<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2020:1857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T10:56:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/499068 / JE RK 20-500</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2020/100 met annotatie van Graaf, J.H. de</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:1857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:1857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-18T09:54:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2020:1857 Rechtbank Midden-Nederland , 28-04-2020 / C/16/499068 / JE RK 20-500</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2020:1857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschillenregeling: GI kan IQ-test laten uitvoeren zonder toestemming gezaghebbende ouder. Artikel 1.1 Jeugdwet respectievelijk 7.3.4. Jeugdwet; art. 262b BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2020:1857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Familierecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens	: C/16/499068 / JE RK 20-500</para>
      <para>datum uitspraak: 28 april  2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking geschillenregeling</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gecertificeerde instelling<emphasis role="bold"> Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis>, hierna te noemen de GI,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [A] , hierna te noemen de moeder,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>- het verzoek met bijlagen van de GI van 9 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 13 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 april 2020 heeft de kinderrechter de zaak (telefonisch) ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Gehoord zijn de moeder, en mevrouw [B] namens de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitstel?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft kort voor de zitting per email verzocht de behandeling van de zaak uit te stellen. Zij heeft aangevoerd dat zij onlangs een paar dagen in het ziekenhuis heeft gelegen en nog niet in is staat geweest met een advocaat te overleggen. Ter zitting heeft zij het verzoek herhaald.</para>
      <para>Mevrouw [B] heeft ter zitting verteld dat zij op 27 februari 2020 een concept van het verzoek met het verslag van de school via e-mail naar de moeder heeft gestuurd.</para>
      <para>De kinderrechter heeft op de zitting besloten om de behandeling van de zaak voort te zetten, omdat de moeder al een tijd precies weet wat het verzoek inhoudt en zij dus al eerder de hulp van een advocaat had kunnen inroepen. De moeder bleek bovendien goed te weten wat het verzoek inhoudt.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 25 november 2019 is de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengd tot 30 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam van minderjarige] woont sinds augustus 2019 in een netwerkpleeggezin (grootouders moederszijde).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 november 2019 de machtiging  tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een netwerkpleeggezin verlengd tot uiterlijk 30 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>
      <?linebreak?>De GI heeft een geschil voorgelegd met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geschil houdt in dat de moeder weigert toestemming te geven voor het uitvoeren van een IQ-test bij [voornaam van minderjarige] . De GI stelt dat de school van [voornaam van minderjarige] zo’n test nodig vindt om het aanbod in de klas zo goed mogelijk te kunnen afstemmen op de onderwijsbehoeften van [voornaam van minderjarige] . In groep 5 en 6, toen [voornaam van minderjarige] bij moeder woonde, heeft hij veel lesstof gemist vanwege een hoog schoolverzuim. Het gaat steeds beter met [voornaam van minderjarige] op school. Hij voelt zich veilig en weet steeds beter wat er van hem verwacht wordt. De school vraagt zich echter af wat zij cognitief van [voornaam van minderjarige] kan verwachten. Een IQ-test kan daar duidelijkheid over geven.</para>
