<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:4286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-06T11:40:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/1602</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:4286">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:4286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-25T08:45:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:4286 Rechtbank Midden-Nederland , 06-08-2020 / UTR 20/1602</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:4286:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WIA-uitkering. Vrijstelling griffierecht. Betalingsonmacht. Inkomens- en vermogenstoets. Herhaling bezwaargronden. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:4286:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/1602</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] , te [woonplaats] , eiser</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Ettalhaoui),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser met ingang van 3 mei tot en met 1 december 2019 een uitkering toegekend op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA-uitkering), omdat hij voor 43,52% arbeidsongeschikt is. Vanaf 3 juli 2019 wordt de uitkering met 5% verlaagd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de Skype-zitting van 5 augustus 2020. Verweerder is met bericht vooraf niet verschenen. Eiser is gedetineerd en is met bericht vooraf ook niet verschenen. Zijn gemachtigde heeft van tevoren aangegeven dat hij de zitting zou bijwonen, maar was niet aanwezig en was ook niet bereikbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser verzoekt om vrijstelling van het griffierecht, wegens betalingsonmacht. Hij bevindt</para>
    <para>zich namelijk in de P.I. te Vught en heeft geen inkomsten. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank overweegt dat het griffierecht weliswaar per rekening-courant is betaald,</para>
    <para>maar dit is onvoldoende om het beroep op betalingsonmacht niet te honoreren.<footnote-ref linkend="_d4084688-4fc0-446f-818f-042dbbbd5601" /> Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij aan de twee criteria voor het aannemen van betalingsonmacht voldoet, zoals door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is geformuleerd.<footnote-ref linkend="_965b9e1d-87c9-4d7d-a4cd-a772d257350f" /> Hoewel aannemelijk is dat eiser nu geen inkomsten heeft, heeft hij geen informatie gegeven over zijn eventuele vermogen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek voor het verlenen van vrijstelling van het griffierecht af.</para>
    <para />
    <para>3. Deze zaak gaat over een WIA-uitkering. De rechtbank stelt vast dat de gronden van het beroep een herhaling betreffen van wat eiser in bezwaar heeft aangevoerd. Wat schort aan het bestreden besluit, heeft eiser niet verder kunnen concretiseren.</para>
    <para />
    <para>4. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder in het bestreden besluit al voldoende</para>
    <para>ingegaan op de gronden van het bezwaar en heeft verweerder deze gronden gemotiveerd weerlegd. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep niet heeft onderbouwd waarom de overwegingen van verweerder in reactie op de bezwaargronden niet in stand kunnen blijven, zodat reeds hierom de herhaalde standpunten niet tot vernietiging van het bestreden besluit kunnen leiden. Ook concludeert de rechtbank dat de motivering waarvan uit het bestreden besluit blijkt, dit besluit kan dragen.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.A. Koeman, griffier, op 6 augustus 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is verhinderd de </para>
      <para>uitspraak te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
  </section>
  <footnote id="_d4084688-4fc0-446f-818f-042dbbbd5601" label="1">
    <para>ECLI:NL:RVS:2016:2783 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:2783).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_965b9e1d-87c9-4d7d-a4cd-a772d257350f" label="2">
    <para>ECLI:NL:CRVB:2015:282 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:282).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>