<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:2932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-24T15:46:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/013714-20 en 16/148156-20 (gev. ttz) (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2932">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-24T15:15:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:2932 Rechtbank Midden-Nederland , 24-07-2020 / 16/013714-20 en 16/148156-20 (gev. ttz) (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2932:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inhoudsindicatie volgt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2932:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 16/013714-20 en 16/148156-20 (gev. ttz) (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] , </para>
      <para>thans gedetineerd te [verblijfplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2020. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. B.A.F. van Drimmelen, advocaat te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 16-013714-20</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1</para>
      <para>Primair:			zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen 				schuldig heeft gemaakt aan diefstal uit een woning waarbij 				goederen toebehorende aan [slachtoffer 1] zijn 					weggenomen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair:			zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen 				schuldig heeft gemaakt aan heling van een autosleutel en/of 				een witte tas en/of een uniformbroek en/of uniformjas en/of 				schoenen en/of parfum en/of sieraden en/of een 						bewegingscamera;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2	</para>
      <para>Primair:			zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen 				schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een personenauto 				en/of autosleutel, toebehorende aan [slachtoffer 2] ;	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair:			zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen 				schuldig heeft gemaakt aan heling van een personenauto 				en/of autosleutel toebehorende aan [slachtoffer 2] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3				zich op 14 januari 2020 te Amersfoort en/of Apeldoorn 					schuldig heeft gemaakt aan vernieling van enig goed, 					toebehorende aan [slachtoffer 2] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 16-148156-20</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1				</para>
      <para>Primair:			zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt 				aan de diefstal van een bromfiets, toebehorende aan [slachtoffer 3] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair:			zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt 				aan een poging tot diefstal van een bromfiets, toebehorende 				aan [slachtoffer 3] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2				zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt 				aan vernieling van een bromfiets toebehorende aan [slachtoffer 3] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3</para>
      <para>Primair:			zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt 				aan de diefstal van een bromfiets, toebehorende aan [slachtoffer 4] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair:			zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt 				aan een poging tot diefstal van een bromfiets, toebehorende 				aan [slachtoffer 4] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 4				zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt 				aan vernieling van een bromfiets toebehorende aan [slachtoffer 4] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 16-013714-20</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en verzoekt verdachte van het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde vrij te spreken. Verdachte is niet gezien op de plaatsen delict van het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde en er zijn in de woning ook geen schoensporen aangetroffen die overeen kunnen komen met de schoenen van verdachte. Uit het proces-verbaal blijkt wel dat verdachte de bestuurder was van de auto waarin een aantal van de weggenomen goederen zijn aangetroffen. Die auto is van de weg geraakt waarna de auto is beschadigd. Verdachte kan zodoende ook verantwoordelijk worden gehouden voor de vernieling van de auto. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 16-148156-20</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder feit 1 primair en feit 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie vordert verdachte vrij te spreken van het onder feit 2 en feit 4 ten laste gelegde nu deze feiten liggen besloten in feit 1 primair en feit 3 primair. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 16-013714-20</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde. Verdachte is niet aangetroffen op de plaatsen delict. Hij wordt gezien als bestuurder maar niet kan worden vastgesteld dat hij vanaf het eerste moment de bestuurder is geweest van de auto. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde, de heling van de weggenomen goederen, stelt de verdediging zich op het standpunt dat de spullen die in de auto zijn aangetroffen op de grond bij de bijrijdersstoel, op de achterbank en achter de bestuurdersstoel lagen. Het is mogelijk dat verdachte deze goederen om die reden niet heeft gezien. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 3, de vernieling, stelt de verdediging zich op het standpunt dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat er schade is ontstaan aan de auto, zodat verdachte van feit 3 moet worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 16-148156-20</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde. Verdachte kan zich niet meer herinneren wat hij heeft gedaan. Hij heeft in elk geval niet kunnen beschikken over de scooters waardoor er geen sprake is geweest van een (poging) tot diefstal. Verdachte had ook geen opzet op het wegnemen van de scooters.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 16-013714-20</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_f66ca7e0-1e36-40a2-a209-8162b9b3a3b3" />
