<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:5187</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T10:10:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7900873 UT VERZ 19-11207</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2019-0279</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2019/375</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:5187">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:5187</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-08T12:14:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:5187 Rechtbank Midden-Nederland , 06-11-2019 / 7900873 UT VERZ 19-11207</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:5187:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter oordeelt dat een schuldeiser van de nalatenschap geen aanwijzing van de kantonrechter kan vragen op grond van artikel 4:210 BW. Derhalve wordt de schuldeiser niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:5187:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Toezicht</para>
    <para>kantonrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 7900873 UT VERZ 19-11207</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking d.d. 6 november 2019	</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.M. de Vries, werkzaam bij Baerle87 advocaten te Amsterdam,</para>
      <para>verder te noemen [verzoekster] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak heeft betrekking op de nalatenschap van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [erflater] , </emphasis>geboren te [geboorteplaats] op [1945] , overleden te [woonplaats] op [2016] , laatst gewoond hebbende te gemeente [gemeente] , verder te noemen erflater.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. P.J. van de Kar,</emphasis>
      </para>
      <para>werkzaam bij Notariskantoor Bellaar c.s. in Amstelveen,</para>
      <para>is op 1 juni 2018 door de rechtbank benoemd als vereffenaar in de nalatenschap van erflater,</para>
      <para>verder te noemen de vereffenaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(Bezwaard) erfgenaam in de nalatenschap is</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [(bezwaard) erfgenaam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde: mr. C.J.P. Liefting, werkzaam bij Advocatenkantoor Liefting te Mijdrecht,</para>
      <para>verder te noemen [(bezwaard) erfgenaam] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de brief van [verzoekster] , ingekomen op 7 mei 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie daarop van de vereffenaar, ingekomen op 20 augustus 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het e-mailbericht van de vereffenaar van 3 oktober 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het faxbericht van [(bezwaard) erfgenaam] van 4 oktober 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het e-mailbericht van [verzoekster] van 7 oktober 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het e-mailbericht van de vereffenaar van 8 oktober 2019<emphasis role="italic">;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het faxbericht van [verzoekster] van 8 oktober 2019.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter terechtzitting van 9 oktober 2019. Hierbij zijn verschenen: [verzoekster] met haar gemachtigde, de vereffenaar en [(bezwaard) erfgenaam] met haar gemachtigde. Voorts waren daarbij aanwezig de twee dochters van erflater, [A] en [B] , de laatste met haar echtgenoot; de zoon van [(bezwaard) erfgenaam] , de heer [C] ; de voormalige gemachtigde van [verzoekster] , mevrouw [D] . </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">2.	De vaststaande feiten</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] is de ex-echtgenote van erflater en schuldeiser van de nalatenschap. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [(bezwaard) erfgenaam] was de partner van erflater tot zijn overlijden. Zij is benoemd tot enig bezwaard erfgenaam. Tot verwachters zijn benoemd de drie kinderen van erflater. [(bezwaard) erfgenaam] heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 28 juni 2017 van de rechtbank Midden-Nederland is bepaald dat [(bezwaard) erfgenaam] in haar hoedanigheid van erfgenaam aan [verzoekster] een bedrag van </para>
      <para>€ 94.386,28 moet betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 1 juni 2018 is mr. P.J. van de Kar tot vereffenaar benoemd in de nalatenschap van erflater. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De overwegingen van de kantonrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster] vraagt de kantonrechter op grond van artikel 4:210 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de vereffenaar een aantal aanwijzingen te geven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 4:210 BW bepaalt dat vereffenaars aan de kantonrechter alle door deze gewenste inlichtingen geven en verplicht zijn diens aanwijzingen bij vereffening te volgen.</para>
        <para>Dit artikel is de wettelijke basis voor de kantonrechter om uitvoering te geven aan zijn toezichthoudende rol jegens de vereffenaar. De vereffenaar kan zich op grond van artikel 4:210 BW ook wenden tot de kantonrechter om te vragen hem of haar een aanwijzing te geven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [verzoekster] is schuldeiser van de nalatenschap en geen vereffenaar. De kantonrechter is van oordeel dat een schuldeiser van de nalatenschap geen aanwijzing van de kantonrechter kan vragen op grond van artikel 4:210 BW. Schuldeisers kunnen zich in een ander stadium wel wenden tot de kantonrechter. Op grond van artikel 4:218 BW kunnen belanghebbenden (zoals schuldeisers) bijvoorbeeld in verzet komen tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter [verzoekster] niet kan ontvangen in haar verzoek. Daarom zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Overigens ziet de kantonrechter op dit moment geen aanleiding om op basis van de door [verzoekster] gegeven informatie ambtshalve aan de vereffenaar een aanwijzing te geven. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Smit, kantonrechter, en is in aanwezigheid van </para>
              <para>mr. R.H.M. den Ouden, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 november 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>