<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-07T15:38:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/705874-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:30">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-07T15:29:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:30 Rechtbank Midden-Nederland , 07-01-2019 / 16/705874-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:30:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 28-jarige man uit Utrecht die in 2017 tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf werd veroordeeld moet daar de resterende 152 dagen van uitzitten. De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat hij de bijzondere voorwaarden van zijn veroordeling blijft overtreden.</para>
      <para />
      <para>De man is in 2017 veroordeeld voor het treffen van voorbereidingshandelingen om zich aan te sluiten bij IS. Hij kreeg een gevangenisstraf opgelegd van 300 dagen, waarvan 242 dagen voorwaardelijk. De rechtbank legde een aantal bijzondere voorwaarden op, zoals een locatieverbod voor luchthavens. Ook moest hij een behandeling ondergaan en in gesprek gaan met een islamdeskundige of theoloog.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank oordeelde op 28 augustus 2018 dat hij zich niet aan die voorwaarden heeft gehouden. Hij weigert om inhoudelijk het gesprek aan te gaan met zijn behandelaars en een theoloog. De rechtbank bepaalde toen dat hij 90 van de 242 dagen voorwaardelijke gevangenisstraf moest uitzitten. De veroordeelde heeft zich ook na 28 augustus 2018 niet aan de voorwaarden gehouden. De rechtbank bepaalt daarom dat hij ook de laatste 152 dagen gevangenisstraf moet uitzitten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:30:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/705874-16</para>
      <para>Datum uitspraak: 7 januari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>Beslissing na voorwaardelijke veroordeling</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, van 7 januari 2019, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 19 december 2018, strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank van 24 mei 2017 en niet eerder ten uitvoer is gelegd, in de zaak tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>,</para>
      <para>	geboren op [1999] te [geboorteplaats] (Iran),</para>
      <para>	gedetineerd te PI Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen,</para>
      <para>	(hierna te noemen: de veroordeelde). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De stukken</title>
    <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:</para>
    <para>- een afschrift van voormeld vonnis, waarbij de veroordeelde is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 242 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich dient te melden bij de reclassering en zich aan de door de reclassering gegeven aanwijzingen dient te houden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dient mee te werken aan een behandeling bij De Waag voor de in het </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>NIFP-onderzoek geconstateerde stoornis;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich dient te onthouden van contact met in het vonnis nader genoemde personen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich niet mag begeven op bepaalde internationale luchthavens in Nederland en niet binnen een straal van 2 kilometer van de landsgrenzen van Nederland. Dit wordt gecontroleerd door middel van elektronische controle met GPS;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dient mee te werken aan het begeleidingstraject van de gemeente Utrecht voor het verkrijgen van dagbesteding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dient mee te werken aan gesprekken met een Islamdeskundige/theoloog.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- een afschrift van een beslissing van de meervoudige kamer van deze rechtbank van </para>
    <para>28 augustus 2018, waarbij de voorwaardelijk opgelegde straf van het vonnis voornoemd gedeeltelijk ten uitvoer is gelegd, namelijk voor de duur van 90 dagen en de proeftijd voor het overige deel van de voorwaardelijke straf is verlengd met de duur van een jaar;</para>
    <para>- een brief van Reclassering Nederland, locatie ’s-Gravenhage van 24 oktober 2018, waaruit blijkt dat de veroordeelde voormelde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>De procesgang</title>
    <para>Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 24 december 2018, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, mr. C.J. Booij, en de heer H. Ridderbos, reclasseringswerker en waarbij is gebleken dat de niet verschenen veroordeelde op een bij de wet voorgeschreven wijze, onder betekening van voornoemde vordering, is opgeroepen tot bijwoning van het onderzoek.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De standpunten en de beoordeling</title>
    <para>De officier van justitie heeft gevorderd het resterende deel van de voorwaardelijk straf opgelegd bij voormeld vonnis ten uitvoer te leggen, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 152 dagen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van veroordeelde heeft de rechtbank voorafgaand aan de zitting laten weten geen verweer tegen de vordering van de officier van justitie te zullen voeren en dat om die reden hij en zijn cliënt ook niet ter zitting zullen verschijnen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op voornoemd advies van de reclassering omtrent de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, waarin staat weergegeven dat veroordeelde sinds de dag van de uitspraak tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf (28 augustus 2018) niet meer meewerkt aan de hem opgelegde bijzondere voorwaarden en zich aldus onttrekt aan het toezicht van de reclassering. Veroordeelde heeft op 22 augustus 2018 de reclassering te kennen gegeven dat hij overweegt de gehele voorwaardelijk opgelegde straf uit te zitten als wordt beslist dat hij voor een deel daarvan terug naar de gevangenis moet. Op de dag van de beslissing van de rechtbank tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging (28 augustus 2018) heeft veroordeelde zich teruggetrokken uit een groepsapp met de reclassering die was gemaakt voor het plannen van meldplicht afspraken. Sindsdien is hij niet meer op meldplichten verschenen. De rechtbank stelt vast dat veroordeelde ook na de beslissing van 28 augustus 2018 de bijzondere voorwaarden blijft overtreden. Gelet hierop acht de rechtbank termen aanwezig de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf van 152 dagen te gelasten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij voormeld vonnis tot een gedeelte van 152 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mr. drs. J.G. van Ommeren, voorzitter, mr. H.E. Spruit en</para>
      <para>mr. drs. B.G.W.P. Heijne, rechters, bijgestaan door mr. N. Kruijswijk als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 7 januari 2019.</para>
      <para>Mr. drs. B.G.W.P. Heijne en mr. N. Kruijswijk zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>