<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:4115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T06:07:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/508034 / FA RK 20-4953</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JGz 2021/26 met annotatie van Mr. dr. E. Plomp</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:4115">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:4115</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-02T10:59:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:4115 Rechtbank Midden-Nederland , 11-09-2020 / C/16/508034 / FA RK 20-4953</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:4115:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing opvolgende rechterlijke machtiging. Geen sprake van verzet tegen de voortzetting van het verblijf. Integendeel, vanuit het gedrag van betrokkene is voldoende gebleken van de nodige bereidheid om op vrijwillige basis in verpleeghuis te blijven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:4115:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familierecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/508034 / FA RK 20-4953 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Opvolgende rechterlijke machtiging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 11 september 2020 </emphasis>naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van één jaar als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1933 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] ,<?linebreak?>verblijvende in het [naam verpleeghuis] te [plaatsnaam] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de betrokkene,</para>
      <para>advocaat: mr. V.C.Th. van 't Westende Meeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 augustus 2020. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:	</para>
      </parablock>
      <para>- het indicatiebesluit van 4 februari 2020; </para>
      <para>- de aanvraag van 10 augustus 2020;</para>
      <para>- de medische verklaring van 1 augustus 2020 van [A] , specialist ouderengeneeskunde; </para>
      <para>- een verklaring (zonder datum) van de zorgaanbieder [naam organisatie] van de accommodatie waarin de betrokkene is opgenomen;</para>
      <para>- het zorgplan van 4 augustus 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 september 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen, heeft de mondelinge behandeling via Skype plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak via Skype gehoord: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de betrokkene, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mr. V.C.Th. van ’t Westende Meeder, de advocaat van de betrokkene,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw [B] , verpleegkundige,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw [C] , specialist ouderengeneeskunde,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mevrouw [D] , nicht en eerste contactpersoon.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De betrokkene, haar advocaat, de verpleegkundige, de specialist ouderengeneeskunde en de nicht van de betrokkene waren in dezelfde ruimte. De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 10 maart 2020 is door de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verleend tot en met 10 september 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat de betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie (mengbeeld Alszheimer/vasculair)<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank komt tot het oordeel dat een voortzetting van het verblijf wel noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel af te wenden. Echter, naar het oordeel van de rechtbank kan dit op vrijwillige basis. De rechtbank zal dit hierna uitleggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het CIZ heeft tijdens een bezoek aan de betrokkene op 30 juli 2020 onderzocht of voortgezet verblijf van de betrokkene in een Wzd-geregistreerde accommodatie op basis van artikel 21 Wzd aan de orde zou kunnen zijn. Het CIZ concludeerde na dit onderzoek dat het noodzakelijk is dat de betrokkene opgenomen blijft omdat zijn gedrag als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel of een aanzienlijk risico daarop. Het CIZ concludeerde ook dat de betrokkene zich verzette tegen een langere opname en dat om die reden een rechterlijke machtiging nodig was. Om die reden heeft het CIZ geen besluit tot opname als bedoeld in artikel 21 Wzd afgegeven (geen bereidheid, geen verzet) en heeft het CIZ het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de betrokkene in het verpleeghuis geen fysiek verzet tegen zijn verblijf laat zien. Hij laat geen gedrag zien dat erop wijst dat hij niet in het verpleeghuis wil zijn, zoals op de gesloten afdeling bij de deur gaan staan. De betrokkene is tevreden, rustig en als hij naar buiten gaat, komt hij ook weer zelf terug. Het ‘verzet’ van de betrokkene tegen verblijf in het verpleeghuis is alleen gebleken op de momenten dat hem heel uitdrukkelijk gevraagd werd of hij wilde blijven, waarop hij dan ‘nee’ heeft geantwoord. Op alle andere momenten en ook in zijn gedrag geeft hij echter blijk van instemming met zijn verblijf in het verpleeghuis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van verzet tegen de voortzetting van het verblijf. Integendeel, er is vanuit het gedrag van de betrokkene voldoende gebleken van de nodige bereidheid om op vrijwillige basis in het verpleeghuis te blijven. Om die reden zal de rechtbank het verzoek van het CIZ afwijzen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek van het CIZ af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is op 11 september 2020 mondeling gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door D.B.T. Koster als griffier en is schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 21 september 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>..</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>