<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:5024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-19T10:18:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/1249</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2022:1905" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2022:1905, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5024">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-03T15:34:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:5024 Rechtbank Midden-Nederland , 10-11-2020 / UTR 20/1249</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5024:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Omzettingsvergunning voor onzelfstandige wooneenheden gemeente Nijmegen. MK Arnhem heeft artikel 12 van de Huisvestingsverordening onverbindend verklaard. De rechtbank laat dit artikel daarom nu buiten toepassing. Beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:5024:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/1249</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser 1] en [eiser 2] , te [plaats] , eisers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Martens),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. N.C. Vlaskamp en A. Rietveld)<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [A] , te [plaats] .</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 28 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd een vergunning te verlenen aan derde-partij voor het omzetten van zelfstandige woonruimte aan de [adres] te [plaats] in vier onzelfstandige wooneenheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van derde-partij gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en beslist dat de gevraagde omzettingsvergunning alsnog wordt verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.<?linebreak?></para>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2020 bij de rechtbank Gelderland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 13 maart 2020 heeft de rechtbank Gelderland het onderzoek heropend en het beroep verwezen naar deze rechtbank wegens samenhang met de zaak met nummer UTR 19/5232, die eerder al naar deze rechtbank was verwezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting is hervat via een Skype-verbinding op 13 oktober 2020. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Derde-partij is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op 24 januari 2020 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een drietal soortgelijke zaken<footnote-ref linkend="_72f8be34-e926-4551-817e-0ac03c1c410f" />. In die zaken ging het om de weigering van verweerder om een vergunning te verlenen voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. <?linebreak?></para>
    <para>2. In de uitspraak van 24 januari 2020 heeft de rechtbank Gelderland beschreven hoe de vergunningplicht is geregeld in de Huisvestingswet 2014 en de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 (Verordening). De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 12 van de Verordening onverbindend is wegens strijd met de Huisvestingswet 2014. De gemeenteraad heeft namelijk niet onderbouwd dat in Nijmegen sprake is van schaarste aan (goedkope) woonruimte en dat een verordening – met een stelsel van omzettingsvergunningen – noodzakelijk is om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan (goedkope) woonruimte te beperken. <?linebreak?></para>
    <para>3. Het bestreden besluit in deze zaak is mede gebaseerd op het onverbindend verklaarde artikel 12 van de Verordening.<?linebreak?></para>
    <para>4. De rechtbank volgt de rechtbank Gelderland in haar oordeel dat de gemeenteraad niet heeft onderbouwd dat in Nijmegen sprake is van schaarste aan (goedkope) woonruimte en dat een verordening – met een stelsel van omzettingsvergunningen – noodzakelijk is om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan (goedkope) woonruimte te beperken. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 februari 2020<footnote-ref linkend="_35618d3c-cb48-4a99-bdd3-5fd63c0e1f60" /> ziet de rechtbank hierin echter aanleiding artikel 12 van de Verordening buiten toepassing te laten, omdat vanwege een gebrekkige motivering en onzorgvuldige voorbereiding van artikel 12 van de Verordening niet kan worden beoordeeld of er strijd is met de Huisvestingswet 2014. Voor het oordeel dat artikel 12 van de Verordening buiten toepassing wordt gelaten is niet relevant dat de uitspraak van de rechtbank Gelderland van na de besluitvorming is zoals derde-partij ter zitting naar voren heeft gebracht. Het buiten toepassing laten van de bepaling heeft tot gevolg dat verweerder deze bepaling niet aan het bestreden besluit ten grondslag mocht leggen en dat voor het ‘verkameren’ van de woning van derde-partij geen omzettingsvergunning is vereist.  <?linebreak?></para>
    <para>5. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt zij het bestreden besluit. De rechtbank ziet in deze zaak, evenals de rechtbank Gelderland in de uitspraak van 24 januari 2020, geen mogelijkheid om het geschil definitief te beslechten. Daarom moet verweerder een nieuw besluit op het bezwaar van derde-partij nemen, met inachtneming van deze uitspraak.<?linebreak?></para>
    <para>6. Omdat het beroep gegrond is, krijgen eisers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet die betalen. Die kosten worden als volgt berekend. Eisers hebben zich laten bijstaan door een gemachtigde. Deze gemachtigde heeft twee proceshandelingen verricht: het indienen van het beroepschrift en het bijwonen van de zitting. Deze proceshandelingen leveren voor eisers twee punten op met een waarde van € 525,- met een wegingsfactor 1. Aan eisers wordt dan ook € 1.050,- toegekend. <?linebreak?></para>
    <para>7. Verweerder moet ook het door eisers betaalde griffierecht aan hun vergoeden. <?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
    <para>- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;</para>
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eisers te vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.050,-. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is uitgesproken op 10 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
  <footnote id="_72f8be34-e926-4551-817e-0ac03c1c410f" label="1">
    <para>ECLI:NL:RBGEL:2020:398</para>
  </footnote>
  <footnote id="_35618d3c-cb48-4a99-bdd3-5fd63c0e1f60" label="2">
    <para> ECLI:NL:RVS:2020:452</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>