<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:5666</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-20T14:38:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.052320-20 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5666">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5666</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-30T10:21:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:5666 Rechtbank Midden-Nederland , 30-12-2020 / 16.052320-20 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5666:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens uitkeringsfraude en het voordeel trekken uit een door een ander d.m.v. uitkeringsfraude verkregen uitkering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5666:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.052320-20 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 30 december 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1965] te [geboorteplaats] (Syrië),</para>
      <para>wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verdachte.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 september 2020 en 16 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de inhoudelijke behandeling van de zaak op 16 december 2020 kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen mr. I. Raterman, advocaat te Amsterdam, namens verdachte naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?><emphasis role="italic">in de periode 23 september 2008 tot en met 24 oktober 2019 in Hilversum uitkeringsfraude heeft gepleegd, in die zin dat zij ter bevoordeling van zichzelf of een ander opzettelijk heeft nagelaten inlichtingen te verstrekken waarvan zij wist dat deze van belang waren voor het vaststellen van het recht op een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand en/of Participatiewet dan wel de hoogte of duur van die uitkering;</emphasis></para>
    <para />
    <para>2  </para>
    <bridgehead role="italic">in de periode 23 september 2008 tot en met 24 oktober 2019 in Hilversum opzettelijk voordeel heeft genoten van hetgeen ten behoeve van een gezamenlijke huishouding van         [medeverdachte] en verdachte is aangeschaft met geld uit een uitkering die [medeverdachte] krachtens de Wet werk en bijstand en/of Participatiewet ontving, terwijl die uitkering door uitkeringsfraude was verkregen.</bridgehead>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ontvankelijkheid van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft bepleit de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Daartoe is gesteld dat uit de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude volgt dat zaken met een benadelingsbedrag van minder dan 50.000 euro in beginsel bestuursrechtelijk worden afgedaan. Uitgangspunt is het una via-beginsel, inhoudende dat een keuze dient te worden gemaakt tussen het strafrecht en het bestuursrecht. In deze zaak is de Gemeente Hilversum een bestuursrechtelijke terugvorderingsprocedure gestart en ligt het bedrag dat wordt teruggevorderd beduidend lager dan 50.000 euro. Bovendien waren in deze zaak geen strafrechtelijke dwangmiddelen nodig ter verkrijging van het bewijs en is niet gebleken dat de overige in de Aanwijzing vermelde uitzonderingssituaties aan de orde zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij ontvankelijk is in de vervolging van verdachte en dat het verweer dient te worden verworpen. De in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude gestelde grens ziet op het benadelingsbedrag en niet op het bedrag dat wordt teruggevorderd. Het benadelingsbedrag bedraagt blijkens een brief van de Gemeente Hilversum 62.264,84 euro.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De Aanwijzing sociale zekerheidsfraude betreft het opsporings- en vervolgingsbeleid met betrekking tot fraude met uitkeringen, verstrekt krachtens de sociale zekerheidswetgeving. Een strafrechtelijke interventie vindt in beginsel (pas) plaats indien sprake is van een benadelingsbedrag van 50.000 euro of meer, maar hierop zijn in de Aanwijzing diverse uitzonderingen gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat de in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude bedoelde grens van 50.000 euro ziet op het benadelingsbedrag en niet op het terug te vorderen bedrag. In de onderhavige zaak heeft de Gemeente Hilversum het benadelingsbedrag berekend op 62.264,84 euro, hetgeen ruim boven voornoemde grens van 50.000 euro ligt. De door de gemeente toegepaste matiging op het benadelingsbedrag is daarbij niet relevant. Nu ook overigens niet is gesteld of gebleken van een uitzondering als in de Aanwijzing bedoeld, zal het verweer worden verworpen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie ook voor het overige ontvankelijk is in de vervolging van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Overige voorvragen</emphasis>
