<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:6566</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-05T15:05:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/659940-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:6566">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:6566</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-05T15:05:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:6566 Rechtbank Midden-Nederland , 21-08-2019 / 16/659940-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:6566:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank acht het niet meer opportuun om de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling nogmaals inhoudelijk te behandelen en, indien gegrond, nogmaals toe te wijzen. N-O verweer ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:6566:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer : 16/659940-16 </para>
      <para>Datum : 21 augustus 2019 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beslissing na voorwaardelijke veroordeling in de zaak van</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [veroordeelde] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] , </para>
      <para>(hierna te noemen: veroordeelde).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>op 3 juli 2019 heeft de rechtbank een vordering ontvangen van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een bij vonnis van 28 februari 2017 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2019, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, mr. M. Kamper, en de raadsvrouw van veroordeelde <?linebreak?>mr. P.A.Th Lemmers, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEEGT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 28 februari 2017 voorwaardelijk aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf van twee maanden. Daartoe heeft zij aangevoerd dat   een eerder gedane vordering tot tenuitvoerlegging van voornoemde gevangenisstraf reeds is toegewezen in het vonnis van de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Midden-Nederland van 13 november 2018. Het tegen laatstgenoemd vonnis ingestelde hoger beroep is op 21 augustus 2019, kort voor de zitting, ingetrokken en daarmee is het vonnis en de beslissing over de onderliggende vordering tenuitvoerlegging onherroepelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft bij voornoemde schriftelijke vordering de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van 28 februari 2017 voorwaardelijk aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf van twee maanden, omdat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de hem bij dat vonnis opgelegde bijzondere voorwaarden.</para>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting verzocht het standpunt van de verdediging te volgen en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering tot tenuitvoerlegging van voornoemde voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Ten tijde van het aanbrengen van de vordering liep het hoger beroep nog tegen het vonnis van 13 november 2018. Het Openbaar Ministerie is daarmee ontvankelijk in haar vordering tot tenuitvoerlegging. Gelet op de omstandigheid dat de raadsvrouw op de dag van onderhavige terechtzitting het hoger beroep heeft ingetrokken en het vonnis van 13 november 2018 daarmee onherroepelijk is geworden, acht de rechtbank het niet meer opportuun om de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling nogmaals inhoudelijk te behandelen en, indien gegrond, nogmaals toe te wijzen. De rechtbank is van oordeel dat de vordering om die reden moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	<emphasis role="bold">wijst af</emphasis> de vordering van 6 juni 2019 van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 28 februari 2017 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. N.V.M. Gehlen, voorzitter, mr. H.J. Bos en mr. M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.A.L. van Dreumel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland brengt vorenstaande beslissing ter kennis van de aan ommezijde vermelde persoon, alsmede ter kennis van mr. P.A.Th Lemmers, advocaat te Amsterdam, belast met het verlenen van bijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie,</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>