<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:5667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T14:29:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.052318-20 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5667">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-30T10:37:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:5667 Rechtbank Midden-Nederland , 30-12-2020 / 16.052318-20 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5667:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens uitkeringsfraude en het voordeel trekken uit een door een ander d.m.v. uitkeringsfraude verkregen uitkering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5667:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.052318-20 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 30 december 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1960] te [geboorteplaats] (Syrië),</para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres] te [woonplaats] ,</para>
      <para>wonende, althans verblijvende aan de [adres] te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Lelystad,</para>
      <para>hierna te noemen: verdachte.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 juli 2020, 23 september 2020 en 16 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de inhoudelijke behandeling van de zaak op 16 december 2020 kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen mr. M. Bouwman, advocaat te Amsterdam, namens verdachte naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?><emphasis role="italic">in de periode 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 in Hilversum uitkeringsfraude heeft gepleegd, in die zin dat hij ter bevoordeling van zichzelf of een ander opzettelijk heeft nagelaten inlichtingen te verstrekken waarvan hij wist dat deze van belang waren voor het vaststellen van het recht op een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand en/of Participatiewet dan wel de hoogte of duur van die uitkering;</emphasis></para>
    <para />
    <para>2  </para>
    <bridgehead role="italic">in de periode 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 in Hilversum opzettelijk voordeel heeft genoten van hetgeen ten behoeve van een gezamenlijke huishouding van [medeverdachte] en verdachte is aangeschaft met geld uit een uitkering die [medeverdachte] krachtens de Wet werk en bijstand en/of Participatiewet ontving, terwijl die uitkering door uitkeringsfraude was verkregen.</bridgehead>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_ce34ce16-c429-4e6d-93de-7da5e8c0a92e" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan verdachte is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum vanaf 8 juli 2008 een uitkering toegekend ingevolge de Wet werk en bijstand, naar de norm van een alleenstaande. Vanaf 1 januari 2015 is door voornoemd college aan verdachte een uitkering toegekend ingevolge de Participatiewet, naar de norm van een alleenstaande.<footnote-ref linkend="_57433997-3165-42cf-bf4a-cb6bce38b1a5" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft tot 11 juli 2008 ingeschreven gestaan op het adres [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_ba17050e-3624-4b54-b86a-c05791c055a4" /> Hij heeft een woning toegewezen gekregen aan de [adres] te [woonplaats] ingaande 8 juli 2008<footnote-ref linkend="_380cf9ab-e4e1-40f0-9be3-4e2b3458150d" />, op welk adres hij staat ingeschreven per 11 juli 2008.<footnote-ref linkend="_5d0844f6-4de0-4803-9049-c9b5a7747013" /> Vast staat dat verdachte sedertdien op geen enkele wijze melding heeft gemaakt van een wijziging in zijn woonsituatie of van een gezamenlijke huishouding met medeverdachte [medeverdachte] (hierna te noemen: [medeverdachte] ) op het adres [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_12e09120-547e-4835-8604-e8862ffc3bce" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de door verdachte ontvangen uitkering betreft de benadelingsperiode de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019.<footnote-ref linkend="_46b451a3-1673-4a12-bc71-fdca5caebde5" /> Het benadelingsbedrag bedraagt 151.285,90 euro.<footnote-ref linkend="_320e5074-101a-473c-a725-bf3521a739cd" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij beslissing van burgemeester en wethouders van Hilversum van 16 juli 2008 is de aan [medeverdachte] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , toegekende uitkering op grond van de Wet werk en bijstand gewijzigd om reden dat haar persoonlijke situatie is veranderd, in die zin dat de heer [verdachte] (verdachte) per 8 juli 2008 zelfstandige woonruimte heeft. Vanaf 8 juli 2008 is de bijstandsnorm van [medeverdachte] gewijzigd in de norm alleenstaande ouder.<footnote-ref linkend="_bb7800b7-ad88-499c-95a4-f99195807fd7" /> Vast staat dat [medeverdachte] sedertdien op geen enkele wijze melding heeft gemaakt van een gezamenlijke huishouding met verdachte op het adres [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_2cad3a3f-ffcf-4207-a531-84879a8d2b29" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de door [medeverdachte] ontvangen uitkering betreft de benadelingsperiode de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019.