        </para>
        <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_c03cbb09-edfd-4294-97a0-3c852ac7785a" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij beslissing van burgemeester en wethouders van Hilversum van 16 juli 2008 is de aan verdachte, wonende aan de [adres] te [woonplaats] , toegekende uitkering op grond van de Wet werk en bijstand gewijzigd om reden dat haar persoonlijke situatie is veranderd, in die zin dat medeverdachte [medeverdachte] (hierna te noemen: [medeverdachte] ) per 8 juli 2008 zelfstandige woonruimte heeft. Vanaf 8 juli 2008 is de bijstandsnorm van verdachte gewijzigd in de norm alleenstaande ouder.<footnote-ref linkend="_41db64b7-6c4b-4ad8-837b-b179816f4bca" /> Vast staat dat verdachte sedertdien op geen enkele wijze melding heeft gemaakt van een gezamenlijke huishouding met [medeverdachte] op het adres [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_34069d00-6b88-485a-9d0a-ae10fe56f46e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de door verdachte ontvangen uitkering betreft de benadelingsperiode de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019.<footnote-ref linkend="_f8dc08d6-1d3c-4a3b-911a-422b2c2ec2c6" /> Het benadelingsbedrag bedraagt 62.264 , 84 euro.<footnote-ref linkend="_33f06009-34fc-4509-9a8c-c537bcefe499" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan [medeverdachte] is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum vanaf 8 juli 2008 een uitkering toegekend ingevolge de Wet werk en bijstand, naar de norm van een alleenstaande. Vanaf 1 januari 2015 is door   voornoemd college aan [medeverdachte] een uitkering toegekend ingevolge de Participatiewet, naar de norm   van een alleenstaande.<footnote-ref linkend="_0ab30685-18b2-45c3-a65d-eeafacb509df" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte] heeft tot 11 juli 2008 ingeschreven gestaan op het adres   [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_63beaf69-7d7c-4328-9878-9f326a79a094" /> Hij heeft een woning toegewezen gekregen aan de [adres] te [woonplaats] ingaande      8 juli 2008<footnote-ref linkend="_a75e6966-16cd-4607-9e04-f59556299ab0" />, op welk adres hij staat ingeschreven per 11 juli 2008.<footnote-ref linkend="_507cf180-74c4-410c-bd56-baca2e266923" />  Vast staat dat [medeverdachte] sedertdien op geen enkele wijze melding heeft gemaakt van een wijziging in zijn woonsituatie of van een gezamenlijke huishouding met verdachte op het adres   [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_85c84abf-87f4-4966-b127-30f1349388a2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking   tot de door [medeverdachte] ontvangen uitkering betreft de benadelingsperiode de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019.<footnote-ref linkend="_23275653-b1df-4b57-99c0-f362029c6261" /> Het benadelingsbedrag bedraagt 151.285,90   euro.<footnote-ref linkend="_a7540f96-357e-40ab-99e2-047d7c559776" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte en [medeverdachte] zijn tot 8 november 2005 getrouwd geweest en hebben samen drie kinderen.<footnote-ref linkend="_183cd7c9-5fa2-4cb3-b8ff-74088f465398" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige 1] verklaart dat zij op een haar getoonde foto<footnote-ref linkend="_6a2afabc-0b83-4016-ae14-b8fb841ef4d1" /> de buren herkent die wonen op de   [adres] in [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_02daba62-a71e-4397-919f-14ca47349893" /> De achternaam van   deze buren is [medeverdachte] en   de man heet [medeverdachte] . Deze buren wonen al ruim 20/22 jaar op dit adres. Ze gaan wel eens op vakantie naar Dubai en ze zijn ook in Syrië geweest. De buurman was er altijd; hij is wel veel op pad maar hij is altijd thuis. De getuige ziet de man en vrouw dagelijks. Voor de periode dat de man er een paar maanden niet is geweest, was hij er ook dagelijks .<footnote-ref linkend="_5f039694-8c06-4e5e-ba8a-3bf67aef78da" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige 2] verklaart op 29 januari 2020 dat zij op een haar getoonde foto<footnote-ref linkend="_533c2c99-4045-4ef8-92a8-f22197840d14" /> de man en vrouw herkent als de bewoners van de   [adres] te [woonplaats] . De man   en vrouw heten [medeverdachte] en zijn hier ongeveer 20 jaar geleden samen komen wonen.<footnote-ref linkend="_9ed4f170-3877-4ebe-ad32-338188b48e13" /> De man is een poosje weggeweest. Ongeveer anderhalf à twee maanden geleden is de man weer teruggekomen. Voor de periode dat hij weg was, was hij er altijd overdag. ’s Avonds was hij wel eens weg, maar dan kwam hij ’s nachts thuis.