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:</para>
        <para>‘Op 14 januari 2020 heb ik de woning aan [adres 2] in 	[plaatsnaam 1] verlaten. Op 14 januari 2020 te 20:45 uur kwam ik bij de woning. Ik zag 	dat er in de woning was ingebroken en dat er enig goed was weggenomen. Ik zag namelijk dat het raam opengebroken was aan de achterzijde.<footnote-ref linkend="_4899d8da-7b39-41ea-8fe4-5b506d1da5fe" /> (…)</para>
        <para>	Bijlage goederen: Diverse kleding (nieuw), weggenomen in witte "retrobag", 	paspoort, cosmetica, sieraden<footnote-ref linkend="_ea7da556-7343-45fa-a1a8-d09e4a28d70e" />, geld: 600 EUR, geld: 350 GBP, luidspreker (…).’<footnote-ref linkend="_9e481220-fb30-4f5d-904b-6d114e52f96e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [A] heeft het volgende verklaard:</para>
        <para>‘Op dinsdag 14 januari 2020 omstreeks 18.00 uur was ik in mijn woning, gevestigd aan [adres 3] te [plaatsnaam 1] . Ik hoorde opeens een soort harde breekgeluiden. Ik hoorde dat het vanaf de achterzijde van mijn woning kwam. Het klonk alsof er iets met veel geweld gebeurde, een soort harde breekgeluiden.’<footnote-ref linkend="_a5861924-7af2-42d1-8871-ee0eda367f27" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben het volgende verklaard:</para>
        <para>‘De dader(s) hebben aan de achterzijde van de woning, door met een schroevendraaier en een breekijzer in de sluitnaad van het raam en het raamkozijn te wrikken, een raam opengebroken.’<footnote-ref linkend="_1006da1d-fa59-4c99-ab22-5e961ba2f123" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:</para>
        <para>‘Ik ben de eigenaar van een personenauto van het merk BMW, voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Op 14 januari 2020 parkeerde ik mijn auto te [plaatsnaam 1] . Even later, omstreeks 18.45 uur wilde ik vertrekken. Ik zag links voor de woning een jongen staan. Ik zag dat zij (de rechtbank begrijpt: de moeder van aangever) werd aangesproken door die jongen.<footnote-ref linkend="_4ec6d1f0-f46c-457f-95b3-a6cb33eb44b8" /> Ik ben in de tussentijd, toen mijn moeder met die jongen sprak, naar boven gelopen via de trap in de hal bij de voordeur. De voordeur bleef toen openstaan. Ik wilde mijn autosleutels pakken maar ik kon ze niet vinden. Ik hoorde toen plotseling een auto starten voor de woning van mijn ouders. Wij zagen dat mijn auto wegreed. Ik zag dat er een manspersoon in mijn auto weg reed.’<footnote-ref linkend="_16cba0c7-a918-4766-8cdc-2f04f76d2cd3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit 1, feit 2 en feit 3</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben het volgende verklaard:</para>
        <para>‘Op dinsdag 14 januari 2020 kregen wij de melding van de meldkamer dat omstreeks 19.56 uur een voertuig door de ANPR (automatic numberplate registration) camera was gereden op de rijksweg A1 rechts ter hoogte van [plaatsnaam 3] in de richting van [plaatsnaam 4] . Het voertuig wat door de genoemde ANPR-camera was gereden betrof een BMW 5 serie met Nederlands kenteken [kenteken 1] (…).’<footnote-ref linkend="_78415d09-1062-4975-9f96-1a87de681c74" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] hebben het volgende verklaard:</para>
        <para>	‘Ik, verbalisant [verbalisant 5] , stond op de afrit [plaatsnaam 4] Zuid. Onderaan de afrit </para>
        <para>kruist de weg met de [straatnaam 1] te [plaatsnaam 2] . Ik zag dat er een voertuig met hoge snelheid de afrit nam. Toen de BMW de kruising naderde zag ik het kenteken [kenteken 1] . Ik zag dat de BMW in een haakse bocht op de [straatnaam 1] linksaf de berm in reed. Ik zag dat er naast deze berm een enkel spoor lag. Ik zag dat de BMW de spoorstaven raakte. Ik zag dit doordat er veel vonken onder het voertuig vandaan kwamen. Ik zag ter hoogte van een bomen rij, dat de BMW tegen een boom<footnote-ref linkend="_3ecddb10-a100-49b6-881d-2724699bb3a2" /> aanreed. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , zag dat bij de BMW met kenteken [kenteken 1] , de voor- en achterportier aan de rechterzijde open gingen. Ik zag dat er twee personen uitstapten. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , zag dat deze twee personen in de rechter richting vanuit de BMW gezien weg renden. Ik heb deze bevindingen doorgegeven aan de overige collega's via de mobilofoon. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , zag dat het bestuurdersportier open ging. Ik zag dat er een persoon uitstapte. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , zag dat deze persoon in de linker richting vanuit de BMW gezien wegrende. Ik ben zelf achter deze verdachte aangerend. Ik zag dat de verdachte hooibalen naderde. Wij zijn op de hooibalen geklommen om een overzicht te krijgen. Bij het van boven af schijnen zag ik, verbalisant [verbalisant 5] , onder een hooibaal aan een been met trainingsbroek uitsteken. Ik herkende deze trainingsbroek als behorende bij de verdachte [verdachte] . Hierop zijn wij verbalisanten naar beneden gegaan en hebben de verdachte aangetroffen en aangehouden.’<footnote-ref linkend="_af843e39-b7b0-4b6f-bd33-7c01e0b1579e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] hebben het volgende verklaard:</para>
        <para>‘Op 14 januari 2020 omstreeks 20.06 uur hoorden wij via de portofoon dat de collega's het betreffende gestolen voertuig zien rijden. Wij verbalisanten hoorden dat het betreffende voertuig de afslag [plaatsnaam 4] -Zuid namen onderaan de afrit rechtsaf sloeg de [straatnaam 1] te [plaatsnaam 2] op. Wij hoorden via de portofoon dat het voertuig tot stilstand was gekomen ter hoogte van een spoorwegovergang. Wij hoorden dat er vanuit het betreffende voertuig drie mannen waren weggerend. Op het moment dat wij verbalisant op de kruising [straatnaam 1] / [.] naderen, zien<footnote-ref linkend="_8afd47bd-4be7-4e5e-9011-215460c081be" /> wij dat er een collega in de richting van [.] rent. Ik verbalisant [verbalisant 8] zag dat deze collega in de richting van deze straat wees. Ik verbalisant stuurde ons onopvallend voertuig een zandpad aan [.] op welke overging in een weiland. Op het moment dat ik verbalisant [verbalisant 8] het grote licht van ons voertuig aanzette, zien wij twee verdachten rennen. Wij zagen dat ter hoogte van de achtertuin van een woning de beiden verdachten op de grond gingen liggen met hun armen gespreid.</para>
