<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:3717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-10T08:55:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/483964 / FA RK 19-3940</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:3717">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:3717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-10T08:54:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:3717 Rechtbank Midden-Nederland , 13-08-2019 / C/16/483964 / FA RK 19-3940</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:3717:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Provisionele voorziening ex 223 Rv. Begrijpelijke taal. Onvoldoende onderbouwd waarom uitspraak in de bodem niet kan worden afgewacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:3717:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familierecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/16/483964 / FA RK 19-3940 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Provisionele voorziening </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 13 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] , gemeente Utrecht,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. A.P. van Stralen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat mr. R.M. Maliepaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft ontvangen en gelezen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van de vrouw, binnengekomen bij de griffie van de rechtbank op 9 juli 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van de man, binnengekomen bij de griffie van de rechtbank op 26 juli 2019.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft op basis van de hiervoor genoemde stukken een beslissing genomen op het verzoek. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2.	De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat het om?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De man en de vrouw zijn met elkaar getrouwd geweest. Zij hebben samen twee kinderen, namelijk:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="underline">
              [kind 1]
            </emphasis>, geboren in [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2006;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="underline">
              [kind 2]
            </emphasis>, geboren in [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 1999.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        [voornaam van kind 2] is inmiddels meerderjarig en [voornaam van kind 1] is nog minderjarig.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ten tijde van de echtscheiding hebben partijen afgesproken dat de man een bedrag aan kinderalimentatie zou betalen van € 300,- per kind per maand. De vrouw wil dat die kinderalimentatie wordt verhoogd, omdat inmiddels de omstandigheden zijn gewijzigd. Toen de eerdere kinderalimentatie werd afgesproken, verbleven de kinderen namelijk nog ongeveer de helft van de tijd bij de man. Volgens de vrouw is dat inmiddels niet meer zo en heeft zij daardoor nu hogere kosten voor [voornaam van kind 1] , terwijl de man juist minder kosten heeft. Zij vindt daarom dat de man in staat is om meer alimentatie te betalen. Om die reden heeft zij in een zogenoemde ‘bodemprocedure’ een verzoekschrift ingediend, waarin zij een hogere kinderalimentatie vraagt. Die procedure is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer C/16/483970 / FA RK 19-3942. De rechtbank heeft daarbij aan de man een termijn gegeven om verweer te voeren tegen dit verzoek. De vrouw vraagt nu om – voor zolang nog geen beslissing is genomen in die bodemprocedure – als spoedmaatregel te bepalen dat de man een kinderalimentatie van € 567,36 per maand zal moeten betalen. Zij zegt namelijk dat zij nu niet de middelen heeft om alle kosten van [voornaam van kind 1] te betalen en daarom belang heeft bij een spoedmaatregel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De man is het niet eens met het verzoek van de vrouw. Hij vindt dat er geen noodzaak is om een spoedmaatregel te nemen. Volgens hem wordt er via hulpverlening geprobeerd om het contact tussen hem en [voornaam van kind 1] te herstellen. Ook zegt hij dat hij nog extra kosten voor zijn rekening heeft genomen voor [voornaam van kind 1] . Verder zegt hij dat de vrouw haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd, omdat zij (onder meer) niet duidelijk heeft gemaakt wat haar huidige inkomen is.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt de rechtbank?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om een spoedmaatregel te treffen afwijzen. Hierna zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.4.1.</nr>
        <para>De vrouw vraagt hier om een spoedmaatregel voor de duur van de procedure, ook wel een ‘provisionele voorziening’ genoemd. De rechtbank kan alleen een provisionele voorziening treffen, als is voldaan aan een aantal wettelijke vereisten.<footnote-ref linkend="_4a08d5ff-cef0-45af-b799-b37b877c5241" /> Eén van die vereisten is dat er voldoende spoed is bij de te nemen voorziening. Er moet zoveel spoed zijn dat van de vrouw niet kan worden verlangd dat zij de uitkomst van de bodemprocedure afwacht. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4.2.</nr>
        <para>De rechtbank vindt dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat die situatie zich hier voordoet. Zij zegt alleen dat zij over onvoldoende middelen beschikt om alle kosten van [voornaam van kind 1] te voldoen. Zij geeft echter niet aan hoe hoog deze kosten van [voornaam van kind 1] zijn en wat haar eigen inkomsten op dit moment zijn. Daardoor kan de rechtbank niet beoordelen of de vrouw inderdaad middelen te kort komt om de kosten van [voornaam van kind 1] te kunnen betalen en of er dus een spoedmaatregel nodig is. Aangezien de vrouw degene is die om een spoedmaatregel vraagt, is zij degene die dit had moeten onderbouwen. De rechtbank wijst daarom het verzoek om een spoedmaatregel te treffen af. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek van de vrouw af.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. van Es-de Vries, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.M.H. de Wit als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2019.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>..</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4a08d5ff-cef0-45af-b799-b37b877c5241" label="1">
    <para> Artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>