<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:2803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-18T14:46:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 848</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2803">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-18T14:44:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:2803 Rechtbank Midden-Nederland , 15-07-2020 / AWB - 20 _ 848</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2803:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag bijzondere bijstand kosten bewindvoering - afgewezen ivm voldoende draagkracht - dringende redenen artikel 16 Pw niet aan de orde - beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2803:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">zaaknummer: UTR 20/848 </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser, en </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, eiseres </para>
      <para>hierna te noemen: eisers,</para>
      <para>te [woonplaats] , eisers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R. Charité),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: V.A. Staat).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor kosten van bewindvoering afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft via Skype for Business plaatsgevonden op 7 juli 2020. Eisers en verweerder hebben zich door hun respectieve gemachtigden laten vertegenwoordigen. Verder was aanwezig dhr. [A] , de bewindvoerder van eisers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers staan sinds 1 oktober 2018 onder bewind. Op 22 juli 2019 hebben zij een aanvraag gedaan voor bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering voor de periode van </para>
    <para>1 juni 2019 tot en met december 2019 ter hoogte van een bedrag van € 1.240,18. </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eisers over voldoende draagkracht beschikken om in deze kosten zelf te voorzien.  De grondslag voor deze afwijzing is artikel 35, eerste lid, van de Pw.</para>
    <para />
    <para>3. Ter zitting hebben eisers hun beroepsgronden beperkt tot een beroep op het bestaan van zeer dringende redenen om toch tot bijzondere bijstandsverlening over te gaan. Eisers verwijzen hiermee naar artikel 16, eerste lid, van de Pw. Eisers hebben gesteld dat hun situatie problematisch is. Zij hebben medische, sociale en financiële problemen. Zij zijn genoodzaakt om hun woning te verkopen en om een huurwoning te betrekken. Eisers stellen dat zij de hulp van dhr. [A] nodig hebben om niet verder verzeild te raken in financiële problemen. Zij stellen evenwel de kosten van bewindvoering niet te kunnen betalen.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eisers op artikel 16, eerste lid, van de Pw niet slaagt. Daarvoor is het volgende van belang. </para>
    <para />
    <para>5. Alleen als verweerder een bijstandsaanvraag afwijst op één van de gronden van de artikelen 11 tot en met 15 van de Pw, kan verweerder op basis van artikel 16, eerste lid, van de Pw bij zeer dringende redenen tóch tot verlening van bijstand overgaan. Deze afwijkingsbevoegdheid van artikel 16, eerste lid, van de Pw is niet van toepassing op een aanvraag om bijzondere bijstand die verweerder heeft afgewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Pw. Dit nu is bij eisers het geval. Dat betekent dus dat eisers zich niet kunnen beroepen op de afwijzingsbevoegdheid van verweerder uit artikel 16, eerste lid, van de Pw. De Pw kent geen afwijkingsbevoegdheid voor de gevallen waarin verweerder een aanvraag heeft afgewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Pw. De rechtbank wijst bij dit alles onder meer op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 november 2016.<footnote-ref linkend="_754fe927-6ac5-4677-921d-aab4397cf6e0" /></para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. A.G.C. Bulten, griffier, op 15 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier is niet in de gelegenheid			rechter</para>
      <para>om deze uitspraak te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
  </section>
  <footnote id="_754fe927-6ac5-4677-921d-aab4397cf6e0" label="1">
    <para> ECLI:NL:CRVB:2016:4163. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>