        <para>Ik verbalísant [verbalisant 8] hield op dinsdag 14 januari 2020, omstreeks 20.10 uur de</para>
        <para>verdachte aan welke naar later onderzoek bleek te zijn: </para>
        <para>Achternaam: [medeverdachte 1]</para>
        <para>Voornamen: [voornamen van medeverdachte 1] (…)</para>
        <para>	Ik, verbalisant van [verbalisant 7] , hield op dinsdag 14 januari 2020, omstreeks 20.10 een</para>
        <para>	verdachte aan welke naar later onderzoek bleek te zijn:</para>
        <para>	Achternaam : [medeverdachte 2]</para>
        <para>	Voornamen : [voornamen van medeverdachte 2] (…)’<footnote-ref linkend="_8ae8f82d-8802-43dd-8bd3-1d80bd954c22" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] hebben het volgende verklaard:</para>
        <para>‘Wij hebben het voertuig doorzocht. Ik, verbalisant [verbalisant 10] , zag dat achter de bestuurdersstoel op de achterbank een witte tas stond. Ik zag dat op deze tas de letters 'Retrobag' stond. Ik zag dat in de tas het volgende zat:</para>
        <para>- Een uniform broek met de opdruk Securitas.</para>
        <para>- Een uniform jas met de opdruk Securitas.</para>
        <para>- Een paar schoenen van het mark Hugo Boss.</para>
        <para>- Meerdere parfums en een deo busje.	’<footnote-ref linkend="_745cb705-4f4d-4c0c-b10f-c401bb532008" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangever [slachtoffer 1] heeft de in het gestolen voertuig aantroffen witte tas herkend als de zijne. Hij verklaarde dat ook de inhoud van de tas van hem was.<footnote-ref linkend="_db5339ec-9cb3-43f0-81d9-351b0d959a92" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. </para>
        <para>Op 14 januari 2020 heeft er rond 18.00 uur een woninginbraak plaatsgevonden aan [adres 2] te [plaatsnaam 1] . De buurvrouw (nummer [nummeraanduiding] ) heeft rond dit tijdstip harde breekgeluiden gehoord aan de achterzijde van de woning. Uit forensisch onderzoek aan de woning van aangever [slachtoffer 1] blijkt dat met behulp van een breekijzer en een schroevendraaier een raam is opengebroken. </para>
        <para>Omstreeks 18.45 uur is er een BMW weggenomen aan de [adres 4] te [plaatsnaam 1] . Deze BMW wordt vervolgens rond 19.56 uur gesignaleerd op de Rijksweg A1 ter hoogte van [plaatsnaam 3] . Nadat de BMW tot stilstand is gekomen rennen er drie jongens uit de auto: verdachte [verdachte] vanaf de bestuurderskant en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vanaf het voor- en achterportier aan de rechterzijde van de auto. Nadat de verdachten zijn aangehouden worden er in de auto goederen gevonden die zijn weggenomen bij de woninginbraak aan [adres 2] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is samen met de medeverdachten aangetroffen in de BMW. Verdachte heeft zich bij elk verhoor terzake de feiten waarvan hij en zijn medeverdachten worden verdacht en op zitting, beroepen op zijn zwijgrecht, terwijl het bewijs en de omstandigheden waarin hij en de medeverdachten werden aangetroffen en het verwijt dat hen wordt gemaakt, om uitleg schreeuwt. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het korte tijdsbestek tussen de woninginbraak, het wegnemen van de auto en het aantreffen van de verdachten met de gestolen goederen, alsmede het niet geven van een aannemelijke verklaring voor het onder zich hebben van de gestolen goederen, het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vernieling </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 3, de vernieling, nu niet kan worden vastgesteld dat de auto daadwerkelijk schade heeft opgelopen. </para>
        <para>Uit het procesdossier volgt dat de verdachte als bestuurder van de gestolen auto tijdens een achtervolging door de politie met hoge snelheid heeft gereden, waarbij hij onder meer over een spoor is gereden, waardoor veel vonken onder het voertuig kwamen, en waarbij de auto uiteindelijk tegen een boom tot stilstand is gekomen. De rechtbank acht het aannemelijk dat het voertuig hierbij beschadigd is geraakt en dat verdachte door zijn handelen minst genomen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er schade zou ontstaan aan de auto. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Parketnummer 16-148156-20</emphasis>
        </para>
        <para>Feit 1, feit 2, feit 3, feit 4:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_29b579e6-b9d2-4c0d-b594-fa3aa7dca5c1" />
        </para>
        <para>
          [slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan en zij heeft het volgende verklaard:</para>
        <para>	‘Ik zette mijn scooter op 20 mei 2020 in een vak voor scooters te Rotterdam. Ik zette 	mijn scooter daar op het stuurslot. Ik schoof ook een metalen schuif voor het 	contactslot zodat de scooter niet makkelijk te openen was. Mijn scooter had wel wat 	beschadigingen, maar geen grote schades of deuken. Ook werkte de scooter goed. U 	zegt mij dat het contactslot mogelijk kapot is. Dit was toen ik de scooter gisteren </para>
        <para>neerzette absoluut niet zo.’<footnote-ref linkend="_3c730094-0468-4b9d-8b2a-01e16070dfdd" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 12] verklaart op 21 mei 2020 als volgt:</para>
        <para>‘Abusievelijk is in het proces-verbaal van aangifte het kenteken, merk en type van de scooter niet vermeld. Dit moet zijn een scooter met kenteken [kenteken 2] . </para>
        <para>Ik hoorde dat de aangeefster het volgende zei: "De kras rechtsachter zat er nog niet op. De kap aan de voorzijde was ook nog niet kapot. Ik zie dat de kap aan de voorkant ingedeukt en gescheurd is. Dit was nog niet zo. De buddyseat zit nu los. Ik zie dat bij het slot van de buddyseat er ook wat verbroken is".’<footnote-ref linkend="_408e57c3-413f-4872-87c1-bfc4f07a6101" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan en hij heeft het volgende verklaard:</para>
        <para>	‘Hierbij doe ik aangifte van diefstal en vernieling van mijn scooter welke ik </para>