<footnote-ref linkend="_94eb4e3f-db1f-4464-b3d1-276cc7a6cdb2" /> Het benadelingsbedrag bedraagt 38.849,59 euro.<footnote-ref linkend="_2562ef0b-fe0c-4b48-9f9a-611844f33bfb" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte en [medeverdachte] zijn tot 8 november 2005 getrouwd geweest en hebben samen drie kinderen.<footnote-ref linkend="_a25d6f01-6740-4ad9-9448-f1e9228e6075" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige 1] verklaart dat zij op een haar getoonde foto<footnote-ref linkend="_fbe7017b-9e2c-45eb-9bde-1252d1c9cc33" /> de buren herkent die wonen op de [adres] in [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_aa9eecf0-fc38-49fa-981a-6e90646eb20f" /> De achternaam van deze buren is [verdachte] en de man heet [verdachte] . Deze buren wonen al ruim 20/22 jaar op dit adres. Ze gaan wel eens op vakantie naar Dubai en ze zijn ook in Syrië geweest. De buurman was er altijd; hij is wel veel op pad maar hij is altijd thuis. De getuige ziet de man en vrouw dagelijks. Voor de periode dat de man er een paar maanden niet is geweest, was hij er ook dagelijks.<footnote-ref linkend="_ee848fc2-c26f-4e48-8b7a-9dca58413640" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige 2] verklaart op 29 januari 2020 dat zij op een haar getoonde foto<footnote-ref linkend="_cda294d6-a1d8-44c5-a85f-02675599eb12" /> de man en vrouw herkent als de bewoners van de [adres] te [woonplaats] . De man en vrouw heten [verdachte] en zijn hier ongeveer 20 jaar geleden samen komen wonen.<footnote-ref linkend="_3ec5e15c-bf99-4a06-b50e-8a51635a0704" /> De man is een poosje weggeweest. Ongeveer anderhalf à twee maanden geleden is de man weer teruggekomen. Voor de periode dat hij weg was, was hij er altijd overdag. ’s Avonds was hij wel eens weg, maar dan kwam hij ’s nachts thuis.<footnote-ref linkend="_517d8d7f-67ba-4bbe-a93b-ca15448c6d88" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige 3] is sinds 2002 woonachtig in de [straat] te [woonplaats] . Op een haar getoonde foto<footnote-ref linkend="_7fe5ecde-25fb-4450-9305-870c85696e61" /> herkent zij de man en vrouw als de bewoners van nummer [nummer] . Hun achternaam is [verdachte] . De getuige weet dit omdat zij ieder jaar met kerst een kerstkaartje in de brievenbus doen met daarop ‘Familie [verdachte] nummer [nummer] ’.<footnote-ref linkend="_94b06d7c-bbed-41af-8a5a-0b92c69e9a49" /> De man en vrouw woonden er al toen de getuige in de [straat] kwam wonen. In 2019 is het de getuige opgevallen dat zij de man opeens niet meer zag; zij heeft hem eind 2019 weer zien lopen. Voor de periode dat hij weg was, heeft de getuige de man altijd dagelijks gezien.<footnote-ref linkend="_0d74bcef-2d8b-4d25-b66a-166489ee235a" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte] verklaart dat verdachte een sleutel heeft van de woning aan de [adres] te [woonplaats] en dat hij af en toe op zolder slaapt.<footnote-ref linkend="_f9d28c04-32e7-45d6-8b62-14c4d2ef6d27" /> Op 3 maart 2019 werd in de auto van verdachte een sleutelbos aangetroffen met daaraan een sleutel die paste op het voordeurslot van perceel [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_9e6fd750-b71c-4364-be37-0e454473ec80" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 1 maart 2019 is onder verdachte een mobiele telefoon, voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer] , inbeslaggenomen.<footnote-ref linkend="_0655706b-6873-4ff1-bee9-1f9c2cf93194" /> Dit nummer stond op naam van [verdachte] , [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_275a5a49-5540-4765-a8c4-d4556a5aa951" /> In de telefoon is een app zichtbaar genaamd ‘Maps’. Onder het kopje ‘mijn plaatsen’ stond als thuisadres: [adres] , [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_e8ba1b38-f986-4127-b5be-2bab35270775" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De woning aan de [adres] te [woonplaats] ligt het dichtst bij de zendmast aan de [adres] te [woonplaats] . In de periode 1 september 2018 tot en met 7 maart 2019 werd deze zendmast door de mobiele telefoon van verdachte 2033 keer aangestraald. De woning aan de [adres] te [woonplaats] ligt het dichtst bij de zendmasten aan het [adres] te [woonplaats] en de [adres] te [woonplaats] , welke zendmasten in genoemde periode respectievelijk 138 keer en 76 keer door deze telefoon werden aangestraald.<footnote-ref linkend="_76afdbd4-e2fd-4a9c-be6e-943dd18a02b2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 1 maart 2019 is door PostNL een pakketje bezorgd op het adres [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_14546428-80c3-4c13-8b3b-81766b20effe" /> Verdachte verklaart dat dit de levering betrof van een door hem bestelde broek.<footnote-ref linkend="_a34d6bef-d35a-46cf-ad0b-094376774a70" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 4 maart 2019 werden bij een doorzoeking van de woning aan de [adres] te [woonplaats] waarnemingen gedaan dat er mogelijk sprake was van bewoning door een mannelijke bewoner. Zo werden er bijvoorbeeld op verschillende plaatsen herenschoenen aangetroffen.