<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:2146</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-21T08:33:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6877760</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:2146">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:2146</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-21T08:32:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:2146 Rechtbank Midden-Nederland , 13-03-2019 / 6877760</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:2146:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindafrekening elektriciteitskosten. Geen reële schatting gemaakt door energieleverancier. Rente en buitengerechtelijke incassokosten voor rekening van de energieleverancier.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:2146:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 6877760 AC EXPL  18-1299 JW/1350</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 maart 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 6 februari 2019;</para>
      <para>- de akte van [eiseres] ;</para>
      <para>- de akte van [gedaagde] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 21 november 2018 [eiseres] de gelegenheid gegeven een nieuwe berekening te maken, uitgaande van de volgende begin- en eindstanden van de meter:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>20 oktober 2014</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>21 oktober 2015</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Hoog tarief</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>76.076 kWh</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>97.034 kWh</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Laag tarief</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>48.713 kWh</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>63.092 kWh</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft daarop een berekening overgelegd, maar naar de kantonrechter heeft vastgesteld, zag die berekening op de periode van 13 november 2013 tot 20 oktober 2014, in plaats van op de periode van 20 oktober 2014 tot 21 oktober 2015. [eiseres] heeft daarop bij akte een nieuwe berekening in het geding gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Hoewel uit de akte van [eiseres] niet direct blijkt waar de door [eiseres] berekende bedragen vandaan komen, begrijpt de kantonrechter na vergelijking van deze bedragen met de eindafrekening van 1 december 2015 (productie 2 bij de dagvaarding) het volgende:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>op de eindafrekening is voor stroom in totaal een bedrag van € 2.957,22 gerekend. Daarbij zitten twee posten voor vaste leveringskosten van stroom voor € 30,55 en € 0,09, dus bij elkaar € 30,64. Die posten zijn door de berekening niet veranderd. De andere posten voor stroom (€ 1.073,84 + € 1.843,47 + € 1,75 + € 7,52) bedragen samen € 2.926,58. Dit bedrag heeft [eiseres] op basis van de onder 2.1 genoemde meterstanden opnieuw berekend op € 2.436,73. Daar komen de hiervoor genoemde vaste kosten van € 30,64 bij. Er is daarom <emphasis role="underline">€ 489,85</emphasis> teveel in rekening gebracht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>op de eindafrekening zijn voor energiebelastingen bedragen van € 113,00 en € 3,90 in rekening gebracht die betrekking hebben op gas. Die bedragen blijven hetzelfde. De overige bedragen zijn in totaal (€ 1.448,22 + € 1.815,87 + € 40,32 + € 165,30 - € 380,00 =) € 3.089,71. Dat is herberekend op € 2.755,22, ofwel <emphasis role="underline">€ 334,49</emphasis> lager. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op de eindafrekening van 1 december 2015 berekend dat er in totaal over de gehele periode van 20 oktober 2014 tot 21 oktober 2015 € 7.375,16 betaald had moeten worden. Na de correctie met de hiervoor genoemde bedragen van € 489,85 en € 334,49 wordt dit: € 7.375,16 – € 489,85 – € 334,49 = € 6.550,82. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft in de stukken aangevoerd dat van het door [gedaagde] verschuldigde totaal een bedrag van € 3.462,98 niet was betaald. Dit bedrag moet ook verlaagd worden met de genoemde bedragen van € 489,85 en € 334,49. Het wordt dan € 3.462,98 – € 489,85 – € 334,49 = <emphasis role="underline">€ 2.638,64</emphasis>. [gedaagde] heeft geen andere verweren tegen de door [eiseres] genoemde bedragen aangevoerd. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat die bedragen kloppen. [gedaagde] zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag van € 2.638,64.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert wettelijke rente over het door [gedaagde] verschuldigde bedrag. De kantonrechter is van oordeel dat pas in de onderhavige procedure is komen vast te staan welk bedrag [gedaagde] nog aan [eiseres] dient te betalen. Weliswaar heeft [eiseres] [gedaagde] op 1 december 2015 een jaarafrekening gestuurd, maar inmiddels is vast komen te staan dat het daarop vermelde bedrag niet juist was. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om met behulp van de beschikbare meterstanden een reële schatting van het verbruik te maken. Dat heeft [eiseres] niet gedaan. Als gevolg daarvan kan pas nu worden vastgesteld welke bedrag [gedaagde] nog aan [eiseres] moet betalen. Dit komt voor rekening van [eiseres] . [gedaagde] is daarom niet in verzuim met de betaling van het (pas nu) vastgestelde bedrag. Om die reden zal de gevorderde wettelijke rente worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Om dezelfde reden zullen ook de gevorderde incassokosten worden afgewezen. Zoals hiervoor is overwogen is er immers geen sprake van verzuim aan de zijde van [gedaagde] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten gevorderd. Aangezien het op de weg van [eiseres] had gelegen om een juiste schatting te maken, zal ook die vordering worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 2.638,64;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: JW (1350)</para>
        <para>coll: DvS (30361)</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>