        <para>	parkeerde te Rotterdam. Mijn scooter betreft de volgende scooter: </para>
        <para>Kenteken: [kenteken 3] . </para>
        <para>Zojuist heb ik met u mijn scooter bekeken. Ik zag dat de volgende dingen aan mijn scooter beschadigd waren, welke toen ik de scooter parkeerde nog intact waren. </para>
        <para>	- Het contactslot is verbogen. </para>
        <para>	- De voorkap is kapot gemaakt.<footnote-ref linkend="_9e1767c5-5149-4588-bdbb-4a76ba4bf188" /></para>
        <para>	- De rechteronderkap is kapot gemaakt. </para>
        <para>	- De bedrading onder de voorkap is losgemaakt. </para>
        <para>	- Het stuurslot is kapot gemaakt. Hierdoor draait het stuur nu heel stroef.’<footnote-ref linkend="_da877bdc-7756-48c3-9333-924ef537e3e6" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 11] verklaart als volgt:</para>
        <para>	‘Op 21 mei 2020 bekeek ik de camerabeelden van Team technisch Toezicht van 	camera's welke gelegen zijn in de directe nabijheid van het [.] . (…) </para>
        <para>	Ik zag dat verdachte [verdachte] met een scooter ook vanuit de richting van de 	scooterparkeerplaats de [.] inliep en de scooter meenam. Ik herkende 	lichtblauwe scooter welke door de politie is in beslag genomen. Ik zag dat [verdachte] 	ermee in zijn handen liep. (…) Ik zag dat [verdachte] met de rode door de politie in beslag 	genomen scooter liep vanaf de richting van de scooterparkeerplaats de 	[.] inliep in de richting van het [straatnaam 3] .’<footnote-ref linkend="_65ba9f42-46b0-4d5e-a95a-476da7c09c62" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
        <para>Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte degene is geweest die twee scooters heeft weggenomen en beide scooters heeft vernield. Met het verplaatsen van de scooters heeft verdachte zich daarover een zodanige feitelijke heerschappij verschaft dat de wegneming als voltooid heeft te gelden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eendaadse samenloop</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde vernielingen. De rechtbank volgt de officier van justitie hierin niet. De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1 primair en feit 2 alsmede met betrekking tot feit 3 primair en feit 4 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De bewezen verklaarde gedragingen leveren in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen slechts enigszins uiteenloopt. De rechtbank zal hiermee wel rekening houden in de strafmaat. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 16-013714-20</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 14 januari 2020 te [plaatsnaam 1] , tezamen en in vereniging met anderen, uit een woning (gelegen aan [adres 2] ) kleding en een paspoort en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">cosmetica en sieraden en een hoeveelheid geld en een luidspreker, toebehorende aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 14 januari 2020 te Amersfoort , tezamen en in vereniging met anderen, een personenauto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(BMW 530d) en een autosleutel, toebehorende aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel door met voornoemde autosleutel zich de toegang tot die personenauto te verschaffen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 14 januari 2020 te Apeldoorn opzettelijk en wederrechtelijk een goed, dat geheel aan [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft beschadigd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 16-148156-20</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1<?linebreak?><emphasis role="italic">op 21 mei 2020 te Rotterdam een bromfiets (gekentekend [kenteken 2] ), toebehorende aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2<?linebreak?><emphasis role="italic">hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een bromfiets (gekentekend [kenteken 2] ), dat geheel aan [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft beschadigd; </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3<?linebreak?><emphasis role="italic">hij op 21 mei 2020 te Rotterdam een bromfiets (gekentekend [kenteken 3] ), toebehorende aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 4<?linebreak?><emphasis role="italic">hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een bromfiets (gekentekend [kenteken 3] ), dat geheel aan [slachtoffer 4] toebehoorde, heeft beschadigd.</emphasis><?linebreak?></para>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 16-013714-20</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1:			diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige 			het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel 			van braak;	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2:			diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige 			het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel 			van valse sleutels;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3:			opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan 			een ander toebehoort beschadigen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Parketnummer 16-148156-20</emphasis>
      </para>
      <para>De eendaadse samenloop van<emphasis role="italic">:</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1:			diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder 				zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2:			opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten 				dele aan een ander toebehoort beschadigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alsmede de eendaadse samenloop van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3:			diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder 				zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 4:			opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten 				dele aan een ander toebehoort beschadigen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 7 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de (bijzondere) voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, aangevuld met ITB-plus van 12 maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een ITB-plus van 12 maanden niet passend is, gelet op de ten laste gelegde feiten. Cliënt is wisselvallig in of hij mee wil werken. De verdediging vraagt zich af hoe de bijzondere voorwaarden eruit moeten zien. De verdediging verzoekt een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest en refereert zich verder aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw merkt op dat het jeugdstrafrecht moet worden toegepast nu dit ook is geadviseerd door de reclassering. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak, een diefstal van een auto, een vernieling van een auto en twee diefstallen van scooters waarbij verdachte deze scooters ook heeft beschadigd. Dit zijn vervelende feiten die overlast en schade voor de slachtoffers hebben veroorzaakt. Bovendien zorgen dergelijke feiten voor het ontstaan van gevoelens van angst en onveiligheid. Met zijn handelen heeft verdachte geen respect getoond voor anderen en andermans eigendommen. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte van 12 juni 2020. Hieruit blijkt dat verdachte op 5 februari 2019 is veroordeeld voor meerdere diefstallen met geweld/bedreiging waarvoor verdachte onder meer een jeugddetentie van vijf maanden opgelegd heeft gekregen. In 2016 is verdachte door de kinderrechter tweemaal veroordeeld voor een vermogensdelict, waaronder een diefstal van een brom-/snorfiets. De rechtbank houdt met deze veroordelingen in strafverzwarende zin rekening in de strafmaat. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 26 februari 2020, opgesteld door [B] , reclasseringswerker bij [instelling 1] . Hieruit volgt dat de reclassering meerdere risicofactoren signaleert. Er is vermoedelijk sprake van een (deels) negatief sociaal netwerk. Daarnaast heeft verdachte een problematische thuissituatie, waarbij sprake is geweest van huiselijk geweld richting moeder. Voorts is er een delictpatroon ten aanzien van geweldsdelicten te zien en is sprake van agressieregulatieproblematiek. Verdachte is hiervoor in behandeling geweest bij [instelling 2] . </para>
        <para>Er loopt tot december 2020 een reclasseringstoezicht bij Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE). Verdachte komt zijn afspraken met SAVE goed na. SAVE heeft, vanwege de thuissituatie, in de afgelopen periode getracht verdachte aan te melden bij meerdere instanties voor begeleid en beschermd wonen. Dat heeft tot op heden nog niet geleid tot een plek. De reclassering adviseert om het jeugdstrafrecht toe te passen. Er zijn vermoedens dat verdachte op een beperkt verstandelijk niveau functioneert.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting van 10 juli 2020 heeft [C] , de huidige jeugdreclasseringsbegeleider van verdachte, verklaard dat verdachte sociaal-emotioneel kwetsbaar is. Hij komt vaardigheden tekort, wordt snel boos en is zeer beïnvloedbaar. Er is al veel geprobeerd voor verdachte. Het doet verdachte geen goed dat hij nu in detentie verblijft. Dit zal hem doen verharden. De bijzondere voorwaarden zouden in ieder geval moeten bestaan uit: begeleid wonen bij [instelling 3] , verslavingszorg, een jobcoach, schuldhulpverlening, een behandeling bij [instelling 2] en ITB-plus voor 12 maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de rapporten die over verdachte zijn uitgebracht, in deze zaak het adolescentenstrafrecht toepassen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De ernst van de feiten rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een forse jeugddetentie. De rechtbank acht het echter ook van belang dat verdachte aan zijn toekomst gaat werken en de hulp krijgt die hij nodig heeft. Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 10 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd, passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de bijzondere voorwaarden merkt de rechtbank op dat ITB-plus uit begeleiding door een medewerker jeugdreclassering van SAVE voor de duur van 6 maanden bestaat. De rechtbank zal derhalve ITB-plus voor de duur van 6 maanden opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien de rechtbank meer bewezen heeft verklaard dan wat door de officier van justitie is gevorderd, wordt afgeweken van de strafeis. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">16-013714-20</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1:</para>
      <para>
        [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 600,00. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder feit 1 ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2:</para>
      <para>
        [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van </para>
      <para>€ 2.100,00. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder feit 2 ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">16-148156-20</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1 en feit 2:</para>
      <para>
        [slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van </para>
      <para>€ 800,00. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3 en feit 4:</para>
      <para>
        [slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 756,00. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder feit 3 en feit 4 ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">16-013714-20</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht de vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onvoldoende onderbouwd en verzoekt de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">16-148156-20</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht de vorderingen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] geheel toewijsbaar met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">16-013714-20</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw verzoekt, gelet op de bepleite vrijspraak, de vorderingen van de benadeelde partijen af te wijzen. Subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering moeten worden verklaard, gelet op het gebrek aan onderbouwing. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">16-148156-20</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging stelt zich op het standpunt dat de door [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gevorderde schadebedragen bijna gelijk staan aan de nieuwwaarde van de scooters. De verdediging verzoekt de vorderingen te matigen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">16-013714-20</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onvoldoende zijn onderbouwd waardoor zij een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Daarom zijn de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">16-148156-20</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3] en de schadevergoedingsmaatregel:</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van [slachtoffer 3] , niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 en 2 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 800,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, met toepassing van de wettelijke rente vanaf 21 mei 2020 tot aan de dag van volledige betaling. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het belang van [slachtoffer 3] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gijzeling zal in verband met de jeugdige leeftijd van verdachte achterwege blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 4] en de schadevergoedingsmaatregel:</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van [slachtoffer 4] , niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 en 4 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 756,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, met toepassing van de wettelijke rente vanaf 21 mei 2020 tot de dag van volledige betaling. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het belang van [slachtoffer 4] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gijzeling zal in verband met de jeugdige leeftijd van verdachte achterwege blijven.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 55, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring 16-013714-20</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor onder rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte 	daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring 16-148156-20</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 primair en feit 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor onder rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte 	daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in 	rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van <emphasis role="bold">10 maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in 	verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van 	de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet 	reeds op een andere straf in mindering is gebracht; </para>
    <para>- bepaalt, dat een gedeelte van <emphasis role="bold">4 maanden </emphasis>van de jeugddetentie, niet zal worden 	tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    <para>- stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd van twee jaren</emphasis> vast;</para>
    <para />
    <para>- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte: </para>
    <parablock>
      <para>*   zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      <para>*	ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      <para>*	medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd:</para>
    <parablock>
      <para>*	zich houdt zich aan de aanwijzingen van Samen Veilig Midden-Nederland, </para>
      <para>	afdeling jeugdreclassering (maatregel Toezicht en Begeleiding). Daarin is besloten </para>
      <para>	de Intensieve Traject Begeleiding (ITB) voor de duur van zes maanden. De </para>
      <para>	verdachte meldt zich op afspraken met Samen Veilig Midden-Nederland zo vaak als </para>
      <para>	zij dat nodig vindt;</para>
      <para>*	verdachte laat zich, indien en voor zover de reclassering dat nodig acht, behandelen door [instelling 2] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door Samen Veilig Midden-Nederland. Indien de reclassering dat nodig vindt, start de behandeling </para>
      <para>*	verdachte verblijft in begeleid wonen [instelling 3] of een andere instelling voor </para>
      <para>	beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door Samen Veilig </para>
      <para>	Midden-Nederland. Het verblijf start zo snel als mogelijk. Het verblijf duurt zolang </para>
      <para>	Samen Veilig Midden-Nederland dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de </para>
      <para>	huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met Samen Veilig </para>
      <para>	Midden-Nederland voor hem heeft opgesteld;</para>
      <para>*	verdachte werkt mee aan de begeleiding van zijn jobcoach, te bepalen door Samen </para>
      <para>	Veilig Midden-Nederland. De begeleiding duurt zo lang als Samen Veilig Midden- </para>
      <para>	Nederland dat nodig vindt;</para>
      <para>*	verdachte werkt mee aan schuldhulpverlening en geeft Samen Veilig Midden- </para>
      <para>	Nederland inzicht in zijn financiën;</para>
    </parablock>
    <para>- geeft aan genoemde instelling opdracht verdachte bij de naleving van die voorwaarden hulp en steun te verlenen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 1] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze 	vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze 		vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 3]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 800,00</emphasis>;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, </para>
    <para>	vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2020 tot de dag van volledige 	betaling; </para>
    <para>- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten </para>
    <para>	behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden 	begroot op nihil;</para>
    <para>- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat </para>
    <para>€ 800,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door nul dagen gijzeling;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd 	als hij de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer 4] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 756,00</emphasis>;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, </para>
