<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:816</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-06T08:33:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/232841-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:816">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:816</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-06T08:32:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:816 Rechtbank Midden-Nederland , 26-02-2019 / 96/232841-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:816:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet. Bewijsverweer accreditatie laboratorium in het buitenland in de zin van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:816:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 96/232841-18 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de politierechter van 26 februari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. S. Berings en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. T.H.M. Kneepkens, advocaat te Amsterdam , naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op of omstreeks 2 augustus 2018 te Almere een voertuig, te weten een snorfiets, heeft bestuurd, na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 12 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit bij die stof vermelde grenswaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de politierechter is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat het tenlastegelegde onderzoek in de zin van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 niet voor bewezenverklaring in aanmerking komt. Daartoe is door hem gesteld dat de onderzoeker die het bloedonderzoek in de onderhavige zaak heeft verricht niet is verbonden aan een laboratorium in de betekenis van artikel 14, tweede lid, sub b van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Immers, volgens die bepaling komt als laboratorium alleen in aanmerking een laboratorium dat in het buitenland is gevestigd en door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie is geaccrediteerd aan de hand van criteria die vergelijkbaar zijn met de criteria, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025, en deskundig is op het terrein van de bio-analyse. Dat het <emphasis role="italic">Labor Mönchengladbach MVZ Dr. […] + Kollegen</emphasis> (hierna ook te noemen: het Laboratorium) als zodanig is geaccrediteerd blijkt niet uit het dossier, terwijl van zo’n accreditatie ook overigens niet kan blijken, aldus – zakelijk weergegeven – de raadsman. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het door de raadsman gevoerde verweer, omdat het laboratorium waarbij de onderzoeker is aangesloten wel is geaccrediteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de politierechter</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bespreking van het verweer</emphasis>
          </para>
          <para>Het verweer van de raadsman snijdt hout in het veronderstelde geval waarin het onderzoek is verricht buiten het in artikel 14, tweede lid, onder b, van het <emphasis role="italic">Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen (hierna ook: het Besluit)</emphasis> in het verkeer neergelegde kader. Ook al houdt de grondslag van het gevoerde verweer niet meer in dan de enkele betwisting van bevoegdelijk verricht onderzoek en/of de kenbaarheid daarvan, de politierechter overweegt niettemin naar aanleiding van dat verweer het volgende. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Het buitenlandse laboratorium</emphasis>
          </para>
          <para>Artikel 14 van het Besluit  – waarin nadere regels zijn gesteld voor het bloedonderzoek – schrijft onder meer voor:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">2. De onderzoeker is verbonden aan een laboratorium. Als laboratorium komt alleen in aanmerking: </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">[…] </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">b. een laboratorium dat in het buitenland is gevestigd en door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie is geaccrediteerd aan de hand van criteria die vergelijkbaar zijn met de criteria, genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025, en deskundig is op het terrein van de bio-analyse.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De politierechter stelt vast dat in Duitsland de <emphasis role="italic">Deutsche Akkreditierungsstelle</emphasis> (DAkkS) de tot het verlenen van accreditaties bevoegde instantie is. Deze instantie is vergelijkbaar met de hier te lande bestaande accreditatie-instantie, de <emphasis role="italic">Raad voor Accreditatie</emphasis> (RVA). Zowel de RVA als de DAkkS zijn lid van de <emphasis role="italic">European co-operation for Accreditation</emphasis> (EA)<footnote-ref linkend="_27568353-8673-4119-9c64-c160b24a2891" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Volgens de daarvan opgemaakte <emphasis role="italic">Akkreditierungsurkunde D-PL-13179-02-00 nach DIN EN ISO/IEC 17025:2005</emphasis><footnote-ref linkend="_87c7dddc-0684-4531-85dc-e4ce80fb9a55" /> heeft de DAkkS aan het <emphasis role="italic">Medizinisches Versorgungszentrum (MVZ) Dr. […] + Kollegen GbR, [adres] , [postcode] Mönchengladbach</emphasis> een accreditatie