<footnote-ref linkend="_b6d6f206-7e1b-42a9-95c5-76b85cc34391" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige 3] is sinds 2002   woonachtig in   de [straat] te [woonplaats] . Op een haar getoonde foto<footnote-ref linkend="_3af91204-ce79-41df-b4e9-c3a8ce0f2614" /> herkent zij de man en vrouw als de   bewoners van nummer [nummer] .   Hun achternaam is [medeverdachte] . De getuige weet dit omdat zij ieder jaar met kerst een kerstkaartje in de brievenbus doen met daarop ‘ Familie [medeverdachte] nummer [nummer] ’.<footnote-ref linkend="_85ef3a0b-9430-4daa-ad36-cbe7468bbe67" /> De man en vrouw woonden er al toen de   getuige in de [straat] kwam wonen. In 2019 is het de getuige opgevallen dat zij de man opeens niet meer zag; zij heeft hem eind 2019 weer zien lopen. Voor de periode dat hij weg was, heeft de getuige de man altijd dagelijks gezien .<footnote-ref linkend="_5ba0853a-da83-4c05-b975-342d198d79d2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte verklaart dat [medeverdachte] een sleutel heeft van de woning aan de   [adres] te [woonplaats] en dat hij af en toe op zolder slaapt.<footnote-ref linkend="_4c778e55-df6a-45cb-8fdd-c6fca5b732a9" /> Op 3 maart 2019 werd in   de auto van [medeverdachte]  een sleutelbos aangetroffen met daaraan een sleutel die paste op het voordeurslot van perceel   [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_cf432ae4-c8b1-44b1-a942-7194186b5d3f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 1 maart   2019 is onder [medeverdachte] een mobiele telefoon, voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer] , inbeslaggenomen.<footnote-ref linkend="_1c341ae6-6a4c-4bd5-b3fd-1ea6745d962c" /> Dit nummer stond op naam van [medeverdachte] ,   [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_124531e8-84dc-4abf-8db6-48e7206d3c2c" /> In de telefoon is een app zichtbaar genaamd ‘Maps’. Onder het kopje ‘mijn plaatsen’ stond als thuisadres : [adres] , [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_e70ff962-dc47-404b-aa8a-cee713fbaf87" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De woning aan de   [adres] te [woonplaats] ligt het dichtst bij de zendmast aan de   [adres] te [woonplaats] . In de periode 1 september 2018 tot en met 7 maart 2019 werd deze zendmast door de   mobiele telefoon van [medeverdachte] 2033 keer aangestraald. De woning aan de [adres] te [woonplaats] ligt het dichtst bij de zendmasten aan het [adres] te [woonplaats] en de   [adres] te [woonplaats] , welke zendmasten in genoemde periode respectievelijk 138 keer en 76 keer door deze telefoon werden aangestraald.<footnote-ref linkend="_bad6bfdf-e049-4fe3-807d-697b40001155" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 1 maart 2019 is door PostNL een pakketje bezorgd op het adres   [adres] te [woonplaats] .<footnote-ref linkend="_1624c04f-9a3e-45ef-87e9-fbf5d7db738e" /> [medeverdachte] verklaart dat dit de levering betrof van een door hem bestelde broek.<footnote-ref linkend="_19d2c12c-c5cd-4824-b3fc-280ff07ed36b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 4 maart 2019 werden bij een doorzoeking van de woning aan de   [adres] te [woonplaats] waarnemingen gedaan dat er mogelijk sprake was van bewoning door een mannelijke bewoner. Zo werden er bijvoorbeeld op verschillende   plaatsen herenschoenen aangetroffen.<footnote-ref linkend="_7ee3f387-8721-4671-9758-03e75ae7e02b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte] heeft een op zijn naam gestelde ING -bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] op het adres   [adres] te [woonplaats] . Dit adres is bij de opening van de rekening vastgelegd en tussentijds nooit veranderd. Verdachte is gemachtigde van deze rekening.<footnote-ref linkend="_734d5c34-b256-485c-89a0-784f96835143" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de periode 11 januari 2013 tot en met 27 december 2019 hebben ten laste van voornoemde ING-bankrekening in totaal 258 pintransacties plaatsgevonden bij filialen van Albert Heijn in [woonplaats] , waarvan 254 transacties bij een filiaal gelegen op een afstand van 850 meter van het adres   [adres] te [woonplaats] en 4 transacties bij een filiaal dat dichter in de buurt van de [adres] te [woonplaats] is gelegen.<footnote-ref linkend="_12c46dc8-5b1a-425d-b95a-c911a1747cc2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezamenlijke huishouding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de vraag   of verdachte en [medeverdachte] een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd, dient allereerst te worden vastgesteld of zij beiden hun hoofdverblijf hebben gehad in dezelfde woning. