<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:6702</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-29T11:21:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/483298 / JL RK 19-363</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:6702">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:6702</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-29T11:21:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:6702 Rechtbank Midden-Nederland , 25-07-2019 / C/16/483298 / JL RK 19-363</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:6702:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing</para>
        <para>Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:6702:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Familierecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens	: C/16/483298 / JL RK 19-363</para>
      <para>datum uitspraak: 25 juli 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis>, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder,</bridgehead>
    <para>wonende op een geheim adres,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>
      <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <para>- het verzoek met bijlagen van de GI van 18 juni 2019, ingekomen bij de griffie op 27 juni 2019;</para>
    <para>- een brief van [voornaam van minderjarige] , ingekomen bij de griffie op 19 juli 2019.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 juli 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder,</para>
    <para>- de vader, bijgestaan door mr. W. Brouwer,<?linebreak?>- mevrouw [A] en mevrouw [B] namens de GI.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?></title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam van minderjarige] woont in een voorziening voor pleegzorg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 6 augustus 2018 is [voornaam van minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 augustus 2019.</para>
      <para>De kinderrechter heeft bij voormelde beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend, voor de duur van de ondertoezichtstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>
      <?linebreak?>De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden.Tevens wordt verzocht de uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen, voor de duur van de ondertoezichtstelling.</para>
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij het gevoel heeft dat alles in scene is gezet om [voornaam van minderjarige] van haar af te pakken. Zij heeft het gevoel dat zij als een slechte moeder wordt gezien. Moeder heeft al allerlei gesprekken gevoerd met de hulpverlening maar zij mag [voornaam van minderjarige] nog steeds niet zien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vader heeft ter zitting ingestemd met het verzoek. Vader vindt het belangrijk dat [voornaam van minderjarige] ook de hulpverlening ontvangt die hij nodig heeft. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de zorgen over de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] nog steeds aanwezig zijn. Sinds maart 2018 verblijft [voornaam van minderjarige] bij zijn oma vaderszijde (v.z.). Hier ontvangt hij de rust en stabiliteit die hij nodig heeft. Het gaat goed op school en hij behaalt goede resultaten. Aankomend schooljaar gaat [voornaam van minderjarige] naar het voortgezet onderwijs. [voornaam van minderjarige] zijn toekomstperspectief ligt op dit moment bij oma (v.z.). Hij geeft zelf aan graag zijn voortgezet onderwijs af te willen maken bij oma (v.z.). Ondanks dat er positieve stappen gezet worden, zijn er nog wel zorgen over zijn sociale en emotionele ontwikkeling. [voornaam van minderjarige] heeft veel last van de gebeurtenissen uit het verleden. Om zijn trauma’s te kunnen verwerken is er therapie aangevraagd en zijn er intakegesprekken geweest. Omdat moeder haar toestemming op het laatste moment heeft ingetrokken is er een vervangende toestemming verzocht aan de rechtbank. [voornaam van minderjarige] kan in augustus 2019 starten met de EMDR. Om de plaatsing van [voornaam van minderjarige] bij oma (v.z.) en de te starten traumabehandeling te waarborgen is een verlenging van de maatregelen noodzakelijk.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden. Ook is de verlenging van de uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] tot 6 februari 2020;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, voor de duur van de ondertoezichtstelling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2019 door mr. P.K. Nihot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E. Massink als griffier. </para>
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Arnhem-Leeuwarden </para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>