verleend. Uit de inhoud van deze <emphasis role="italic">Akkreditierungsurkunde</emphasis> blijkt ondubbelzinnig dat de accreditatie is verleend op het forensisch terrein. Als <emphasis role="italic">Prüfgebiete</emphasis> zijn vermeld: <emphasis role="italic">Forensische Toxikologie (inkl. zur Fahreignungsdiagnostiek)</emphasis> en <emphasis role="italic">Forensische Alkohologie</emphasis>. Als <emphasis role="italic">Prüfarten </emphasis>zijn opgesomd: <emphasis role="italic">Flüssigkeitschromatographie (LC-MS/MS)</emphasis>, <emphasis role="italic">Gaschromatographie (GC/MS, GC-HS)</emphasis>, <emphasis role="italic">Ligandenassays</emphasis> en <emphasis role="italic">Photometrie</emphasis>. In deze <emphasis role="italic">Akkreditierungsurkunde</emphasis> is bepaald dat de geldigheid van de verleende accreditatie is aangevangen op 12 december 2016 en eindigt op 30 juni 2020.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De bruikbaarheid van het resultaat van onderzoek voor het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>Uit het voorgaande volgt afdoende dat het Laboratorium op de voet van artikel 14, tweede lid, sub b, van het Besluit voor het verrichten van het daarin bedoelde onderzoek in aanmerking komt. Nu het resultaat van dat onderzoek is neergelegd in het rapport van 13 september 2018, derhalve in het tijdvak waarvoor de accreditatie is verleend, faalt het verweer. Aan de raadsman moet worden toegegeven dat als uit de stukken in het dossier ook de accreditatieverlening eenvoudig had kunnen blijken daarmee hem het voeren van dat verweer en de politierechter de verwerping daarvan was bespaard gebleven, voor het aannemen van een verplichting voor de officier van justitie om het dossier ook vullen met op accreditatieverlening betrekkelijke stukken bestaat echter geen grond.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_1688b356-b332-4f29-912f-5f3e888db5b2" />
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Verbalisant [verbalisant] </emphasis>heeft op 21 oktober 2018 het volgende gerelateerd:</para>
          <para>“Op (…) 2 augustus 2018 bevond ik (…) mij op (…) het [straatnaam] (…) [plaatsnaam] . (…) zag (…) dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een voertuig, snorfiets, (…) dit bestuurde. (…) Als resultaat van deze test zag ik (…) dat de speekseltekst een indicatie aangaf voor de volgende stof: cannabis (tetrahydrocannabinol). (…) De verdachte gaf mij (…) op te zijn genaamd: </para>
          <para>Achternaam: [achternaam van verdachte]</para>
          <para>Voornamen: [voornamen van verdachte]</para>
          <para>Geboren: [geboortedatum] 1974</para>
          <para>(…)</para>
          <para>Adres: [adres]</para>
          <para>Postcode plaats: [postcode] [woonplaats]</para>
          <para>(…)</para>
          <para>Ik (…) heb de bloedmonsters overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (…) gewaarmerkt, direct verpakt en verzegeld, alsmede het bloedafnameformulier voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker “Analyse” met het nummer TAAT1492NL (…).”<footnote-ref linkend="_a4737fd1-0f31-4023-aa54-1dc07d42f24c" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Dr. [A]</emphasis>, als [functie van A] verbonden aan <emphasis role="italic">Labor Mönchengladbach MVZ Dr. […] + Kollegen</emphasis>, heeft op 13 september 2018, zakelijk weergegeven, het volgende gerapporteerd:</para>
          <para>
            <emphasis role="bold">Onderzoeksmateriaal</emphasis>
          </para>
          <para>SIN nummer: TAAT1492NL</para>
          <para>Omschrijving: Bloed van [verdachte]</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Resultaten</emphasis>
          </para>
          <para>Aangewezen stof: Cannabis</para>
          <para>Meetbare stof: THC</para>
          <para>Grenswaarde bij enkelvoudig gebruik: 3</para>
          <para>Eindresultaat in bloed (TAAT1492NL): 12</para>
          <para>Rapportage eenheid: microgram per liter<footnote-ref linkend="_a0e2070e-171e-41e1-a336-c7c6f1280aab" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Een opsporingsambtenaar van politie Eenheid Midden-Nederland</emphasis> heeft verdachte op 18 september 2018 schriftelijk in kennis gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek:</para>
          <para>“Op 2 augustus 2018 werd bij u bloed afgenomen in verband met een onderzoek naar rijden onder invloed ingevolge artikel 8 Wegenverkeerswet 1994. (…) In het bloedmonster is de navolgende stof (…) in uw bloed aangetroffen.</para>
          <para>
            <emphasis role="bold">Cannabis</emphasis>
          </para>
          <para>Het gehalte tetrahydrocannabinol THC bedroeg 12 microgram per liter bloed. De grenswaarde voor cannabis is 3 microgram tetrahydrocannabinol THC per liter bloed.</para>
          <para>(…)</para>
          <para>Ik wijs u op het recht om een tegenonderzoek te laten verrichten. </para>
          <para>(…)</para>
          <para>Uw bloedmonster werd geanalyseerd onder sporenidentificatienummer TAAT1492NL.”<footnote-ref linkend="_45c53863-fb69-4b5c-a74f-09c63958a3f4" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Verdachte</emphasis> heeft op 2 augustus 2018 als volgt verklaard:</para>