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel   dat verdachte en [medeverdachte] de ten laste gelegde periode gezamenlijk hun hoofdverblijf hebben gehad in de woning aan de   [adres] te [woonplaats] . De rechtbank wordt gesterkt in deze overtuiging door onderzoeksbevindingen van een tweetal verbalisanten van politie Midden-Nederland in de woning aan de [adres] te [woonplaats] op 1 maart 2019, waaruit volgt dat deze woning minimaal was gemeubileerd en niet de indruk gaf van een normale bewoning.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens artikel 3, vierde lid, van de Wet werk en bijstand / Participatiewet (zoals dit artikel luidde in de periode van het ten laste gelegde) wordt een gezamenlijke huishouding in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden,   zijnde verdachte en [medeverdachte] , hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij gehuwd zijn geweest of uit hun relatie een kind is geboren. Onder die omstandigheden volgt uit de wet een onweerlegbaar rechtsvermoeden dat sprake is van een gezamenlijke huishouding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en -overwegingen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen   dat verdachte en [medeverdachte] in de ten laste gelegde periode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzetverweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de verdediging is betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten de benodigde gegevens te verstrekken die van belang waren voor haar uitkering. Omdat verdachte niet wist dat zij iets deed wat door instanties wordt gezien als samenwonen of als het voeren van een gezamenlijke huishouding, wist zij ook niet dat zij dit moest melden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met ingang van 8 juli 2008 heeft een wijziging plaatsgevonden van de door verdachte ontvangen uitkering, in die zin dat de bijstandsnorm is gewijzigd in de norm voor een alleenstaande ouder. Met ingang van   dezelfde datum heeft [medeverdachte] een uitkering toegekend gekregen ingevolge de Wet werk en bijstand, naar de norm van een alleenstaande. Deze toekenning   heeft plaatsgevonden nadat [medeverdachte] zich heeft laten uitschrijven van het adres aan de   [adres] te [woonplaats] en hij een woning toegewezen heeft gekregen aan de [adres] te [woonplaats] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat het verdachte bekend is geweest dat een wijziging in haar  persoonlijke situatie, inhoudende dat niet langer sprake is   van samenwoning met [medeverdachte] maar van een gescheiden leven op twee adressen, tot wijziging van de uitkeringssituatie leidt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Reeds op grond van het voorgaande kan niet worden gesteld dat verdachte niet heeft geweten dat een wijziging van de persoonlijke situatie tot wijziging van de uitkeringssituatie leidt en dat zij gegevens betreffende dergelijke wijzigingen niet behoefde te melden. Ook is het zo dat bij toekenning van een uitkering, in contacten tussen uitkeringsgerechtigde en uitkeringsverstrekker en bijvoorbeeld op aan verdachte verstrekte formulieren (bijvoorbeeld ter zake bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag) gewezen wordt op (informatie)verplichtingen welke met het recht op uitkering gepaard gaan. Daar komt bij dat, voor zover bij verdachte  - al dan niet ten gevolge van een taalbarrière - sprake zou zijn geweest van onduidelijkheid betreffende de door haar in te vullen formulieren, op haar de verplichting rustte informatie hieromtrent in te winnen bij bijvoorbeeld de gemeente of een juridisch loket. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande wordt het verweer verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en -overwegingen acht de rechtbank de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zoals hierna vermeld in rubriek 5.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 23 september 2008 tot en met 24 oktober 2019 te Hilversum telkens opzettelijk in strijd met een haar bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Wet werk en bijstand en Participatiewet, heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking, te weten een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand en Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking, immers heeft zij, verdachte, telkens opzettelijk geen opgave gedaan dat zij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding had gevoerd met [medeverdachte] ;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 23 september 2008 tot en met 24 oktober 2019 te Hilversum telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, te weten geld van een door [medeverdachte] (met wie zij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde als bedoeld in de Wet werk en bijstand en Participatiewet) door middel van het opzettelijk niet voldoen (door die [medeverdachte] ) aan de inlichtingenverplichtingen, uit hoofde van de Wet werk en bijstand en Participatiewet verkregen uitkering, welk geld geheel of gedeeltelijk werd besteed aan het huishouden waarvan zij, verdachte, deel uitmaakte.