<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:14:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8215534 UE VERZ  19-361 JH/1050</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2020-0191</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2020-0191</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:520">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-18T08:41:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:520 Rechtbank Midden-Nederland , 03-02-2020 / 8215534 UE VERZ  19-361 JH/1050</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:520:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling vonnis. Afwikkeling dienstverband</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:520:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8215534 UE VERZ  19-361 JH/1050</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op 3 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [verzoekster] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Administratie- en fiscaal adviesbureau Wolters,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [verweerster] ,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>procederende bij mr. [A] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, door de rechtbank ontvangen op 9 december 2019, en het verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 3 februari 2020 heeft mr. S.H. Bokx-Boom, kantonrechter, bijgestaan door </para>
        <para>mr. J. van den Hoven, griffier, de zaak mondeling behandeld. [verzoekster] was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens [verweerster] waren mr. [A] en mr. [B] (juristen van [verweerster] ) aanwezig. Beide partijen hebben de standpunten toegelicht. Zij hebben geantwoord op de door de kantonrechter gestelde vragen en zij hebben op elkaar kunnen reageren. De gemachtigde van [verzoekster] heeft zittingsaantekeningen voorgedragen en overgelegd. Ook heeft zij kopieën van appberichten overgelegd. Van de zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verweerster] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [verzoekster] is op basis van diverse arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in de periode van 1 juli 2017 tot en met 1 januari 2020 in dienst geweest bij [verweerster] . [verzoekster] was voor [verweerster] werkzaam in de functie van [.] bij [bedrijfsnaam] . [bedrijfsnaam] heeft [verzoekster] op 26 oktober 2019 beschuldigd van fraude met de urenregistratie en haar naar huis gestuurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 2 januari 2020. Dit verzoek wordt afgewezen, omdat de laatste arbeidsovereenkomst op 2 januari 2020 van rechtswege is geëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft verder verzocht om [verweerster] te veroordelen om bij het einde van de arbeidsovereenkomst over te gaan tot uitbetaling van de transitievergoeding van 5/6e maandsalaris. [verzoekster] heeft geen belang bij deze vordering, omdat [verweerster] de verschuldigdheid van de transitievergoeding al voorafgaand aan deze procedure heeft erkend. Er is ook geen reden om aan te nemen dat [verweerster] niet tot betaling van de transitievergoeding zal overgaan. De vordering wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Ook de vordering tot uitbetaling van vakantie-uren en overuren wordt bij een gebrek aan belang afgewezen. Voorafgaand aan deze procedure en ook tijdens de zitting heeft [verweerster] toegezegd dat zij tot uitbetaling van die uren zal overgaan. Voor de berekening van de hoogte van de vakantie-uren had [verweerster] nog wel de vakantieopgave van [verzoekster] nodig. [verzoekster] had haar vakantie-uren wel in het systeem van [bedrijfsnaam] gezet, maar [verweerster] heeft geen toegang tot dat systeem. In de zittingsaantekeningen heeft [verzoekster] opgave gedaan van de door haar opgenomen vakantie-uren. Met deze gegevens kan [verweerster] het verlofsaldo uitrekenen, waarna zij tot uitbetaling van de vakantie-uren en overuren zal overgaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt dat [verzoekster] ook verzoekt om [verweerster] te veroordelen om haar eer en goede naam te zuiveren. Voor een rectificatie van de beschuldiging van fraude moet [verzoekster] zich echter tot [bedrijfsnaam] wenden. Zij kan dat niet van [verweerster] vragen. [verweerster] heeft [verzoekster] niet van fraude beschuldigd. Het verzoek wordt daarom afgewezen. [verweerster] heeft zich ter zitting wel bereid verklaard om een positief getuigschrift aan [verzoekster] te verstrekken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft daarnaast verzocht om [verweerster] te veroordelen om € 1.000 aan compensatie aan haar te betalen voor emotioneel leed door de valse beschuldiging van fraude. Dit verzoek is niet voldoende onderbouwd en wordt afgewezen. Niet gebleken is dat [verweerster] in strijd met een wettelijke of contractuele plicht heeft gehandeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Ook het verzoek van [verzoekster] om compensatie voor de juridische kosten die zij heeft moeten maken, wordt afgewezen. [verzoekster] is op alle punten in het ongelijk gesteld, zodat zij wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [verweerster] worden begroot op nihil, omdat zij geen gemachtigde heeft. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. S.H. Bokx-Boom<emphasis role="italic">,</emphasis> kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van mr. J. van den Hoven, griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op …. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>