<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:2040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-03T11:25:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/307374-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2040">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:2040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-03T10:53:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:2040 Rechtbank Midden-Nederland , 02-06-2020 / 16/307374-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2040:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorhanden hebben pistool en munitie, vervoeren en afleveren hasjiesj en verduistering bankpassen. Voorwaardelijk opzet vervoer en afleveren hasjiesj (bij een PI d.m.v. een vogelkooi). Gevangenisstraf 7 mnd waarvan 2 mnd voorwaardelijk, proeftijd 2 jr.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:2040:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16-307374-19 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 2 juni 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [2001] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] , [woonplaats] . </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 mei 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Zijlstra en van hetgeen verdachte en diens raadsvrouw mr. S. Mangal, advocaat te Lelystad, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 28 december 2019 in Lelystad een pistool en munitie voorhanden heeft gehad;  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 28 december 2019 in Lelystad ongeveer 99,5 gram hasjiesj opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3 primair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 28 december 2019 in Lelystad bankpassen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft geheeld;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 28 december 2019 in Lelystad bankpassen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft verduisterd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om aan te nemen dat verdachte opzettelijk drugs heeft vervoerd, afgeleverd dan wel verstrekt. Ook ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde is vrijspraak bepleit. Er is aangevoerd dat niet kan worden aangetoond dat verdachte wist dan wel moest vermoeden dat de bankpassen afkomstig waren uit een misdrijf. Tot slot is ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde eveneens vrijspraak bepleit. Volgens de verdediging kan niet worden bewezen dat de bankpassen geheel dan wel ten dele toebehoren aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en ook niet dat zij die bankpassen terug wilden. Subsidiair is ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vrijspraak voor het onder 3 primair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht - met de officier van justitie en de verdediging - niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen voor het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Het onder 1 ten laste gelegde feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 1 ten laste gelegde betreffende feit bekend en er is geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 mei 2020; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>28 december 2019, genummerd PL0900-2019388230-6, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, pagina 205 en 206 van het dossier;</para>
      <para>- een in de wettelijke vorm (na het opleveren van het einddossier aanvullend) opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2020, genummerd PL0900-2019388230-39, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen voor het onder 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_87638b8d-d202-4d11-b02d-8678b986284d" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige] , werkzaam als bewaarder in de Penitentiaire Inrichting Lelystad, heeft verklaard dat op 28 december 2019 [verdachte] , geboren op [2001] , een vogelkooi met één vogel kwam invoeren ten behoeve van gedetineerde [A] . Nadat hij de kooi had ingeleverd en de bijbehorende invoerformulieren had ondertekend, heeft verdachte de inrichting verlaten. [getuige] had geen goed gevoel over het voederbakje. [getuige] heeft het voederbakje vervolgens gecontroleerd. Door deze leeg te gooien zagen zij een grote plak gelijkend op hasj.<footnote-ref linkend="_7e4098e0-82b3-4d47-9083-4883b2f442d4" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 1] heeft gerelateerd dat zij de partij vermoedelijk verdovende middelen heeft onderzocht. Het betrof een hoeveelheid van 99,5 gram. Zij heeft een monster getest. De test gaf een reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish, vermeld op lijst II van de Opiumwet.<footnote-ref linkend="_436b4cef-76b6-42b4-96eb-7c6337dcd03c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat hij op 28 december 2019 in Lelystad een Louis Vuitton tasje in beslag heeft genomen.<footnote-ref linkend="_abb2cc34-782c-452d-9cf3-97f7d3999c46" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 3] heeft gerelateerd dat in voornoemde tas twee passen zaten. Eén pas betrof een Rabo Wereldpas op naam van [benadeelde 2] [rekeningnummer] . De andere pas betrof een ING betaalpas op naam van [benadeelde 1] [rekeningnummer] .<footnote-ref linkend="_45fc4524-56ae-4a64-80ca-98bc50ba76c6" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het Louis Vuitton tasje van hem was en dat hij de bankpassen die daarin zijn aangetroffen, een paar maanden eerder, maar nog geen jaar eerder, gevonden heeft op straat in Hilversum.<footnote-ref linkend="_9cff543b-b435-47fd-9b93-12fc0caf86c8" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verbalisant [verbalisant 4] heeft gerelateerd dat hij onderzoek heeft gedaan naar de in de tas van [verdachte] aangetroffen bankpassen. Bij de Rabo Wereldpas op naam van </para>