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander en terwijl zij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van haar recht op een verstrekking dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking, meermalen gepleegd</emphasis>.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 240 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, verzocht om aan verdachte geen straf op te leggen. Voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde komt, heeft de raadsvrouw bepleit een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. </para>
        <para>De raadsvrouw heeft erop gewezen dat verdachte dacht dat wat ze deed, goed was, dat zij altijd netjes alle regels heeft gevolgd, nooit schulden heeft gehad en niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf en de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het plegen van uitkeringsfraude en het voordeel trekken uit gelden die door een ander uit uitkeringsfraude zijn verkregen. Verdachte heeft in deze periode een groot aantal formulieren die dienden ter toetsing van de rechtmatigheid van (het verkrijgen van) de uitkering, onjuist ingevuld en ondertekend. Met dit handelen, dat gericht was op eigen financieel gewin, heeft verdachte misbruik gemaakt van het stelsel van sociale zekerheid, hetgeen niet alleen heeft geleid tot financiële benadeling van de Nederlandse samenleving maar ook tot ondermijning van dit stelsel door afbreuk te doen aan het daaraan ten grondslag liggende beginsel van solidariteit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf en de strafmaat heeft de rechtbank gelet op hetgeen in vergelijkbare zaken aan straffen is opgelegd en op de oriëntatiepunten voor straftoemeting die zijn ontwikkeld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en die betrekking hebben op fraude in algemene zin, waartoe ook uitkeringsfraude behoort. In deze oriëntatiepunten wordt aansluiting gezocht bij de hoogte van het benadelingsbedrag. Bij een benadelingsbedrag van 10.000 euro tot 70.000 euro geldt als richtlijn voor een op te leggen straf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 tot 5 maanden of een onvoorwaardelijke taakstraf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bruto benadelingsbedrag is door de Gemeente Hilversum berekend op 62.264,84 euro en het door verdachte terug te betalen bedrag is, na matiging, vastgesteld op 39.113,09 euro.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voorts gelet op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie (‘strafblad’) van 19 augustus 2020, waaruit blijkt dat verdachte nooit eerder voor enig feit is veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de hoogte van het benadelingsbedrag en de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf thans (nog) niet aan de orde is.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegend acht de rechtbank oplegging van de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uren in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand passend en geboden. Deze straf zal aan verdachte worden opgelegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 227b en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para />
    <para>- verklaart het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis; </para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; </para>
    <para />
    <para>- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Bos, voorzitter, mrs. H. den Haan en W.S. Ludwig,  rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 december 2020.</para>
      <para>Mrs. Ludwig en Horst zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat zij: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 september 2008 tot en met 24 oktober 2019 te Hilversum, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft zij, verdachte, (telkens) opzettelijk geen opgave gedaan van en/of verzwegen dat zij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding had gevoerd met [medeverdachte] en/of (aldus uit dien hoofde) inkomsten had en/of te goed had;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 september 2008 tot en met 24 oktober 2019 te Hilversum, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, te weten geld van (een) door [medeverdachte] (met wie zij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde als bedoeld in de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet) door middel van het opzettelijk niet voldoen (door die [medeverdachte] ) aan de inlichtingenverplichting(en), uit hoofde van de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet verkregen uitkering, welk geld geheel of gedeeltelijk werd besteed aan het huishouden waarvan zij, verdachte, deel uitmaakte.