Weesp. Volgens verzoekers is de verleende omgevingsvergunning in strijd met het geldende bestemmingsplan en de goede ruimtelijke ordening. Verzoekers vrezen dat de leefbaarheid van het plein onder druk komt te staan door de geplande transformatie. Daarbij is onder andere de toename van parkeerdruk op het plein voor verzoekers een grote zorg. </para>
    <para />
    <para>6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben verzoekers geen spoedeisend belang bij het schorsen van de verleende omgevingsvergunning. Uit de toelichting van vergunninghouder van 5 oktober 2020 volgt dat de bouwwerkzaamheden inmiddels volledig zijn afgerond. Verzoekers hebben toegelicht dat zij ook vermoeden dat de bouwwerkzaamheden nagenoeg zijn afgerond, maar dat hun spoedeisend belang is gelegen in het voorkomen dat de woningen in gebruik genomen worden. Dit leidt echter niet tot een ander oordeel. De omgevingsvergunning van 6 augustus 2020 is namelijk verleend voor het uitvoeren van bouwactiviteiten en voor het afwijken van het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter kan dan ook alleen voor deze activiteiten beoordelen of een voorlopige voorziening moet worden getroffen. Met het verzoek om voorlopige voorziening kan niet worden voorkomen dat de woningen worden bewoond. Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. </para>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E. M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is verhinderd de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier										voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
  <footnote id="_4bf6d841-e864-4bec-8b81-beb654f1fd5e" label="1">
    <para> Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>