<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:2244</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-20T15:49:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/028649-02 TBS</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:2244">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:2244</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-20T14:08:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:2244 Rechtbank Midden-Nederland , 20-05-2019 / 16/028649-02 TBS</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:2244:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De tbs-maatregel met dwangverpleging van een 45-jarige man die in 2005 is veroordeeld voor moord is verlengd met twee jaar. De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat verlenging noodzakelijk is voor de algemene veiligheid van personen.</para>
      <para />
      <para>Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft eerder bepaald dat de man op zogeheten ‘transmuraal verlof’ mag. Dat houdt in dat de man buiten de kliniek mag wonen, maar nog wel onder toezicht en met begeleiding door de tbs kliniek. Volgens het schriftelijke adviesrapport van de kliniek verloopt de behandeling positief en stabiel en kan de tbs met 1 jaar verlengd worden. De deskundige gaf tijdens de zitting aan dat het niet de verwachting is dat de tbs over een jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd. </para>
      <para />
      <para />
      <para>Uit het adviesrapport van de kliniek blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis en kans op herhaling. Het uitgangspunt van de rechtbank is dat als de behandeling nog langer dan een jaar duurt de tbs met 2 jaar verlengd moet worden. De rechtbank oordeelt dat het niet te verwachten is dat er binnen een jaar redenen kunnen zijn om de tbs met dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen en verlengt daarom de tbs-maatregel met twee jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:2244:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht<?linebreak?>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/028649-02 TBS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">20 mei 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van de officier van justitie tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [1973] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>verblijvende te FPC [kliniek] te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder te noemen: betrokkene, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>advocaat mr. A.R. Ytsma te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. <?linebreak?>Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De stukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 11 mei 2005, waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege vanwege moord en wapenbezit op 1 oktober 2002 te Utrecht; </para>
    <para>- stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 26 mei 2011; </para>
    <para>- de beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 oktober 2017, waarbij de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 24 mei 2017 tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar is bevestigd;</para>
    <para>- de vordering van de officier van justitie van 11 april 2019, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;</para>
    <para>- het verlengingsadvies van 26 maart 2019 van Forensisch Psychiatrisch Centrum [kliniek] , opgemaakt door E.J.M. Linssen (hoofd behandeling), mr. C.M.M. Vleugels (psychiater) en drs. M. Verhees (adj. directeur behandeling en zorg, tevens plv. hoofd van de instelling), inhoudende het advies om de terbeschikkingstelling met verpleging te verlengen met een jaar; </para>
    <para>- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van </para>
    <para>betrokkene over de periode 13 maart 2017 tot 13 februari 2019.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>De procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het onderzoek in raadkamer op 6 mei 2019 is de officier van justitie gehoord.</para>
      <para>Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts is de deskundige W.A.T. Bos, GZ-psycholoog bij [kliniek] , gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de inrichting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt luidt - zakelijk weergegeven - dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis, te weten een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met schizoïde en narcistische trekken. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op dit moment woont betrokkene nog in een appartement net buiten de beveiligde ring van de kliniek waar 24‑uurszorg aanwezig is. De aanvraag om een verlofwoning is goedgekeurd en betrokkene zal op korte termijn naar de verlofwoning verhuizen. Betrokkene heeft vorderingen gemaakt op de uiteenlopende criminogene factoren, maar de kernproblematiek is nog altijd duidelijk herkenbaar. Hij is geruime tijd abstinent van alcohol, heeft vaardigheden opgedaan die als alternatief gelden voor een vermijdende coping en heeft duurzaam aangetoond zijn dagbesteding, vrijetijdsbesteding en netwerk te kunnen onderhouden. De contactname met eigen emoties is echter nog beperkt te noemen en ook de coping vaardigheden worden als beperkt ingeschat in meer complexe en maatschappelijke situaties. Verder blijft het risico op sociaal isolement aanwezig. De juiste begeleiding en ondersteuning hierin zijn belangrijk. De verhuizing naar de verlofwoning heeft gevolgen voor het risicomanagement. Betrokkene is aangewezen op professionele ondersteuning bij verdere opbouw en uitbreiding van verloven en inbedding in een maatschappelijke context. Belangrijk zijn: controle op spanningsopbouw door het terugvalpreventieplan, het vasthouden van een dagbesteding, het monitoren van de interacties met anderen, het controleren op abstinentie van middelengebruik en het monitoren van de contactname met betrokkene. Er is nog een duidelijke noodzaak voor het behoud van de huidige maatregel om het traject op een stapsgewijze manier voort te kunnen zetten. Gezien het positieve, stabiele verloop van de behandeling en de doorstroom naar een verlofwoning luidt het advies de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen voor de duur van een jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De deskundige heeft ter zitting aangegeven dat het aanvragen van proefverlof een volgende stap kan zijn als het komend jaar goed verloopt. Van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging kan voorlopig nog geen sprake zijn. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting zijn vordering strekkend tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft de rechtbank primair verzocht om aanhouding van de behandeling voor  onderzoek naar de mogelijkheid om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. </para>
      <para>De verdediging heeft subsidiair gepleit voor een verlenging van de maatregel voor de duur van een jaar. De verdediging heeft daartoe verwezen naar de inhoud van het advies van de inrichting. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maximering </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft in haar beslissing van 24 mei 2017, die is bevestigd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stoornis en recidivegevaar</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten: een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met schizoïde en narcistische trekken. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt dit over.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlenging</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het advies van de inrichting en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. <?linebreak?></para>
      <para>Het uitgangspunt van de rechtbank is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de terbeschikkingstelling </para>
      <para>- behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. <?linebreak?>De rechtbank stelt vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging rechtvaardigen. De deskundige heeft ter zitting aangegeven dat, als het komend jaar goed verloopt, het aanvragen van proefverlof een volgende stap kan zijn. Van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging kan volgens de deskundige voorlopig nog geen sprake zijn. De rechtbank overweegt dat verlenging van de maatregel met twee jaar niet in de weg staat aan het (eventueel) aanvragen en verkrijgen van proefverlof. De rechtbank ziet, gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, in het advies van de inrichting dan ook geen aanleiding om van het hiervoor geschetste uitgangspunt af te wijken. Nu geen sprake is van bijzondere omstandigheden zal de rechtbank de maatregel met twee jaar verlengen. Om die reden ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding voor het primair door de raadsman bepleite onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van  <emphasis role="bold">[betrokkene] </emphasis>met twee jaar;</para>
    <para />
    <para>- wijst af het verzoek tot aanhouding teneinde het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. van Ommeren, voorzitter, mrs. P.A. Buijs en E.J.W. Verhaagh, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.E. van Wiggen‑van der Hoek, in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>