        <para>
          [benadeelde 2] , gaat het om [benadeelde 2] , geboren [1999] te [geboorteplaats] , woonachtig [adres] , [woonplaats] . Zij heeft aangifte gedaan inzake diefstal van haar tas. Genoemde tas was weggenomen op 11 mei 2019 te Amsterdam.<footnote-ref linkend="_2c8ee4ae-f6ca-44dc-893c-003dc07788d1" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen voor het onder 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Opzet vervoer hasjiesj (feit 2)</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast:</para>
      </parablock>
      <para>- Verdachte heeft op 28 december 2019 een vogel in een vogelkooi bij de PI afgeleverd.</para>
      <para>- Deze vogelkooi met inhoud was bedoeld voor een gedetineerde. </para>
      <para>- De bewaarder in de PI had vrijwel direct geen goed gevoel over het voederbakje.</para>
      <para>- Na controle van het voederbakje, werd daar hasj in aangetroffen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op vragen van de politie en de rechtbank heeft verdachte als volgt verklaard:</para>
      </parablock>
      <para>- Verdachte kent de betreffende gedetineerde niet en heeft zich verder ook niet in deze persoon verdiept.</para>
      <para>- Verdachte heeft de vogelkooi met inhoud afgeleverd op verzoek van iemand, maar wil zijn naam niet noemen;</para>
      <para>- Verdachte heeft de vogelkooi met inhoud niet zelf gekocht, maar kwam ermee in contact toen hij met vrienden in een auto zat op weg naar de PI.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat er bij penitentiaire inrichtingen (op de meest inventieve wijzen) drugs naar binnen wordt gesmokkeld. Door onder de hiervoor genoemde omstandigheden een vogelkooi met inhoud in te voeren in een PI, heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij drugs zou invoeren. Verdachte heeft deze kans ook aanvaard door de vogelkooi toch naar binnen te brengen, zonder zich ook maar enigszins af te vragen waar de vogelkooi vandaan komt en navraag te doen naar degene voor wie de kooi bestemd is.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wederrechtelijke toe-eigening bankpassen van anderen (feit 3 subsidiair)</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de bij verdachte aangetroffen bankpassen op naam van </para>
        <para>
          [benadeelde 2] en [benadeelde 1] waren gesteld. Op grond van die vaststelling neemt de rechtbank aan dat die passen ook daadwerkelijk aan hen toebehoorden. De rechtbank heeft geen reden om daaraan te twijfelen. Evenmin ziet de rechtbank  aanleiding om aan te nemen dat de eigenaren van de passen (vrijwillig) afstand van die passen zouden hebben gedaan. Ten aanzien van [benadeelde 2] wordt de rechtbank gesteund in deze overtuiging door de aangifte ter zake diefstal van diens tas. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte als heer en meester over de passen is gaan beschikken en dat hij deze zich heeft toegeëigend. Hij had de passen al geruime tijd onder zich en droeg ze bij zich in een tas tezamen met een vuurwapen. De rechtbank concludeert derhalve dat verdachte zich goederen van een ander wederrechtelijk heeft toegeëigend. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>op 28 december 2019 te Lelystad een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool (merk Browning/FN-herstal model Baby, kaliber 6.35 mm), en munitie van categorie III, te weten 5 scherpe patronen kaliber 6.35mm, voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>op 28 december 2019 te Lelystad opzettelijk heeft vervoerd en afgeleverd een hoeveelheid van ongeveer 99,5 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode van 11 mei 2019 tot en met 28 december 2019 te Hilversum en Lelystad</para>
      <para>opzettelijk bankpassen toebehorende aan [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en welke goederen verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen onder 1, 2 en 3 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eendaadse samenloop van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verduistering, meermalen gepleegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zeven maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan een gedeelte van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht een op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Op die manier krijgt verdachte de kans om onder andere zijn diploma te behalen. Hij is bereid om zich te conformeren aan de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aard en de ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie brengt in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en versterkt bovendien in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid. Dat die risico’s realistisch zijn blijkt uit de veelheid van geweldsincidenten waarbij vuurwapens zijn gebruikt en (dodelijke) slachtoffers moeten worden betreurd. Daarom is de rechtbank van oordeel dat tegen het ongecontroleerde bezit van vuurwapens streng moet worden opgetreden. Het wapen dat verdachte voorhanden had betrof een semi-automatisch vuurwapen. Verdachte had het wapen, wat geladen was, tezamen met meerdere patronen onder handbereik bij zich. Hiermee heeft verdachte het risico op een geweldsincident met het vuurwapen welbewust op de koop toegenomen en een ernstige inbreuk op de veiligheid in de samenleving gemaakt. