<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:5347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-29T13:06:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 _ 5438</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-29T13:05:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:5347 Rechtbank Midden-Nederland , 09-12-2020 / AWB - 19 _ 5438</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang. Geen belang meer bij beoordeling van een tijdelijke omgevingsvergunning die al is afgelopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 19/5438</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vereniging [eiseres]</emphasis>, gevestigd in de gemeente [gemeente] , eiseres,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum , verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F.R.M. van Lent).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Ook heeft als partij aan het geding deelgenomen: [A] uit [plaats] .</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 april 2019 heeft het college aan [A] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een strandtent met horeca tot 30 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 november 2019 heeft het college het bezwaar van de [eiseres] ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartegen hebben de [eiseres] beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 9 december 2020. De [eiseres] hebben zich laten vertegenwoordigen door hun voorzitter [voorzitter] en door adviseur [adviseur] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. [A] was niet aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De omgevingsvergunning voor de tijdelijke strandtent gold voor de zomer van 2019. Toen de beslissing op het bezwaar werd genomen en toen daartegen beroep werd ingesteld, was de omgevingsvergunning al niet meer geldig. De vraag is daarom of de [eiseres] nog iets hebben aan een inhoudelijke beoordeling van hun beroep.</para>
    <para />
    <para>2. Het is de taak van de bestuursrechter om een geschil te beslechten. Als er geen actueel en reëel belang meer is bij een beoordeling van een besluit, dan doet de bestuursrechter geen uitspraak alleen maar vanwege de principiële betekenis daarvan. Er kan wel een belang zijn bij een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van een verleende vergunning, als dat oordeel kan worden betrokken bij eventuele toekomstige aanvragen voor een vergunning of de toetsing daarvan. De rechtbank oordeelt dat daarvan geen sprake is.</para>
    <para />
    <para>3. Er is inmiddels een omgevingsvergunning verleend voor een permanent strandpaviljoen op deze plek, voor de duur van tien jaar. Het bezwaar dat de [eiseres] daartegen hebben gemaakt is door het college recent ongegrond verklaard. Dat betekent dat een oordeel van de rechtbank in deze procedure niet meer door het college kan worden betrokken bij zijn besluitvorming over het permanente strandpaviljoen. Bovendien is duidelijk dat er verschillen zijn tussen beide vergunningen: het strandpaviljoen is veel groter dan de strandtent uit de zomer van 2019, die ook niet jaarrond was vergund.</para>
    <para />
    <para>4. Dat de initiatiefnemer voor de zomer van 2021 weer een nieuwe tijdelijke vergunning zal aanvragen vindt de rechtbank onvoldoende aannemelijk om procesbelang uit af te kunnen leiden. De [eiseres] hebben in de media gelezen dat de initiatiefnemer dit plan zou hebben, omdat de vergunning voor het permanente strandpaviljoen nog niet in rechte vaststaat. Die informatie is te onzeker: het zou immers ook kunnen dat de initiatiefnemer in 2021 (net als in 2020) weer een vergunningsvrije foodtruck gaat gebruiken, of dat de Coronamaatregelen ertoe leiden dat er geen nieuwe tijdelijke vergunning komt.</para>
    <para />
    <para>5. Er zijn ook geen andere omstandigheden gebleken waaruit het procesbelang van de zijde van de [eiseres] nog kan worden afgeleid.</para>
    <para />
    <para>6. De conclusie is dat de [eiseres] geen belang hebben bij een beoordeling van hun beroep tegen de omgevingsvergunning voor de strandtent in de zomer van 2019. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen tegen deze uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. P.J. Naus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>