<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:2813</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-17T15:23:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 2125</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2813">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2813</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-17T15:18:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:2813 Rechtbank Midden-Nederland , 16-07-2020 / AWB - 20 _ 2125</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2813:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo bijzondere bijstand kosten bewindvoering, nieuw besluit genomen, verzoek pkv, (-) heeft niet alle gegevens verstrekt in aanvraagfase, vw voldoende onderzoek gedaan, geen toekenning pkv, verzoek n-o.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2813:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/2125</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.A.P.F. Hoens),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 24 juni 2020 gereageerd op dit verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft op 25 mei 2020 verzoekers aanvraag om bijzondere bijstand voor bewindvoering en griffiekosten afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening gevraagd.</para>
    <para>Op 24 juni 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 25 mei 2020, dat hij dit besluit intrekt en heeft verweerder alsnog bijzondere bijstand toegekend voor bewindvoering en griffiekosten, tot een totaalbedrag van € 2.317,64. </para>
    <para />
    <para>3. Bij brief van 13 juli 2020 heeft verzoeker gezegd dat verweerder met het besluit van 24 juni 2020 deels is tegemoet gekomen aan het belang bij het treffen van een voorlopige voorziening en dat verzoeker zich op dit punt refereert aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Verder heeft verzoeker zich op het standpunt gesteld dat verweerder dient te worden veroordeeld in de proceskosten en dat het griffierecht moet worden terugbetaald. </para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder met het besluit van 24 juni 2020 volledig tegemoet is gekomen aan de aanvraag en het bezwaar van verzoeker. In de brief van 13 juli 2020 heeft verzoeker hierover ook geen gronden aangevoerd. In zoverre bestaat er dus geen procesbelang meer en zal het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    <para>5. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).</para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en aangegeven dat hij geen proceskosten aan verzoeker wil betalen. Verweerder heeft aangevoerd dat tijdens de aanvraagprocedure geen stukken zijn overgelegd waaruit de verplichting jegens het CAK is gebleken. In bezwaar is pas de uitkeringsspecificatie van het UWV overgelegd, waaruit dit blijkt. Op grond van dat document is verweerder tot de conclusie gekomen dat verzoekers aanvraag alsnog toegewezen moest worden. </para>
    <para />
    <para>7. Uit vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_abdc72b2-e5bf-49d8-8be8-b0e91e4fcb14" /> van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat een aanvrager in het algemeen de feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken die nopen tot inwilliging van die aanvraag. In dat kader dient de aanvrager de nodige duidelijkheid te verschaffen en volledige openheid van zaken te geven. Vervolgens is het aan het bijstandverlenend orgaan om in het kader van de onderzoeksplicht deze inlichtingen op juistheid en volledigheid te controleren. </para>
    <para />
    <para>8. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker bij zijn aanvraag heeft ingevuld dat hij een Wajong-uitkering ontving van € 1.013,96 netto per maand. Uit de bij de aanvraag overgelegde uitkeringsspecificaties van het UWV over de maanden januari en februari 2020 blijkt ook dat hij dit bedrag ontving, waarbij de premie voor de zorgverzekering ter hoogte van € 141,50 in opdracht van het CAK op de uitkering werd ingehouden. Van een andere inhouding door het CAK is niet gebleken. Het had, gelet op hetgeen onder 7. is vermeld, op de weg van verzoeker gelegen om verweerder te informeren over de inhouding door het CAK op zijn uitkering, hetgeen hij in de aanvraagfase niet heeft gedaan. Verder blijkt dat verweerder onderzoek heeft gedaan in SUWI-net, waaruit evenmin van een inhouding door het CAK op de uitkering van verzoeker is gebleken. Verweerder heeft hiermee bij de besluitvorming die heeft geleid tot het besluit van 25 mei 2020 dan ook geen rekening kunnen houden, hetgeen voor risico van verzoeker komt. Verweerder hoeft de proceskosten van verzoeker dus niet te betalen. Evenmin bestaat aanleiding voor vergoeding van het griffierecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van K.S. Smits, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
  <footnote id="_abdc72b2-e5bf-49d8-8be8-b0e91e4fcb14" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 7 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1403</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>