<footnote-ref linkend="_a67b10f6-095a-4f06-ba16-17d5f27230a5" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft een op zijn naam gestelde ING-bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] op het adres [adres] te [woonplaats] . Dit adres is bij de opening van de rekening vastgelegd en tussentijds nooit veranderd. Gemachtigde van deze rekening is [medeverdachte] .<footnote-ref linkend="_dd9ac153-0f48-4b0f-9800-a28a084e82ed" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de periode 11 januari 2013 tot en met 27 december 2019 hebben ten laste van voornoemde ING-bankrekening in totaal 258 pintransacties plaatsgevonden bij filialen van Albert Heijn in [woonplaats] , waarvan 254 transacties bij een filiaal gelegen op een afstand van 850 meter van het adres [adres] te [woonplaats] en 4 transacties bij een filiaal dat dichter in de buurt van de [adres] te [woonplaats] is gelegen.<footnote-ref linkend="_a91026f9-d9c6-4812-9c9e-5d1501f9fadc" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezamenlijke huishouding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de vraag of verdachte en [medeverdachte] een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd, dient allereerst te worden vastgesteld of zij beiden hun hoofdverblijf hebben gehad in dezelfde woning. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] in de ten laste gelegde periode gezamenlijk hun hoofdverblijf hebben gehad in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . De rechtbank wordt gesterkt in deze overtuiging door onderzoeksbevindingen van een tweetal verbalisanten van politie Midden-Nederland in de woning aan de [adres] te [woonplaats] op 1 maart 2019, waaruit volgt dat deze woning minimaal was gemeubileerd en niet de indruk gaf van een normale bewoning.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens artikel 3, vierde lid, van de Wet werk en bijstand / Participatiewet (zoals dit artikel luidde in de periode van het ten laste gelegde) wordt een gezamenlijke huishouding in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden, zijnde verdachte en [medeverdachte] , hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij gehuwd zijn geweest of uit hun relatie een kind is geboren. Onder die omstandigheden volgt uit de wet een onweerlegbaar rechtsvermoeden dat sprake is van een gezamenlijke huishouding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en -overwegingen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte] in de ten laste gelegde periode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzetverweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de verdediging is betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten de benodigde gegevens te verstrekken die van belang waren voor zijn uitkering. Omdat verdachte niet wist dat hij iets deed wat door instanties wordt gezien als samenwonen of als het voeren van een gezamenlijke huishouding, wist hij ook niet dat hij dit moest melden. Daarbij speelde ook de taalbarrière een rol. Er was geen sprake van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft met ingang van 8 juli 2008 een uitkering toegekend gekregen ingevolge de Wet werk en bijstand, naar de norm van een alleenstaande. Deze toekenning heeft plaatsgevonden nadat verdachte zich heeft laten uitschrijven van het adres aan de [adres] te [woonplaats] en hij een woning toegewezen heeft gekregen aan de [adres] te [woonplaats] . Vanaf dat moment heeft tevens een wijziging plaatsgevonden van de door [medeverdachte] ontvangen uitkering, in die zin dat de bijstandsnorm is gewijzigd in de norm voor een alleenstaande ouder. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat het verdachte bekend is geweest dat een wijziging in de persoonlijke situatie, inhoudende dat niet langer sprake is van samenwoning maar van een gescheiden leven op twee adressen, tot wijziging van de uitkeringssituatie leidt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Reeds op grond van het voorgaande kan niet worden gesteld dat verdachte niet heeft geweten dat een wijziging van de persoonlijke situatie tot wijziging van de uitkeringssituatie leidt en dat hij gegevens betreffende dergelijke wijzigingen niet behoefde te melden. Ook is het zo dat bij toekenning van een uitkering, in contacten tussen uitkeringsgerechtigde en uitkeringsverstrekker en bijvoorbeeld op aan verdachte verstrekte of door hem ondertekende formulieren (bijvoorbeeld ook ter zake bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag) gewezen wordt op (informatie)verplichtingen welke met het recht op uitkering gepaard gaan. Daar komt bij dat, voor zover bij verdachte  - al dan niet ten gevolge van een taalbarrière - sprake zou zijn geweest van onduidelijkheid betreffende de door hem in te vullen formulieren, op hem de verplichting rustte informatie hieromtrent in te winnen bij bijvoorbeeld de gemeente of een juridisch loket. