<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:4573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-02T16:54:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/706251-16 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:4573">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:4573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-02T13:50:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:4573 Rechtbank Midden-Nederland , 02-10-2019 / 16/706251-16 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:4573:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij als (mede)pleger 4,5 miljoen euro heeft witgewassen. </para>
      <para />
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier echter geen aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat verdachte handelingen heeft verricht die maken dat zij kan worden aangemerkt als (mede)pleger. </para>
      <para />
      <para>De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:4573:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/706251-16 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 2 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,  [adres] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de  terechtzitting van 9 september 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.T.R.M. Franken en van hetgeen mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, namens verdachte naar voren heeft gebracht. Verdachte werd vertegenwoordigd door G. Snijder. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 29 oktober 2014 tot en met 19 juli 2017 te Soest of Amsterdam, samen met anderen, althans alleen, een geldbedrag van 4,5 miljoen euro, verkregen uit een hypothecaire lening, heeft witgewassen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>VRIJSPRAAK</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte als enig aandeelhouder van [onderneming] B.V. juridische verantwoordelijkheid draagt voor strafbare feiten gepleegd door [onderneming] B.V. Op die grond kan volgens de officier van justitie worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven van 4,5 miljoen euro en het omzetten van dat geld in vier recreatieparken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aan verdachte is – kortgezegd – ten laste gelegd dat zij als (mede)pleger 4,5 miljoen euro heeft witgewassen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier echter geen aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat verdachte handelingen heeft verricht die maken dat zij kan worden aangemerkt als (mede)pleger. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het standpunt van de officier van justitie om verdachte als enig aandeelhouder strafrechtelijk verantwoordelijk te houden voor het handelen van [onderneming] B.V. vindt geen steun in de wet. Weliswaar is verdachte de bestuurder en de enig aandeelhouder van [onderneming] B.V., maar dat is onvoldoende voor strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Daarvoor zou vereist zijn dat zij feitelijk leidinggever zou zijn, maar in die hoedanigheid is zij niet gedagvaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- 	verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Veenstra, voorzitter, mrs. M.E. Falkmann en</para>
      <para>I.L. Gerrits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Antonides, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. I.L. Gerrits is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29</para>
      <para>oktober 2014 tot en met 18 juli 2017 te Soest en/of Amsterdam en/of (elders)</para>
      <para>in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans</para>
      <para>alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voorwerp(en), te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-één of meer geldbedrag(en) verkregen uit een hypothecaire lening (in totaal</para>
      <para>circa EUR 4.500.000,-, vindplaats dossier: pagina's: 1636 en 1818),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of</para>
      <para>daarvan de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de</para>
      <para>verplaatsing heeft/hebben verborgen of verhuld en/of heeft/hebben verborgen</para>
      <para>of verhuld wie de rechthebbende van het voorwerp was en/of het voorwerp</para>
      <para>voorhanden had, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en),</para>
      <para>althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat voorwerp/die voorwerpen</para>
      <para>geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren van</para>
      <para>uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art. 420bis lid 1 ahf/sub b Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>