<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:5265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-30T11:20:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR - 20 _ 2547</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2022:1010" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2022:1010, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5265">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-30T11:18:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:5265 Rechtbank Midden-Nederland , 06-11-2020 / UTR - 20 _ 2547</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5265:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>zorgtoeslag, Awir, toeslagpartner, ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5265:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/2547</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2020 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Belastingdienst/Toeslagen, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 23 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een voorschot zorgtoeslag voor 2020 verleend van € 2.243,-. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 2 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2020. Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft via Skype deelgenomen en zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres is per [1983] met de heer [echtgenoot] (echtgenoot) gehuwd. Sinds 6 oktober 2016 staan zij niet meer op hetzelfde adres ingeschreven. Eiseres woont in Frankrijk en haar echtgenoot in Nederland. </para>
    <para />
    <para>3. Eiseres voert aan dat verweerder bij de voorschotverlening van de zorgtoeslag voor het jaar 2020 onterecht is uitgegaan van de omstandigheid dat zij en haar echtgenoot toeslagpartners zijn. Volgens eiseres moeten zij en haar echtgenoot als alleenstaanden worden beschouwd. Zij verwijst hiervoor naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag.<footnote-ref linkend="_d22a70cf-ffa0-4a45-b00e-993bdf059305" /> In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat eiseres als ongehuwd moet worden aangemerkt, omdat zij duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot. Aan eiseres en haar echtgenoot wordt daarom een ongehuwdenpensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend. </para>
    <para />
    <para>4. In geschil is of verweerder bij de voorschotverlening van de zorgtoeslag van eiseres voor het jaar 2020 terecht rekening heeft gehouden met de echtgenoot van eiseres als toeslagpartner. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt allereerst vast dat voor de berekening van de zorgtoeslag een ander wettelijk toetsingskader geldt dan voor de berekening van het pensioen op grond van de AOW. De Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) is van toepassing op de zorgtoeslag.<footnote-ref linkend="_01cbbfaa-65ea-42ec-b1a0-24263bc428d1" /> Uit de Awir volgt dat een echtgenoot als toeslagpartner wordt aangemerkt, tenzij een verzoek tot echtscheiding, respectievelijk tot scheiding van tafel en bed is ingediend, en de echtgenoot niet meer op hetzelfde adres is ingeschreven in de basisregistratie personen of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland staat ingeschreven als belastingplichtige.<footnote-ref linkend="_9c82e0fe-5f2f-4bd4-8da4-aa8458790d1c" /></para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de echtgenoot van eiseres bij de berekening van het recht op zorgtoeslag voor het jaar 2020 terecht als toeslagpartner heeft aangemerkt. Eiseres en haar echtgenoot zijn gehuwd en er is geen verzoek tot echtscheiding of een verzoek tot scheiding van tafel en bed ingediend. Daarmee wordt niet voldaan aan de uitzondering die in de Awir wordt gemaakt op het uitgangspunt dat echtgenoten elkaars toeslagpartner zijn. De wet is op dit punt dwingendrechtelijk van aard. Dit betekent dat verweerder geen ruimte heeft om in de situatie van eiseres af te wijken van de wettelijke bepaling. </para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 november 2020 door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is verhinder om deze</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitspraak te ondertekenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
  <footnote id="_d22a70cf-ffa0-4a45-b00e-993bdf059305" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3075.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01cbbfaa-65ea-42ec-b1a0-24263bc428d1" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 1, derde lid, van de Awir </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c82e0fe-5f2f-4bd4-8da4-aa8458790d1c" label="3">
    <para> Dit volgt uit artikel 3, eerste lid, van de Awir, met een verwijzing naar artikel 5a, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>