    <para>	vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2020 tot de dag van volledige 	betaling; </para>
    <para>- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten </para>
    <para>	behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden 	begroot op nihil;</para>
    <para>- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat </para>
    <para>€ 756,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door nul dagen gijzeling;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd 	als hij de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.B. Snijders Blok, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Beek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">16-013714-20</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 14 januari 2020 te Amersfoort , tezamen en in</para>
      <para>vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning</para>
      <para>(gelegen aan [adres 2] ) kleding en/of een paspoort en/of</para>
      <para>cosmetica en/of sieraden en/of een hoeveelheid geld en/of een</para>
      <para>luidspreker, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander</para>
      <para>dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten</para>
      <para>aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich</para>
      <para>wederrechtelijk toe te eigenen,</para>
      <para>terwijl verdachte en/of zijn/haar mededader(s) zich de toegang tot de</para>
      <para>plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te</para>
      <para>nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door</para>
      <para>middel van braak, verbreking en/of inklimming;</para>
      <para>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van</para>
      <para>Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 14 januari 2020 te Amersfoort , tezamen en in</para>
      <para>vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans</para>
      <para>eenmaal een of meer goederen, te weten een autosleutel van het merk</para>
      <para>Toyota en/of een witte tas met daarop de tekst ‘Retrobag’ en/of een</para>
      <para>uniformbroek en/of uniformjas met de opdruk Securitas en/of schoenen</para>
      <para>en/of parfum en/of (een) sierra(a)d(en) en/of een bewegingscamera</para>
      <para>heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij/zij</para>
      <para>en zijn/haar mededader(s) telkens) ten tijde van de verwerving of het</para>
      <para>voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs</para>
      <para>had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed</para>
      <para>betrof</para>
      <para>( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond</para>
      <para>a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 14 januari 2020 te Amersfoort , tezamen en in</para>
      <para>vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een personenauto</para>
      <para>(BMW 530d) en/of een autosleutel, in elk geval enig goed, dat geheel of</para>
      <para>ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s)</para>
      <para>toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het</para>
      <para>oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,</para>
      <para>terwijl verdachte en/of zijn/haar mededader(s) zich de toegang tot de</para>
      <para>plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te</para>
      <para>nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door</para>
      <para>middel van een valse sleutel door met voornoemde autosleutel zich de</para>
      <para>toegang tot die personenauto te verschaffen;</para>
      <para>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van</para>
      <para>Strafrecht )</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 14 januari 2020 te Amersfoort , een goed, te weten</para>
      <para>een personenauto (BMW 530d) en/of een autosleutel heeft verworven,</para>
      <para>voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de</para>
      <para>verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans</para>
      <para>redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf</para>
      <para>verkregen goed betrof</para>
      <para>( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond</para>
      <para>a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 14 januari 2020 te Amersfoort en/of Apeldoorn</para>
      <para>althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk goed, in elk geval</para>
      <para>enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2]</para>
      <para>toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of</para>
      <para>weggemaakt</para>
      <para>( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">16-148156-20</emphasis>
      </para>
      <para>Feit 1<?linebreak?>hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Rotterdam een bromfiets<?linebreak?>(gekentekend [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele<?linebreak?>aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft<?linebreak?>weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te<?linebreak?>eigenen, terwijl verdachte dat/die weg te nemen goed/goederen onder<?linebreak?>zijn/haar bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van<?linebreak?>Strafrecht )<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Rotterdam ter uitvoering van het<?linebreak?>door verdachte voorgenomen misdrijf om een bromfiets (gekentekend<?linebreak?>[kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander<?linebreak?>toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , weg te nemen met het oogmerk<?linebreak?>om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat/die weg te nemen<?linebreak?>goed/goederen onder zijn/haar bereik te brengen door middel van<?linebreak?>braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel, aan het stuur van een<?linebreak?>bromfiets heeft gerukt en/of de (voor)kap van de bromfiets heeft<?linebreak?>verbroken/open gemaakt en/of het contactslot heeft verbroken en/of de<?linebreak?>buddyseat heeft geopend en/of het slot van de buddyseat heeft<?linebreak?