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het naar binnensmokkelen van drugs in een Penitentiaire Inrichting. Ook dit is een ernstig feit. Smokkelpraktijken kunnen de ongestoorde gang van zaken en de veiligheid in een PI ondermijnen. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van twee bankpassen. Dit zijn voor de eigenaren waardevolle documenten. Hiermee heeft verdachte schade en overlast veroorzaakt voor in elk geval [benadeelde 2] , die in onzekerheid heeft verkeerd over waar en bij wie haar bankpas in handen was en die heeft moeten zorgen voor een nieuwe bankpas. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 17 februari 2020 betreffende verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank verder rekening gehouden met een reclasseringsadvies van 12 mei 2020 van Reclassering Nederland. Daarin staat het volgende. Verdachte is per</para>
        <para>14 februari 2020 onder schorsingstoezicht geplaatst. Gebleken is dat hij zich niet houdt aan de gestelde bijzondere voorwaarden. Hij heeft zich meerdere malen niet gehouden aan het locatiegebod, hij toont geen inzet voor het continueren van de schoolgang en werkt niet het  verplicht gestelde aantal uren. Doordat verdachte doelbewust de grenzen opzoekt, geen openheid van zaken geeft en zich sociaal wenselijk opstelt, wordt het risico op recidive ingeschat als hoog. Het verplicht stellen van interventies of toezicht biedt volgens de reclassering onvoldoende garanties om de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. Ten tijde van het opstellen van het reclasseringsrapport van 11 februari 2020 zag de reclassering nog indicaties voor het toepassen van het jeugdstrafrecht. Thans ziet de reclassering een aantal contra-indicaties voor het toepassen van het jeugdstrafrecht. Enerzijds neemt verdachte deel aan het gezin, aangezien hij nog bij zijn ouders woont en zakgeld ontvangt. Anderzijds onttrekt hij zich aan het ouderlijk toezicht. Ondanks dat verdachte thuis woont, hebben zijn ouders nagenoeg geen zicht op wat hij overdag doet en waar hij uit hangt, waardoor er vrijwel geen zicht is op zijn handelen en gedragingen. Ook binnen zijn schorsingstoezicht houdt hij zich niet aan de regels en laat hij zich niet corrigeren door zijn toezichthouder. Hiermee lijkt hij weinig ontvankelijk voor sociale, emotionele of praktische ondersteuning of pedagogische beïnvloeding door volwassenen. Alles overwegend ziet de reclassering onvoldoende grond voor de toepassing van het jeugdstrafrecht. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. Als een voorwaardelijke straf wordt opgelegd, adviseert de reclassering het toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren met als voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een contactverbod, een locatiegebod en dagbesteding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte was tijdens het plegen van de feiten 18 jaar oud. Het uitgangspunt is dan dat het volwassenenstrafrecht aan de orde is. De rechtbank heeft bij jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar echter de mogelijkheid om het jeugdstrafrecht toe te passen. Dat kan de rechtbank doen wanneer de persoon van de verdachte zelf of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, daar aanleiding voor geven. Gelet op de persoon van verdachte zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en uit hetgeen over hem verder naar voren is gekomen, alsmede de aard en de ernst van de feiten, ziet de rechtbank aanleiding om verdachte te berechten met toepassing van het volwassenenstrafrecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor het voorhanden hebben van een wapen van categorie III sub I als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden noemen en voor het voorhanden hebben van vijf patronen (scherpe munitie) een geldboete van € 170,00. </para>