      <para>De school is al vanaf  2016 met moeder in gesprek om een IQ-test en/of persoonlijkheidsonderzoek te laten doen. In april 2019 heeft de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing aan de moeder om mee te werken aan een psychologisch onderzoek voor [voornaam van minderjarige] bekrachtigd, maar dit onderzoek is niet van de grond gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van belanghebbende</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft op 19 februari 2020 aan de school laten weten dat zij geen toestemming geeft omdat ze vindt dat dit al eerder gedaan had moeten zijn. Zij heeft ter zitting toegelicht dat zij nooit contact heeft met school. Maar in februari 2020 kwam ineens de e-mail met het verzoek om toestemming voor een IQ-test. Zij heeft daarop geen toestemming willen geven. De moeder vindt dat het aan de school ligt dat zij niet weet welk onderwijsaanbod passend is voor [voornaam van minderjarige] . De moeder vindt daarnaast dat [voornaam van minderjarige] genoeg capaciteiten heeft en dat de school teveel druk op [voornaam van minderjarige] legt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter beslist dat de GI een IQ-test voor [voornaam van minderjarige] kan laten uitvoeren zonder de toestemming van de moeder en legt hierna uit waarom.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter vindt het voor [voornaam van minderjarige] belangrijk dat de school te weten komt wat hij wel en niet kan op cognitief gebied. Dat heeft de school namelijk nodig om ervoor te zorgen dat [voornaam van minderjarige] onderwijs krijgt dat aansluit bij zijn mogelijkheden. Maar op dit moment heeft de school te weinig gegevens om te bepalen wat [voornaam van minderjarige] nodig heeft op onderwijsgebied. Daarom moet er een IQ-test worden uitgevoerd. </para>
      <para>De kinderrechter vindt dat zo’n IQ-test kan worden beschouwd als een vorm van jeugdhulp. Wat onder jeugdhulp kan worden verstaan staat in de wet<footnote-ref linkend="_a0bc898e-4419-4e55-8553-1ccfb4c5417d" />. Daarin staat dat jeugdhulp onder andere is: ondersteuning van jeugdigen bij het omgaan met de gevolgen van opvoedingsproblemen van de ouders. In het geval van [voornaam van minderjarige] is het zo dat hij in groep 5 en 6 veel school verzuimd heeft. In die tijd woonde [voornaam van minderjarige] nog bij de moeder. [voornaam van minderjarige(-s)] schoolverzuim en achterstand op school vormden een deel van de redenen voor de ondertoezichtstelling<footnote-ref linkend="_5397063d-67c4-41ed-9042-b1adaa097e02" /> van [voornaam van minderjarige] . De onduidelijkheid over [voornaam van minderjarige(-s)] onderwijsbehoefte is in de ogen van de kinderrechter het gevolg van de opvoedingsproblemen die de moeder had. Dat maakt dat de IQ-test die nodig is om het juiste onderwijs te kunnen vinden een vorm van jeugdhulp is. In de wet staat verder<footnote-ref linkend="_bc1337c0-ac11-4126-85b2-4681d7ad64e4" /> dat ouders gewoonlijk toestemming moeten geven voor het geven van jeugdhulp aan hun kind, maar dat dat niet geldt als de jeugdhulp wordt gegeven in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel. Er geldt een kinderbeschermingsmaatregel voor [voornaam van minderjarige] , hij is immers onder toezicht gesteld. Dit maakt dus dat voor de IQ-test geen toestemming van de moeder nodig is.</para>
      <para>In de wet<footnote-ref linkend="_ec34b481-02b6-4cda-a293-951cde0cefb7" /> staat ten slotte dat de kinderrechter in geschillen over de uitvoering van de ondertoezichtstelling een beslissing neemt die de rechter in het belang van het kind wenselijk vindt. De kinderrechter vindt het doen van de IQ-test wenselijk in het belang van [voornaam van minderjarige] . Want de uitslag van die test gaat hem helpen passend onderwijs te krijgen.</para>
      <para>De kinderrechter heeft geprobeerd om tijdens de mondelinge bespreking van het verzoek overeenstemming tussen de moeder en de GI te bereiken maar dat is niet gelukt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslist dat de GI een IQ-test voor [voornaam van minderjarige] kan laten uitvoeren zonder toestemming van de moeder;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2020 door mr. G.L.M. Urbanus, kinderrechter, in tegenwoordigheid van drs. M.G.M. van Rijnstra als griffier.</para>
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 april 2020. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a0bc898e-4419-4e55-8553-1ccfb4c5417d" label="1">
    <para> Artikel 1.1 van de Jeugdwet</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5397063d-67c4-41ed-9042-b1adaa097e02" label="2">
    <para> Beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 30 juli 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc1337c0-ac11-4126-85b2-4681d7ad64e4" label="3">
    <para> Artikel 7.3.4 lid 1 van de Jeugdwet</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec34b481-02b6-4cda-a293-951cde0cefb7" label="4">
    <para> Artikel 1:262b van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>