<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:4970</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T12:37:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/249917-18 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2020/12</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:4970">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:4970</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-29T09:45:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:4970 Rechtbank Midden-Nederland , 29-10-2019 / 16/249917-18 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:4970:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aan verdachte is recent een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 8 jaren. De officier van justitie heeft ervoor gekozen om de feiten in deze zaak af te splitsen, met als gevolg dat niet alle stukken uit de door de rechtbank reeds afgedane zaak in dit dossier zijn opgenomen. Daarbij komt dat er al geruime tijd is verstreken sinds de feiten zijn geconstateerd. </para>
      <para />
      <para>Deze omstandigheden, in samenhang met de relatieve eenvoud en omvang van deze zaak maken dat de rechtbank om proceseconomische redenen afziet van het heropenen van het onderzoek en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vervolging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:4970:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/249917-18 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 29 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1959] te [geboorteplaats] (Israël),</para>
      <para>thans verblijvende te PIV Nieuwersluis te Nieuwersluis.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 februari 2019, 13 mei 2019, 23 juli 2019 en 15 oktober 2019. Op laatstgenoemde zitting heeft de inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden. De onderhavige strafzaak is toen gelijktijdig behandeld met de eveneens aanhangig gemaakte ontnemingsvordering tegen de verdachte, bekend onder hetzelfde bovenstaande  parketnummer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Zijlstra en van hetgeen de door verdachte gemachtigde raadsman, mr. W.R. Jonk, advocaat te Almere, naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:	(primair) </emphasis>in de periode van 22 oktober 2016 tot en met 4 februari 2017 te [vestigingsplaats] (in een pand aan de [vestigingsplaats] ), samen met (een) ander(en), opzettelijk 195 hennepplanten heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad dan wel (<emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>) dat zij daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemd pand voor de teelt van hennepplanten beschikbaar te stellen; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:	</emphasis>in de periode van 22 oktober 2016 tot en met 4 februari 2017 te [vestigingsplaats] , samen met (een) ander(en) elektriciteit van Stedin Netbeheer B.V. heeft gestolen door middel van braak of verbreking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Geldigheid van de dagvaarding </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bevoegdheid van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van het ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging en overweegt daartoe als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar aanleiding van het aantreffen van een dodelijk slachtoffer heeft op 4 februari 2017 een doorzoeking plaatsgevonden in het pand aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Tijdens deze doorzoeking werd er in voornoemd pand een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met daarin 195 hennepplanten, hetgeen heeft geleid tot de in de tenlastelegging genoemde verdenkingen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de zaak met betrekking tot onder meer het dodelijke slachtoffer door de officier van justitie is afgesplitst van de onderhavige zaak. Voor die zaak is verdachte op 10 april 2019 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, hetgeen blijkt uit het strafblad van verdachte van 13 september 2019. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting van 15 oktober 2019 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet in Nederland berecht kan worden voor de tenlastegelegde feiten omdat in strijd is gehandeld met het specialiteitsbeginsel. Hierbij heeft de raadsman er op gewezen dat verdachte voorafgaand aan haar vervolging is overgeleverd door de Duitse autoriteiten. Bij die overlevering is door de Nederlandse autoriteiten geen overleving verzocht, noch verkregen voor de onderhavige ten laste gelegde feiten. Om die reden dient volgens de raadsman het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank kan op grond van de stukken in dit dossier het verweer van de raadsman niet beoordelen. De overleveringsstukken maken immers geen deel uit van het dossier. Om het verweer te kunnen beoordelen zal de rechtbank de zaak moeten heropenen en de officier van justitie de opdracht geven de betreffende stukken toe te voegen aan het dossier. De rechtbank zal hier echter niet toe overgaan, om de navolgende reden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan verdachte is recent een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 8 jaren. De officier van justitie heeft ervoor gekozen om de feiten in deze zaak af te splitsen, met als gevolg dat niet alle stukken uit de door de rechtbank reeds afgedane zaak in dit dossier zijn opgenomen. Daarbij komt dat er al geruime tijd is verstreken sinds de feiten zijn geconstateerd. Deze omstandigheden, in samenhang met de relatieve eenvoud en omvang van deze zaak maken dat de rechtbank om proceseconomische redenen afziet van het heropenen van het onderzoek en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vervolging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mrs. A.J.P. Schotman en </para>
      <para>E.W.A. Vonk, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>zij, in of omstreeks de periode van 22 oktober 2016 tot en met 4 februari <?linebreak?><emphasis role="bold">2017 </emphasis>te [vestigingsplaats] , gemeente Stichtse Vecht, tezamen en in vereniging<?linebreak?>met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of<?linebreak?>bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig<?linebreak?>heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in<?linebreak?>totaal) ongeveer 195 hennepplanten, althans een groot aantal<?linebreak?>hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van<?linebreak?>meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep<?linebreak?>een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel<?linebreak?>aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;<?linebreak?>( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 3 ahf/ond C<?linebreak?>Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans<emphasis role="underline italic">,</emphasis> indien het vorenstaande niet tot een veroordeling<?linebreak?>mocht of zou kunnen leiden:</para>
      <para>
        <?linebreak?>een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode<?linebreak?>van <emphasis role="bold">22 oktober 2016 tot en met 4 februari 2017 </emphasis>te [vestigingsplaats] , gemeente<?linebreak?>Stichtse Vecht, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk<?linebreak?>heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk<?linebreak?>geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan<?linebreak?>[adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 195<?linebreak?>hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen<?linebreak?>daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram<?linebreak?>van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel<?linebreak?>vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het<?linebreak?>plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks 22<?linebreak?>oktober 2016 tot en met 4 februari 2017 te [vestigingsplaats] , gemeente<?linebreak?>Stichtse Vecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal<?linebreak?>(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft <?linebreak?>verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die<?linebreak?>onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de<?linebreak?>teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;<?linebreak?>( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 3 ahf/ond C<?linebreak?>Opiumwet, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2<?linebreak?>Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>zij, in of omstreeks <emphasis role="bold">22 oktober 2016 tot en met 4 februari 2017 </emphasis>te<?linebreak?>[vestigingsplaats] , gemeente Stichtse Vecht, tezamen en in vereniging met een<?linebreak?>of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke<?linebreak?>toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in<?linebreak?>elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin<?linebreak?>Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan<?linebreak?>verdachte en/of haar mededaders, waarbij verdachte en/of haar<?linebreak?>mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben<?linebreak?>verschaft en/of die/dat weg te nemen hoeveelheid stroom/elektriciteit<?linebreak?>onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak<?linebreak?>en/of verbreking;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van<?linebreak?>Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )<?linebreak?></para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>