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande wordt het verweer verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en -overwegingen acht de rechtbank de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zoals hierna vermeld in rubriek 5.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 11 juli  2008 tot en met 24 oktober 2019 te Hilversum telkens opzettelijk in strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Wet werk en bijstand en Participatiewet, heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking, te weten een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand en Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking, immers heeft hij, verdachte, telkens opzettelijk geen opgave gedaan dat hij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding had gevoerd met [medeverdachte] ;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 te Hilversum telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, te weten geld van een door [medeverdachte] , (met wie hij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde als bedoeld in de Wet werk en bijstand en Participatiewet) door middel van het opzettelijk niet voldoen (door die [medeverdachte] ) aan de inlichtingenverplichtingen, uit hoofde van de Wet werk en bijstand en Participatiewet verkregen uitkering, welk geld geheel of gedeeltelijk werd besteed aan het huishouden waarvan hij, verdachte, deel uitmaakte.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking, meermalen gepleegd</emphasis>.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, verzocht om aan verdachte geen straf op te leggen. Voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde komt, heeft de raadsvrouw bepleit er rekening mee te houden dat verdachte niet te kwader trouw is geweest en nooit bewust de Nederlandse Staat heeft willen benadelen en dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen ten aanzien van soortgelijke feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf en de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het plegen van uitkeringsfraude en het voordeel trekken uit gelden die door een ander uit uitkeringsfraude zijn verkregen. Verdachte heeft in deze periode een groot aantal formulieren die dienden ter toetsing van de rechtmatigheid van (het verkrijgen van) de uitkering, onjuist ingevuld en ondertekend. Met dit handelen, dat gericht was op eigen financieel gewin, heeft verdachte misbruik gemaakt van het stelsel van sociale zekerheid, hetgeen niet alleen heeft geleid tot financiële benadeling van de Nederlandse samenleving maar ook tot ondermijning van dit stelsel door afbreuk te doen aan het daaraan ten grondslag liggende beginsel van solidariteit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf en de strafmaat heeft de rechtbank gelet op hetgeen in vergelijkbare zaken aan straffen is opgelegd en op de oriëntatiepunten voor straftoemeting die zijn ontwikkeld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en die betrekking hebben op fraude in algemene zin, waartoe ook uitkeringsfraude behoort. In deze oriëntatiepunten wordt aansluiting gezocht bij de hoogte van het benadelingsbedrag. Deze oriëntatiepunten geven als richtlijnen voor een op te leggen straf:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>indien sprake is van een benadelingsbedrag van 70.000 euro tot 125.000 euro: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 tot 9 maanden of een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>indien sprake is van een benadelingsbedrag van 125.000 euro tot 250.000 euro: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bruto benadelingsbedrag is door de Gemeente Hilversum berekend op 151.285,90 euro en het door verdachte terug te betalen bedrag is, na matiging, vastgesteld op 109.276,34 euro.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voorts gelet op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie (‘strafblad’) van 11 augustus 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegend acht de rechtbank oplegging van de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden passend en geboden. Deze straf zal aan verdachte worden opgelegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 57, 63, 227b en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para />
    <para>- verklaart het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">6 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Bos, voorzitter, mrs. H. den Haan en W.S. Ludwig,  rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 december 2020.</para>
