<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:6726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-04T14:09:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/482170 / FO RK 19-861</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:6726">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:6726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-04T14:08:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:6726 Rechtbank Midden-Nederland , 13-08-2019 / C/16/482170 / FO RK 19-861</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:6726:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>gezag</para>
        <para>Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:6726:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familierecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/482170 / FO RK 19-861 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 12 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. M.S. Haas, vervanger van mr. M. Tijsseling,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen de man.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen ter griffie op 4 juni 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende producties van de vrouw, ingekomen ter griffie op 9 augustus 2019.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren van 12 augustus 2019. De moeder is verschenen met haar advocaat. Namens Samen Veilig Midden-Nederland (hierna de GI) is verschenen de heer [A] . Namens de Raad voor de kinderbescherming (hierna te noemen de Raad) is verschenen de heer [B] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De man is, hoewel daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet ter zitting verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn gehuwd geweest. Op [echtscheidingsdatum] 2018 is de echtscheidingsbeschikking ingeschreven in de daartoe bestemde registers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De minderjarige kinderen van partijen zijn:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="underline">
              [minderjarige 1] ,</emphasis> geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="underline">
              [minderjarige 2]
            </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kinderen zijn bij beschikking van 3 december 2018 onder toezicht gesteld van Samen Veilig Midden-Nederland tot 3 december 2019.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat zij voortaan alleen met het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] wordt belast. Zij voert daartoe aan dat de gezinsvoogd geen contact heeft kunnen krijgen met de man en dat de kinderen nu ruim anderhalf jaar geen contact hebben met hun vader. Er is sprake van een langdurige communicatieprobleem. Hulpverlening, waaronder mediation, heeft hier geen verbetering in gebracht. Het is ook niet te verwachten dat hier verbetering in zal komen. Er is sprake van een patroon waarbij de man geen enkele toestemming verleent aan beslissingen over de kinderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Raad heeft ter zitting geadviseerd het eenhoofdig gezag aan de vrouw toe te kennen. De GI heeft zich hierbij aangesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Het verzoek kan worden toegewezen op grond van artikel 1:253n, tweede lid, juncto artikel 1:251a, eerste lid van het BW als (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De man geeft al geruime tijd geen enkele invulling aan het gezag. Hij laat alles aan de vrouw over en is voor haar niet of moeilijk bereikbaar. Op verzoeken om toestemming te verlenen voor bepaalde zaken reageert hij niet. Dat levert praktische problemen op. Het valt niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zal komen. Wijziging van het gezag zal de juridische situatie met de feitelijke situatie gelijk trekken. Dat is in dit geval eens te meer noodzakelijk omdat [voornaam van minderjarige 1] kampt met ernstige medische problemen. Beide kinderen hebben daarnaast sociaal emotionele problemen waarvoor behandeling noodzakelijk is. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>bepaalt dat voortaan aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen <emphasis role="underline">[minderjarige 1] ,</emphasis> geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] en <emphasis role="underline">[minderjarige 2]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.A. Quaedvlieg als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2019.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
                <para />
                <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 augustus 2019.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>