<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:4109</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-30T08:56:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7312551 UA EXPL 18-816</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:4109">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:4109</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-30T08:55:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:4109 Rechtbank Midden-Nederland , 04-09-2019 / 7312551 UA EXPL 18-816</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:4109:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering betaling premies zorgverzekering afgewezen. Zorgverzekeraar niet uit zich zelf gemeld dat er een eerdere procedure heeft gelopen waarin de vordering is afgewezen. Vordering niet gespecificeerd op wijze waarop dat volgens tussenvonnis zou moeten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:4109:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 7312551 UA EXPL  18-816 SHD/1023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 20 februari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>verder ook te noemen Zilveren Kruis,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.A.P.F. Hoens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 19 december 2018, waarmee nadere inlichtingen zijn gevraagd en een zitting is bepaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte overlegging producties, tevens akte vermindering van eis van Zilveren Kruis;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zitting van 6 februari 2019, waarvan de griffier aantekening heeft gehouden en waar aanwezig waren:<?linebreak?>- mevrouw B. Goes namens LAVG,<?linebreak?>- mevrouw mr. [A] , </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>- de heer [gedaagde] ,</para>
        <para>- mr. J.A.P.F. Hoens. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis heeft bij dagvaarding betaling gevorderd van € 1.742,64  (bestaande uit € 1.280,53 aan hoofdsom, € 229,69 aan wettelijke rente berekend tot 21 september 2018, € 232,42 aan buitengerechtelijke incassokosten) met verdere rente en kosten. De hoofdsom heeft betrekking op premies van een zorgverzekering en premiecorrecties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Nadat [gedaagde] verweer had gevoerd, heeft Zilveren Kruis haar vordering verminderd met een bedrag van € 639,43. Aan hoofdsom vordert Zilveren Kruis nog betaling van € 641,10 aan (aanvullende) premies voor de zorgverzekering over de maanden mei 2014 tot en met september 2014. Zilveren Kruis heeft haar vordering aan rente beperkt tot € 63,88 en aan  buitengerechtelijke incassokosten beperkt tot € 116,36. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert als verweer aan dat Zilveren Kruis haar vorderingen een aantal malen heeft gewijzigd zonder goede verklaring voor de gang van zaken. Volgens [gedaagde] kan daarom niet worden aangenomen dat de nog wel gevorderde bedragen, vijf maanden premie uit 2014, inderdaad open staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. Zilveren Kruis heeft als verklaring voor de vermindering van haar vordering een beroep gedaan op vergissingen en op een technische storing. Die verklaringen zijn niet afdoende. Zilveren Kruis heeft niet uit zichzelf gemeld dat zij eerder een procedure bij deze rechtbank heeft gevoerd onder rolnummer 5957150 UC EXPL 17-6344 over een bedrag van € 334,19. Dat heeft [gedaagde] gemeld. De procedure is geëindigd met een vonnis waarbij het bedrag is afgewezen. Zilveren Kruis heeft haar vordering tijdens die procedure na kennisneming van het verweer niet langer gehandhaafd. Toch heeft Zilveren Kruis ongeveer een jaar later opnieuw een dagvaarding laten uitbrengen voor onder meer het zelfde bedrag. Bij de vermindering van eis heeft Zilveren Kruis alleen vermeld dat het bedrag was betaald, niet dat de vordering was afgewezen. Zilveren Kruis heeft haar verminderde vordering bovendien niet gespecificeerd op de wijze waarop dat volgens het tussenvonnis had gemoeten. Door deze combinatie van omstandigheden is ook de verminderde vordering onvoldoende onderbouwd. deze zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Zilveren Kruis wordt in het ongelijk gesteld en daarom ook veroordeeld in de kosten van de procedure. Die kosten worden aan de kant van [gedaagde] begroot op € 240,00	(2 punten x tarief € 120,00).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Zilveren Kruis tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 240,00 aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>