<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:2059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-05T11:15:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/659682-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2059">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-05T11:10:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:2059 Rechtbank Midden-Nederland , 02-06-2020 / 16/659682-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2059:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Van een vordering TUL opnieuw een deel toegewezen. Geen algehele tenuitvoerlegging omdat de rechtbank het onwenselijk vindt dat veroordeelde na zijn detentie zonder vangnet terugkeert in de maatschappij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2059:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/659682-17 </para>
      <para>Uitspraak: 2 juni 2020 </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing na voorwaardelijke veroordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de op 8 mei 2020 ter griffie ingekomen vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, locatie Lelystad van 27 september 2017 aan</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>	geboren op [1985] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>	wonende [adres] , te [woonplaats] ,</para>
      <para>	thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Nieuwegein,</para>
      <para>	hierna te noemen: veroordeelde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan </para>
      <para>zeven maanden voorwaardelijk, waarbij de proeftijd is bepaald op drie jaren. Bij voornoemd vonnis zijn (bijzondere) voorwaarden gesteld, welke na aan een aanvulling bij beslissing van </para>
      <para>31 maart 2020 inhielden dat veroordeelde gedurende de proeftijd:</para>
      <para>*	zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft. Daartoe moet hij zich melden bij Reclassering Nederland, De Meent 4 te Lelystad, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
      <para>*	zich onder behandeling zal stellen van FACT van GGZ Centraal of een soortgelijke instelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn psychiatrische stoornis zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, ook indien deze behandeling inname van medicatie betreft;</para>
      <para>*	zal meewerken aan de aanmelding voor een beschermd wonen traject en zich vervolgens zal houden aan de aanwijzingen die in het kader van het verblijf in deze woonvoorziening aan hem zullen worden gegeven en zich houdt aan het (eventuele) programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.</para>
      <para>De reclassering is opdracht gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier bevindt zich een mededeling als bedoeld in artikel 366a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering van 19 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 31 maart 2020 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank een eerdere vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gedeeltelijk toegewezen, te weten voor de duur van drie maanden. Voor het overige is de vordering destijds afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. C. Zijlstra, veroordeelde en zijn raadsvrouw, mr. E.I.B. Hoffman, advocaat te Hilversum en de deskundige M.J.C. Bonthuis, reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, zijn op de vordering gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Advies van de reclassering</emphasis>
      </para>
      <para>In het ‘Advies aan opdrachtgever toezicht’ opgemaakt door M.J.C. Bonthuis van Reclassering Nederland van 30 april 2020 staat het navolgende. Na de terechtzitting van </para>
      <para>31 maart 2020 heeft de reclassering wederom meermalen getracht met veroordeelde in contact te komen. Veroordeelde wil, zo heeft de reclassering vernomen, geen contact hebben met de reclassering en Inforsa. Inforsa heeft laten weten dat zij het behandelcontact met veroordeelde stopzetten en hem zullen uitschrijven. De reclassering schrijft dat zij veroordeelde meerdere kansen heeft gegeven om het traject voort te zetten, ondanks de beperkte motivatie en de overtredingen van de voorwaarden. De reclassering vindt het niet wenselijk dat veroordeelde na afloop van zijn detentie dak- en thuisloos zal zijn en buiten zicht van de hulpverlening. Veroordeelde zal zich dan onttrekken aan een behandel- verplichting, waaronder het gebruik van medicatie, met alle gevolgen van dien. Omdat veroordeelde weigert in contact te treden met de reclassering wordt voortzetting van het toezicht niet mogelijk geacht. Aan geen van de opgelegde voorwaarden (omtrent meldplicht, wonen, behandeling en gebruik van medicatie) kan voldaan worden. De reclassering schat het recidiverisico hoog in. Zij adviseert over te gaan tot tenuitvoerlegging van het nog resterende voorwaardelijk strafdeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf toe te wijzen voor een gedeelte van drie maanden. Op die manier zal een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met bijzondere voorwaarden resteren en kan veroordeelde met een vangnet terugkeren in de maatschappij. Gelet op de feiten waarvoor veroordeelde is veroordeeld en het aanwezige ziektebeeld, is begeleiding en behandeling in het onderhavige geval belangrijk, aldus de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw van veroordeelde deelt het standpunt van de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat veroordeelde de opgelegde voorwaarden dat hij zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, dat hij zich onder behandeling moet laten stellen van FACT bij GGZ Centraal of een soortgelijke instelling en dat hij moet meewerken aan een beschermd wonen traject niet of in onvoldoende mate is nagekomen. De rechtbank acht daarom termen aanwezig om de vordering toe te wijzen, maar voor een periode van drie maanden. Zoals de rechtbank in haar beslissing van 31 maart 2020 reeds heeft overwogen, vindt zij het onwenselijk om veroordeelde na de detentie zonder enig vangnet te laten terugkeren in de maatschappij. De rechtbank hoopt dat veroordeelde, die zegt na zijn detentie wel begeleid te willen wonen, in gaat zien dat hem die mogelijkheid wordt geboden, maar dat hij daarvoor tijdens zijn detentie in contact dient te treden met de reclassering (alsmede Inforsa) en dat hij gebruik zal maken van het aanbod van zijn raadsvrouw om als tussenpersoon de contacten te begeleiden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande zal de vordering worden toegewezen in die zin dat de</para>
      <para>tenuitvoerlegging voor de duur van drie maanden wordt bevolen. Voor het overige</para>
      <para>wordt de vordering van de officier van justitie afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst de vordering gedeeltelijk toe;</para>
    <para />
    <para>- gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van 27 september 2017, voor een deel dat nog niet dat nog niet bij een eerdere beslissing ten uitvoer is gelegd, te weten <emphasis role="bold">voor een gedeelte van drie (3) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- wijst de vordering voor het overige af. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mr. D.S. Terporten-Hop, voorzitter, mrs. M.J.A.L. Beljaars en </para>
      <para>A. Leschot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Campmans als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland brengt vorenstaande beslissing ter kennis van de aan ommezijde vermelde persoon, alsmede ter kennis van  </para>
      <para>mr. E.I.B. Hoffman belast met het verlenen van bijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie,</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>