<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:4934</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-24T08:10:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/243</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:4934">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:4934</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-20T16:42:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:4934 Rechtbank Midden-Nederland , 29-10-2020 / UTR 20/243</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:4934:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzet; ongegrond; bezwaar te laat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:4934:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND </bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/243 V </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2020 op het verzet van </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [opposant] , te [woonplaats] , opposant.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: verweerder) van 18 december 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 6 maart 2020 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.</para>
      <para>Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. De zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2020 via een beeld- en geluidverbinding (Skype for Business). Opposant is verschenen.</para>
      <para>Verweerder is met bericht van verhindering, niet verschenen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 6 maart 2020 het beroep ongegrond verklaard, omdat de situatie dat opposant behoefte had aan een overleg met zijn huisarts geen geldige reden is om te laat bezwaar te maken. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
    <para />
    <para>2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. </para>
    <para>De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2020 niet juist was. </para>
    <para />
    <para>3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2020 niet juist omdat er nergens bekend is dat hij een pro-forma bezwaar kon indienen. Ook wist opposant niet waar hij anders dan zijn huisarts terecht kon met zijn hulpvraag dus restte hem niets anders dan op zijn huisarts te wachten aangezien hij niet de financiële middelen heeft om een advocaat in te schakelen. Opposant stelt dat hij op dit punt is vastgelopen, omdat hij geen medische of juridische achtergrond heeft. Daarom heeft zijn huisarts geadviseerd om met haar te overleggen. Dit heeft zij ook in een verklaring aan verweerder aangegeven. Ter zitting voert opposant aan dat zijn huisarts echt heeft benadrukt om op haar te wachten. Opposant was zich daarom van geen kwaad bewust. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank begrijpt dat opposant grote waarde heeft gehecht aan het advies van de huisarts om op haar te wachten omdat zijn rijbewijs erg belangrijk voor hem is. Maar de rechtbank blijft van oordeel dat van een burger mag worden verwacht dat hij (tijdig) juridisch hulp zoekt om de bezwaartermijn veilig te stellen. Opposant had dan de nodige kennis en informatie ontvangen om tijdig bezwaar danwel pro-forma bezwaar in te stellen. Dat opposant op een reactie van zijn huisarts heeft gewacht komt voor zijn risico. De rechtspraak hierover is heel helder en duidelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat is de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, heeft beslist dat als iemand niet in staat is om op tijd bezwaar te maken, van diegene kan worden verwacht dat hij iemand inschakelt die zijn belangen kan behartigen. Opposant had, gezien de omstandigheid dat zijn huisarts met vakantie was, elders (juridische) hulp kunnen zoeken.</para>
    <parablock>
      <para>Ook stelt opposant dat hij niet de financiële middelen heeft om een advocaat in te schakelen. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Iedereen in Nederland die geen of een laag inkomen heeft, kan vragen om juridische bijstand van een advocaat die op pro deo basis werkzaamheden verricht. Pro deo betekent dat de overheid grotendeels de kosten van de advocaat betaalt. Dit heet gefinancierde rechtsbijstand. Opposant had zich bijvoorbeeld ook kunnen wenden tot het Juridisch Loket waar men gratis juridisch advies kan inwinnen. </para>
      <para>Dat opposant heeft nagelaten elders hulp te zoeken waardoor hij niet wist wat hij moest doen en wat de mogelijkheden zijn, komt voor zijn eigen rekening en risico. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2020  in stand blijft.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is niet in staat deze</emphasis>	rechter</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>