<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:4080</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-24T14:44:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 19/1080 en 19/1097</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:4080">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:4080</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-24T14:17:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:4080 Rechtbank Midden-Nederland , 23-08-2019 / UTR 19/1080 en 19/1097</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:4080:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>AOW, verlaging naar gehuwdennorm, eisers zijn voor de wet gehuwd en wonen per 1 juli 2018 samen op hetzelfde adres, verweerder heeft dan terecht de gehuwdennorm toegepast, beroepen ongegrond.</para>
        <para>Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:4080:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: UTR 19/1080 en UTR 19/1097</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2019 in de zaken tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, te [woonplaats] , eiseres</para>
      <para>(samen: eisers)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Sociale Verzekeringsbank (SVB),</title>
    <para>(gemachtigde: mr. O.F.M. Vonk).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para>1. Eisers zijn op [1961] gehuwd. Zij ontvangen sinds 1996 (eiser) en 1999 (eiseres) een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Sinds 2002 wonen zij niet langer samen. Om die reden heeft de SVB hen aangemerkt als duurzaam gescheiden levend<footnote-ref linkend="_ee36cf74-45ff-4c75-82af-446693ba7c13" />. De pensioenen van eisers zijn vanaf maart 2002 verhoogd naar de norm voor een alleenstaande<footnote-ref linkend="_76323f79-0bf6-41d5-88ee-15db06785aac" />. </para>
    <para />
    <para>2. Bij een controle heeft de SVB geconstateerd dat eiseres per 1 juli 2018 bij eiser is ingetrokken. De SVB heeft eisers per die datum niet langer als duurzaam gescheiden levend aangemerkt. Om die reden heeft de SVB het pensioen van eisers per 1 augustus 2018 verlaagd naar de norm voor gehuwden<footnote-ref linkend="_4578b841-8034-4b25-b34a-5e4dfa41337e" />. Dit heeft de SVB in twee aparte besluiten van </para>
    <para>10 december 2018 gedaan.</para>
    <para />
    <para>3. Eisers zijn het daarmee niet eens en hebben apart bezwaar gemaakt. De SVB heeft de bezwaren van eisers in twee aparte besluiten van 31 januari 2019 ongegrond verklaard. Dat betekent dat de verlaging van het pensioen van eisers naar de gehuwdennorm in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>4. Eisers zijn het daarmee niet eens en hebben beroep ingesteld. Het beroep van eiseres is geregistreerd onder zaaknummer UTR 19/1080. Het beroep van eiser is geregistreerd onder zaaknummer UTR 19/1097. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>5. De beroepen van eisers zijn op 19 juli 2019 tegelijkertijd op zitting behandeld. Daarbij zijn eisers aanwezig geweest. Ook de gemachtigde van de SVB is verschenen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft de SVB de pensioenen van eisers terecht verlaagd naar de gehuwdennorm? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eisers hebben in beroep aangevoerd dat hun pensioen ten onrechte is verlaagd naar de norm voor gehuwden. In hun beleving zijn zij in 2002 gescheiden. Dat hebben ze ook beoogd te bewerkstelligen met de procedure bij de Rechtbank Amsterdam. Die heeft de echtscheiding in de beschikking van 28 maart 2007 uitgesproken. Dat de echtscheiding niet is ingeschreven in de huwelijksregisters, is een administratieve fout geweest. Zij zijn daar pas recent achter gekomen. Zij leven als ware zij gescheiden. Eiseres is in juli 2018 tijdelijk bij eiser ingetrokken. Haar nieuwe woning was nog niet bewoonbaar en de werkzaamheden gingen enige tijd duren. </para>
    <para />
    <para>7. Volgens de SVB moeten eisers worden aangemerkt als gehuwd. Zij zijn formeel nog gehuwd en wonen sinds 1 juli 2018 (weer) samen. Dan kan de SVB niet anders dan eisers aanmerken als gehuwden. Ruimte om daarvan af te wijken of voor eisers een uitzondering te maken, ziet de SVB niet.</para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank geeft eisers geen gelijk. De rechtbank oordeelt dat de SVB de pensioenen van eisers terecht heeft verlaagd naar de norm voor gehuwden. Dat is de norm die per 1 augustus 2018 voor eisers geldt. Zij voldoen namelijk aan de voorwaarden hiervoor: zij zijn wettelijk gezien gehuwd en zij wonen sinds 1 juli 2018 samen op hetzelfde adres. </para>
    <para />
    <para>9. Eiseres worden formeel nog als gehuwd aangemerkt. Dit komt doordat hun echtscheiding niet helemaal is voltooid. De echtscheiding is pas voltooid, als deze is ingeschreven. De omstandigheid dat eisers bedoeld hebben om te scheiden en dat zij in dit verband alles hebben geregeld (zoals een boedelscheiding), maakt dat niet anders. Eisers zijn door de SVB dus terecht aangemerkt als gehuwden. </para>
    <para />
    <para>10. Voor die beslissing is van belang dat eisers per 1 juli 2018 samen op één adres woonden. Eisers erkennen ook dat hiervan sprake is geweest. Dit gegeven is voldoende voor de conclusie van het SVB dat dat vanaf dat moment voor eisers de gehuwdennorm geldt. De reden waarom eiseres bij eiser is ingetrokken, is daarbij niet van belang. </para>
    <para />
    <para>11. De relevante wet- en regelgeving biedt verweerder geen ruimte om voor de situatie van eisers een uitzondering te maken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft de SVB eisers voldoende geïnformeerd? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. Eisers hebben aangevoerd dat als de SVB hen eerder voldoende informatie had moeten geven over de consequenties van het samenwonen. Dan hadden zij hierop kunnen anticiperen. Nu kwam de informatie van de SVB achteraf. Toen was het te laat.</para>
    <para />
    <para>13. De rechtbank geeft eisers geen gelijk. Dat de SVB eisers van te voren beter had moeten informeren, ziet de rechtbank niet. De SVB heeft in de besluiten waarin het pensioen aan eisers is toegekend, aangegeven dat eisers wijzigingen in hun woon- en leefsituatie moeten doorgegeven. De strekking en reikwijdte van deze verplichting had in ieder geval bij eiseres bekend kunnen zijn. Zij heeft namelijk op 15 april 2002 gemeld dat zij niet langer met eiser samenwoonde. Het was haar kennelijk toen dus duidelijk dat dit relevant was voor (de hoogte van) het pensioen. Het valt niet in te zien waarom dit voor de situatie per </para>
    <para>1 juli 2018 anders zou zijn geweest. Als dit voor eiseres (en voor eiser) niet duidelijk is geweest, dan had het op hun weg gelegen om hierover informatie in te winnen bij de SVB.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>14. De rechtbank geeft eisers op al hun punten ongelijk. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de zaken UTR 19/1080 en UTR 19/1097:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>23 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is verhinderd </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</title>
    <para>Partijen kunnen hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep. Dat kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ee36cf74-45ff-4c75-82af-446693ba7c13" label="1">
    <para> Artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76323f79-0bf6-41d5-88ee-15db06785aac" label="2">
    <para> Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de AOW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4578b841-8034-4b25-b34a-5e4dfa41337e" label="3">
    <para> Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de AOW</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>