      <para>Mrs. Ludwig en Horst zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat hij: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli  2008 tot en met 24 oktober 2019 te Hilversum, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk geen opgave gedaan van en/of verzwegen dat hij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding had gevoerd met [medeverdachte] en/of (aldus uit dien hoofde) inkomsten had en/of te goed had;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 te Hilversum, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, te weten geld van (een) door [medeverdachte] , (met wie hij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde als bedoeld in de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet) door middel van het opzettelijk niet voldoen (door die [medeverdachte] ) aan de inlichtingenverplichting(en), uit hoofde van de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet verkregen uitkering, welk geld geheel of gedeeltelijk werd besteed aan het huishouden waarvan hij, verdachte, deel uitmaakte.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ce34ce16-c429-4e6d-93de-7da5e8c0a92e" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte <emphasis role="italic">Proces-verbaal uitkeringsfraude</emphasis> van 4 maart 2020, genummerd 190018 – 190019, opgemaakt door Sociale Recherche Gooi en Vechtstreek, (in het digitale dossier) doorgenummerd 1 tot en met 441. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De paginanummering verwijst naar pagina’s zoals deze zijn genummerd in het digitale dossier</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57433997-3165-42cf-bf4a-cb6bce38b1a5" label="2">
    <para> Pagina 9</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba17050e-3624-4b54-b86a-c05791c055a4" label="3">
    <para> Pagina 8</para>
  </footnote>
  <footnote id="_380cf9ab-e4e1-40f0-9be3-4e2b3458150d" label="4">
    <para> Pagina 9</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d0844f6-4de0-4803-9049-c9b5a7747013" label="5">
    <para> Pagina 8</para>
  </footnote>
  <footnote id="_12e09120-547e-4835-8604-e8862ffc3bce" label="6">
    <para> Pagina’s 9, 10 en 11</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46b451a3-1673-4a12-bc71-fdca5caebde5" label="7">
    <para> Pagina 3</para>
  </footnote>
  <footnote id="_320e5074-101a-473c-a725-bf3521a739cd" label="8">
    <para> Een geschrift: beslissing Gemeente Hilversum van 27 juli 2020 (nummer [nummer] ), pagina 2</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb7800b7-ad88-499c-95a4-f99195807fd7" label="9">
    <para> Pagina 153</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2cad3a3f-ffcf-4207-a531-84879a8d2b29" label="10">
    <para> Pagina’s 12 en 13</para>
  </footnote>
  <footnote id="_94eb4e3f-db1f-4464-b3d1-276cc7a6cdb2" label="11">
    <para> Pagina 4</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2562ef0b-fe0c-4b48-9f9a-611844f33bfb" label="12">
    <para> Een geschrift: beslissing Gemeente Hilversum van 27 juli 2020 (nummer [nummer] ), pagina 2</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a25d6f01-6740-4ad9-9448-f1e9228e6075" label="13">
    <para> Pagina 9</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fbe7017b-9e2c-45eb-9bde-1252d1c9cc33" label="14">
    <para> Pagina 419</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa9eecf0-fc38-49fa-981a-6e90646eb20f" label="15">
    <para> Pagina 416</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee848fc2-c26f-4e48-8b7a-9dca58413640" label="16">
    <para> Pagina 417</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cda294d6-a1d8-44c5-a85f-02675599eb12" label="17">
    <para> Pagina 423</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ec5e15c-bf99-4a06-b50e-8a51635a0704" label="18">
    <para> Pagina 420</para>
  </footnote>
  <footnote id="_517d8d7f-67ba-4bbe-a93b-ca15448c6d88" label="19">
    <para> Pagina 421</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fe5ecde-25fb-4450-9305-870c85696e61" label="20">
    <para> Pagina 415</para>
  </footnote>
  <footnote id="_94b06d7c-bbed-41af-8a5a-0b92c69e9a49" label="21">
    <para> Pagina 412</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d74bcef-2d8b-4d25-b66a-166489ee235a" label="22">
    <para> Pagina 413</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9d28c04-32e7-45d6-8b62-14c4d2ef6d27" label="23">
    <para> Pagina 99</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e6fd750-b71c-4364-be37-0e454473ec80" label="24">
    <para> Pagina 289 en 290</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0655706b-6873-4ff1-bee9-1f9c2cf93194" label="25">
    <para> Pagina 301, 304 en 347</para>
  </footnote>
  <footnote id="_275a5a49-5540-4765-a8c4-d4556a5aa951" label="26">
    <para> Pagina 347</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8ba1b38-f986-4127-b5be-2bab35270775" label="27">
    <para> Pagina 308</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76afdbd4-e2fd-4a9c-be6e-943dd18a02b2" label="28">
    <para> Pagina’s 347 en 348</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14546428-80c3-4c13-8b3b-81766b20effe" label="29">
    <para> Pagina 69</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a34d6bef-d35a-46cf-ad0b-094376774a70" label="30">
    <para> Pagina 71</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a67b10f6-095a-4f06-ba16-17d5f27230a5" label="31">
    <para> Pagina’s 277 tot en met 287</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd9ac153-0f48-4b0f-9800-a28a084e82ed" label="32">
    <para> Pagina’s 22 en 23</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a91026f9-d9c6-4812-9c9e-5d1501f9fadc" label="33">
    <para> Pagina 24</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>