>verbroken en/of genoemde bromfiets vanaf de [straatnaam 2] via de<?linebreak?>[.] heeft verplaatst naar het Q-park P+R [straatnaam 3]<?linebreak?>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van<?linebreak?>Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2<?linebreak?>hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Rotterdam opzettelijk en<?linebreak?>wederrechtelijk een bromfiets (gekentekend [kenteken 2] ), in elk geval enig<?linebreak?>goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten [slachtoffer 3]<?linebreak?>toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of<?linebreak?>weggemaakt;<?linebreak?>( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3<?linebreak?>hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Rotterdam een bromfiets<?linebreak?>(gekentekend [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele<?linebreak?>aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft<?linebreak?>weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te<?linebreak?>eigenen, terwijl verdachte dat/die weg te nemen goed/goederen onder<?linebreak?>zijn/haar bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van<?linebreak?>Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Rotterdam ter uitvoering van het<?linebreak?>door verdachte voorgenomen misdrijf om een bromfiets (gekentekend<?linebreak?>[kenteken 3] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander<?linebreak?>toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , weg te nemen met het<?linebreak?>oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat/die weg te<?linebreak?>nemen goed/goederen onder zijn/haar bereik te brengen door middel<?linebreak?>van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel, aan het stuur van<?linebreak?>een bromfiets heeft gerukt en/of de (voor)kap van de bromfiets heeft<?linebreak?>verbroken/open gemaakt en/of het contactslot heeft verbroken en/of de<?linebreak?>bedrading onder de voorkap heeft losgemaakt en/of blootgelegd en/of<?linebreak?>genoemde bromfiets vanaf de [straatnaam 2] via de [.]<?linebreak?>heeft verplaatst naar het Q-park P+R [straatnaam 3] terwijl de<?linebreak?>uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van<?linebreak?>Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 4<?linebreak?>hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Rotterdam opzettelijk en<?linebreak?>wederrechtelijk een bromfiets (gekentekend [kenteken 3] ), in elk geval enig<?linebreak?>goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten [slachtoffer 4]<?linebreak?>toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of<?linebreak?>weggemaakt;<?linebreak?>( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f66ca7e0-1e36-40a2-a209-8162b9b3a3b3" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 16 januari 2020, 23 januari 2020 en 21 februari 2020, genummerd PL0900-2020017808, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 206. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4899d8da-7b39-41ea-8fe4-5b506d1da5fe" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte (met bijlage), p. 94.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ea7da556-7343-45fa-a1a8-d09e4a28d70e" label="3">
    <para> Bijlage proces-verbaal van aangifte, p. 97.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e481220-fb30-4f5d-904b-6d114e52f96e" label="4">
    <para> Bijlage proces-verbaal van aangifte, p. 98.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a5861924-7af2-42d1-8871-ee0eda367f27" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 101.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1006da1d-fa59-4c99-ab22-5e961ba2f123" label="6">
    <para> Proces-verbaal van forensisch onderzoek woning, p. 172.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ec6d1f0-f46c-457f-95b3-a6cb33eb44b8" label="7">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 75.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_16cba0c7-a918-4766-8cdc-2f04f76d2cd3" label="8">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 76. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_78415d09-1062-4975-9f96-1a87de681c74" label="9">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 31.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ecddb10-a100-49b6-881d-2724699bb3a2" label="10">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 38.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_af843e39-b7b0-4b6f-bd33-7c01e0b1579e" label="11">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 39. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8afd47bd-4be7-4e5e-9011-215460c081be" label="12">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 33. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ae8f82d-8802-43dd-8bd3-1d80bd954c22" label="13">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 34.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_745cb705-4f4d-4c0c-b10f-c401bb532008" label="14">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 57. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_db5339ec-9cb3-43f0-81d9-351b0d959a92" label="15">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 175.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_29b579e6-b9d2-4c0d-b594-fa3aa7dca5c1" label="16">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 7 juni 2020, genummerd PL1700-2020158462, opgemaakt door politie Rotterdam, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 109. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c730094-0468-4b9d-8b2a-01e16070dfdd" label="17">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_408e57c3-413f-4872-87c1-bfc4f07a6101" label="18">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 64. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e1767c5-5149-4588-bdbb-4a76ba4bf188" label="19">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da877bdc-7756-48c3-9333-924ef537e3e6" label="20">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 9. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_65ba9f42-46b0-4d5e-a95a-476da7c09c62" label="21">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 72. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>