          <para>P: Wat voor voertuig heb je bestuurd?</para>
          <para>V : Ik heb een Cita bestuurd (de politierechter begrijpt: op 2 augustus 2018 op het [straatnaam] te [plaatsnaam] ). Dat is een snorfiets.</para>
          <para>(…)</para>
          <para>P: Hoeveel drugs heb je de afgelopen 48 uur gebruikt?</para>
          <para>V : (…) vlak voor het rijden had ik een halve joint gerookt.<footnote-ref linkend="_8b427a91-1b3c-45d7-9788-4eca73518635" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 2 augustus 2018 te Almere een voertuig, te weten een snorfiets, heeft bestuurd, na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 12 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit bij die stof vermelde grenswaarde.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:</para>
      </parablock>
      <para>- een geldboete van € 325,00 (zegge: driehonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door zes dagen hechtenis;</para>
      <para>- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit, hetgeen meebrengt dat de oplegging van een straf en/of maatregel niet aan de orde is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de politierechter</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de politierechter rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat cannabisgebruik, zeker in de mate die bij verdachte is vastgesteld, de rijvaardigheid nadelig beïnvloedt. De politierechter rekent het verdachte dan ook ernstig aan dat hij onder zeer aanzienlijke invloed van cannabis toch op zijn snorfiets is gestapt, kennelijk zonder zich te bekommeren om de veiligheid van anderen die zich op de weg bevinden. Het gegeven dat hij volgens zijn verklaring chauffeur van beroep is geeft in dit verband ernstig te denken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Wat betreft de persoon van verdachte heeft de politierechter acht geslagen op een ten name van verdachte gesteld uittreksel van de Justitiële documentatiedienst van 21 november 2018. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>De politierechter is met de officier van justitie van oordeel dat in het licht van de te dezen geldende straftoemetingsuitgangspunten, zoals vastgesteld door het binnen de organisatie van de Rechtspraak bestaande Landelijk Overleg Vakinhoud Straf naast een geldboete ook de oplegging van de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen aan de orde is. Nu verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit en hij chauffeur van beroep is, zal de politierechter bepalen dat een deel van die ontzegging vooralsnog niet behoeft te worden tenuitvoergelegd. </para>
        <para>De politierechter zal aan verdachte een geldboete opleggen van € 325,00 (zegge: driehonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door zes dagen hechtenis, en daarnaast een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met daaraan verbonden een proeftijd van twee jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en 8, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>De politierechter verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para>De politierechter verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf</emphasis>
      </para>
      <para>De politierechter veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 325,00 </emphasis>(zegge: driehonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door zes dagen hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een <emphasis role="bold">ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">zes maanden</emphasis>, waarvan <emphasis role="bold">vier maanden voorwaardelijk</emphasis> met een proeftijd van twee jaren. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. Veldhuisen, politierechter, in tegenwoordigheid van A.S. Valk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 2 augustus 2018 te Almere, een voertuig, te weten een snorfiets heeft bestuurd, na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de WVW94, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 12 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_27568353-8673-4119-9c64-c160b24a2891" label="1">
    <para> https://european-accreditation.org/</para>
  </footnote>
  <footnote id="_87c7dddc-0684-4531-85dc-e4ce80fb9a55" label="2">
    <para> https://www.dakks.de/as/ast/d/D-PL-13179-02-00.pdf</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1688b356-b332-4f29-912f-5f3e888db5b2" label="3">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit de pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, zoals deze blijken uit het – ongenummerd - digitaal dossier. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 21 oktober 2018, genummerd PL0900-2018224392-1, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_a4737fd1-0f31-4023-aa54-1dc07d42f24c" label="4">
    <para> Pagina’s 2 en 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a0e2070e-171e-41e1-a336-c7c6f1280aab" label="5">
    <para> Pagina’s 16 en 18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_45c53863-fb69-4b5c-a74f-09c63958a3f4" label="6">
    <para> Pagina 20.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b427a91-1b3c-45d7-9788-4eca73518635" label="7">
    <para> Pagina 10.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>