<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:5268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-13T13:38:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR - 20 _1947</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5268">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-04T09:41:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:5268 Rechtbank Midden-Nederland , 18-11-2020 / UTR - 20 _1947</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5268:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>studiefinanciering, berekening maandbedrag, draagkrachtmeting, vaste lasten, ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5268:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/1947</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2020 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: E.H.A. van den Berg).<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de hoogte van het maandbedrag voor het jaar 2020 voor het aflossen van de studieschuld voor eiser vastgesteld op € 139,09. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2020 via Skype. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gaat over het kwijtscheldingsverzoek van 12 november 2016. De rechtbank verklaart het beroep voor het overige ongegrond. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat hij niet iedere maand € 139,09 af kan lossen vanwege zijn vaste lasten. Zo heeft eiser een betalingsregeling met de Belastingdienst en maandelijkse kosten aan zijn auto die hij nog moet afbetalen. Volgens eiser is ten onrechte geen rekening gehouden met deze kostenposten bij de draagkrachtmeting. Eiser voert verder aan dat verweerder het evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden, omdat eiser  onevenredig in zijn belangen is geschaad doordat de beslistermijnen zijn overschreden. Tot slot voert eiser aan dat zijn kwijtscheldingsverzoek ten onrechte door verweerder is afgewezen, omdat hij tijdig een verzoek heeft ingediend.   </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het maandbedrag van € 139,09 voor eiser op de juiste wijze heeft vastgesteld. De Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) schrijft voor dat de draagkracht wordt berekend aan de hand van het toetsingsinkomen, waarbij het verzamelinkomen dan wel het belastbare loon van eiser als maatstaf geldt.<footnote-ref linkend="_f183164d-67d8-44ec-9df4-e95cb6f49447" /> Naar het oordeel van de rechtbank hoeft verweerder in het geval van eiser niet af te wijken van de wet. De wet biedt namelijk voor de wijze waarop het toetsingsinkomen wordt berekend geen mogelijkheid om de hardheidclausule toe te passen.<footnote-ref linkend="_570f39ce-9c51-4d0e-b51f-bfa437e088db" /> Dat eiser hoge vaste lasten en schulden heeft, waardoor het maandbedrag niet kan worden voldaan, is een omstandigheid waar verweerder bij de draagkrachtmeting geen rekening mee kan houden. Dit is ook bevestigd in vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter.<footnote-ref linkend="_44659c56-2c14-4eb7-88e4-deaa2e9bbb0e" /> De rechtbank vindt het vervelend voor eiser dat hij lang op een besluit van verweerder heeft moeten wachten. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijnen niet zijn gehaald en dat verweerder dat heeft erkend, maar dat betekent niet dat het besluit onrechtmatig is. Tot slot treedt de rechtbank niet in de beoordeling van de afwijzing van het kwijtscheldingsverzoek, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit. Het valt daarmee buiten de omvang van het geding. In zoverre is het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>4. Het beroep is voor het overige ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2020 door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd de uitspraak</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">	te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
  </section>
  <footnote id="_f183164d-67d8-44ec-9df4-e95cb6f49447" label="1">
    <para> Dit volgt uit artikel 10a.8, tweede lid, van de Wsf 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_570f39ce-9c51-4d0e-b51f-bfa437e088db" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 11.5, tweede lid, onder b, van de Wsf 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44659c56-2c14-4eb7-88e4-deaa2e9bbb0e" label="3">
    <para> ECLI:NL:CRVB:2010:BN5150</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>