        <para>In de jurisprudentie is echter een tendens waar te nemen dat vanwege toenemend wapengebruik in de samenleving tegen illegaal wapenbezit aanzienlijk strenger wordt opgetreden. Voor het verduisteren van de bankpassen gaan voornoemde oriëntatiepunten uit van een taakstraf. Voor het vervoeren van de hasjiesj bestaat geen oriëntatiepunt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het onderhavige geval is een vrijheidsbenemende sanctie, gelet op de ernst van de feiten, de enige passende sanctie. Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding om ten voordele van verdachte af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd. Het voorgaande betekent dat een gevangenisstraf van zeven maanden wordt opgelegd, waarvan een gedeelte van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Met dit voorwaardelijk deel wil de rechtbank verdachte ervan weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zullen geen bijzondere voorwaarden worden verbonden. De rechtbank heeft –onder meer door het verloop van het schorsingstoezicht- niet de indruk gekregen dat verdachte zich wil in zetten om te kunnen profiteren van een verplicht reclasseringscontact.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BESLAG</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslaggenomen tas en geldbedrag van </para>
        <para>€ 664,00 worden teruggegeven aan verdachte.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht om de teruggave van de in beslaggenomen tas en het geldbedrag van € 664,00. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Teruggave aan verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de inbeslaggenomen Louis Vuitton tas alsmede het in beslaggenomen geldbedrag van € 664,00. Deze goederen behoren aan verdachte toe, zijn niet vatbaar voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>14a, 14b, 14c, 55, 57, 321 van het Wetboek van Strafrecht,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>26 en 55 van de Wet wapens en munitie,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>3 en 11 van de Opiumwet;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 3 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het onder 1, 2 en 3 subsidiair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1, 2 en 3 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">zeven (7) maanden</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para>- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">twee (2) maanden</emphasis>, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer</emphasis> zal worden gelegd, <emphasis role="bold">tenzij</emphasis> de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">twee (2) jaren</emphasis> vast; </para>
    <para>- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de <emphasis role="bold">teruggave aan verdachte</emphasis> van de volgende voorwerpen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een in beslaggenomen Louis Vuitton tas;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een in beslaggenomen geldbedrag van € 664,00.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. Oosterling-van der Maarel, voorzitter, </para>
      <para>mrs. D.S. Terporten-Hop en mr. A. Leschot, rechters, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. J. Campmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 juni 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1:</para>
      <para>hij op of omstreeks 28 december 2019 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool (merk Browning/FN-herstal model Baby, kaliber 6.35 mm), en/of munitie van </para>
      <para>categorie III, te weten 5 scherpe patronen kaliber 6.35mm, voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2:</para>
      <para>hij op of omstreeks 28 december 2019 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 99,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 primair: </para>
    <para>hij op of omstreeks 28 december 2019 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een of meer bankpas(sen) o.n.v. [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze/dit goed(eren) wist, althans had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;</para>
    <para />
    <para>3 subsidiair:</para>
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 11 mei 2019 tot en met 28 december 2019 te Hilversum en/of Lelystad, in elk geval in Nederland, opzettelijk een of meer bankpas(sen), in elk geval enig goed,</para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_87638b8d-d202-4d11-b02d-8678b986284d" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 30 december 2019, genummerd </para>
    <para>2019388230 en 2019388294, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 100 tot en met 129, 200 tot en met 217, 300 tot en met 316 en een aantal ongenummerde pagina's die door de rechtbank zijn doorgenummerd als 317 tot en met 355. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7e4098e0-82b3-4d47-9083-4883b2f442d4" label="2">
    <para> Een geschrift, inhoudende een schriftelijk verslag (art. 50.1. PBW), pagina 104. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_436b4cef-76b6-42b4-96eb-7c6337dcd03c" label="3">
    <para> Pagina 215 en 216. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_abb2cc34-782c-452d-9cf3-97f7d3999c46" label="4">
    <para> Pagina 205 en 206.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_45fc4524-56ae-4a64-80ca-98bc50ba76c6" label="5">
    <para> Pagina 207.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9cff543b-b435-47fd-9b93-12fc0caf86c8" label="6">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 mei 2020. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c8ee4ae-f6ca-44dc-893c-003dc07788d1" label="7">
    <para> Pagina 208. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>