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c03cbb09-edfd-4294-97a0-3c852ac7785a" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte <emphasis role="italic">Proces-verbaal uitkeringsfraude</emphasis> van 4 maart 2020, genummerd 190018 – 190019, opgemaakt door Sociale Recherche Gooi en Vechtstreek, (in het digitale dossier) doorgenummerd 1 tot en met 441. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De paginanummering verwijst naar pagina’s zoals deze zijn genummerd in het digitale dossier</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41db64b7-6c4b-4ad8-837b-b179816f4bca" label="2">
    <para> Pagina 153</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34069d00-6b88-485a-9d0a-ae10fe56f46e" label="3">
    <para> Pagina’s 12 en 13</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8dc08d6-1d3c-4a3b-911a-422b2c2ec2c6" label="4">
    <para> Pagina 4</para>
  </footnote>
  <footnote id="_33f06009-34fc-4509-9a8c-c537bcefe499" label="5">
    <para> Een geschrift: beslissing Gemeente Hilversum van 27 juli 2020 (nummer [nummer] ), pagina 2</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ab30685-18b2-45c3-a65d-eeafacb509df" label="6">
    <para> Pagina 9</para>
  </footnote>
  <footnote id="_63beaf69-7d7c-4328-9878-9f326a79a094" label="7">
    <para> Pagina 8</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a75e6966-16cd-4607-9e04-f59556299ab0" label="8">
    <para> Pagina 9</para>
  </footnote>
  <footnote id="_507cf180-74c4-410c-bd56-baca2e266923" label="9">
    <para> Pagina 8</para>
  </footnote>
  <footnote id="_85c84abf-87f4-4966-b127-30f1349388a2" label="10">
    <para> Pagina’s 9, 10 en 11</para>
  </footnote>
  <footnote id="_23275653-b1df-4b57-99c0-f362029c6261" label="11">
    <para> Pagina 3</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a7540f96-357e-40ab-99e2-047d7c559776" label="12">
    <para> Een geschrift: beslissing Gemeente Hilversum van 27 juli 2020 (nummer [nummer] ), pagina 2</para>
  </footnote>
  <footnote id="_183cd7c9-5fa2-4cb3-b8ff-74088f465398" label="13">
    <para> Pagina 9</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6a2afabc-0b83-4016-ae14-b8fb841ef4d1" label="14">
    <para> Pagina 419</para>
  </footnote>
  <footnote id="_02daba62-a71e-4397-919f-14ca47349893" label="15">
    <para> Pagina 416</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f039694-8c06-4e5e-ba8a-3bf67aef78da" label="16">
    <para> Pagina 417</para>
  </footnote>
  <footnote id="_533c2c99-4045-4ef8-92a8-f22197840d14" label="17">
    <para> Pagina 423</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ed4f170-3877-4ebe-ad32-338188b48e13" label="18">
    <para> Pagina 420</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b6d6f206-7e1b-42a9-95c5-76b85cc34391" label="19">
    <para> Pagina 421</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3af91204-ce79-41df-b4e9-c3a8ce0f2614" label="20">
    <para> Pagina 415</para>
  </footnote>
  <footnote id="_85ef3a0b-9430-4daa-ad36-cbe7468bbe67" label="21">
    <para> Pagina 412</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ba0853a-da83-4c05-b975-342d198d79d2" label="22">
    <para> Pagina 413</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c778e55-df6a-45cb-8fdd-c6fca5b732a9" label="23">
    <para> Pagina 99</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf432ae4-c8b1-44b1-a942-7194186b5d3f" label="24">
    <para> Pagina 289 en 290</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c341ae6-6a4c-4bd5-b3fd-1ea6745d962c" label="25">
    <para> Pagina 301, 304 en 347</para>
  </footnote>
  <footnote id="_124531e8-84dc-4abf-8db6-48e7206d3c2c" label="26">
    <para> Pagina 347</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e70ff962-dc47-404b-aa8a-cee713fbaf87" label="27">
    <para> Pagina 308</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bad6bfdf-e049-4fe3-807d-697b40001155" label="28">
    <para> Pagina’s 347 en 348</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1624c04f-9a3e-45ef-87e9-fbf5d7db738e" label="29">
    <para> Pagina 69</para>
  </footnote>
  <footnote id="_19d2c12c-c5cd-4824-b3fc-280ff07ed36b" label="30">
    <para> Pagina 71</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ee3f387-8721-4671-9758-03e75ae7e02b" label="31">
    <para> Pagina’s 277 tot en met 287</para>
  </footnote>
  <footnote id="_734d5c34-b256-485c-89a0-784f96835143" label="32">
    <para> Pagina’s 22 en 23</para>
  </footnote>
  <footnote id="_12c46dc8-5b1a-425d-b95a-c911a1747cc2" label="33">
    <para> Pagina 24</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>