<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2019:1047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-18T10:10:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/475426 / JE RK 19-268</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:1047">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:1047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-18T10:10:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2019:1047 Rechtbank Midden-Nederland , 26-02-2019 / C/16/475426 / JE RK 19-268</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2019:1047:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het ontbreken van de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bij een machtiging gesloten jeugdhulp leidt tot afwijzing van het verzoek van de GI.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2019:1047:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Familierecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/16/475426 / JE RK 19-268</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 26 februari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">in de zaak van</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling<emphasis role="bold"> Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis>, hierna te noemen de GI,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , Duitsland, hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 1] , hierna te noemen de vader,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 2] , hierna te noemen de moeder,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <para>- het verzoek met bijlagen van de GI van 12 februari 2019, ingekomen bij de griffie op 13 februari 2019;</para>
    <para>- de e-mail van meneer en mevrouw [A (achternaam)] van 25 februari 2019, overhandigd ter zitting.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 februari 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de minderjarige [voornaam van minderjarige] , bijgestaan door mr. A.M.R. van Ginneken,</para>
    <para>- de moeder,<?linebreak?>- mevrouw [B] , een vertegenwoordigster van de GI.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan meneer en mevrouw [A (achternaam)] is bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?></title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam van minderjarige] verblijft in een netwerkpleeggezin, te weten bij meneer en mevrouw [A (achternaam)] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 10 december 2018 is de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengd tot 19 december 2019. De kinderrechter heeft bij deze beschikking eveneens de machtiging uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot 19 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft een machtiging verzocht om [voornaam van minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de GI is verklaard dat een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden in het belang van [voornaam van minderjarige] is. De GI wil [voornaam van minderjarige]  plaatsen op de [instelling 1] te [vestigingsplaats] . Er loopt op dit moment een diagnostisch onderzoek van [voornaam van minderjarige] bij [instelling 2] . De gedragswetenschapper heeft aanvankelijk niet ingestemd met een gesloten plaatsing, maar na lang wikken en wegen de ochtend voorafgaand aan de zitting alsnog (mondeling) ingestemd met een gesloten plaatsing. De gedragswetenschapper is bereid dit ter zitting telefonisch toe te lichten. Volgens de GI is het verblijf van [voornaam van minderjarige] bij meneer en mevrouw [A (achternaam)] op dit moment niet passend.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de moeder is verklaard dat zij zich zorgen maakt om [voornaam van minderjarige] . Het is al vaker voorgekomen dat [voornaam van minderjarige] was weggelopen en dat zij niet bereikbaar was voor moeder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens [voornaam van minderjarige] is geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van de GI. [voornaam van minderjarige] wil het liefst bij meneer en mevrouw [A (achternaam)] blijven wonen. [voornaam van minderjarige] heeft het goed bij hen en zij stellen duidelijke grenzen. Nu de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper ontbreekt dient het verzoek van de GI te worden afgewezen. Een telefonische verklaring van de gedragswetenschapper ter zitting volstaat niet. Daardoor is er geen instemmingsverklaring beschikbaar die de advocaat met de minderjarige voorafgaand aan de zitting kan bespreken. Ook is een machtiging gesloten jeugdhulp een ultimum remedium. [voornaam van minderjarige] dient niet gesloten te worden geplaatst als er nog andere (passende) mogelijkheden zijn.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, zesde lid, Jeugdwet behoeft een verzoek om een jeugdige machtiging in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is het volgende gebleken. De GI heeft bij het verzoek geen (schriftelijke) instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper over kunnen leggen. De GI heeft dit ter zitting als volgt toegelicht. </para>
      <para>De gedragswetenschapper heeft aanvankelijk niet ingestemd, maar is daar kort voor de zitting op teruggekomen. Een schriftelijke verklaring van die strekking is niet voorhanden, maar de gedragskundige is bereid dit ter zitting telefonisch toe te lichten.  </para>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat, onder deze omstandigheden, ervan uitgegaan moet worden dat de vereiste instemmingsverklaring ontbreekt. </para>
      <para>In het midden kan blijven of een telefonische toelichting ter zitting daadwerkelijk zou </para>
      <para>(hebben) kunnen leiden tot voldoende inzicht in de achterliggende overwegingen van de </para>
      <para>gedragskundige om (alsnog) in te stemmen. De kinderrechter is, met de advocaat, van </para>
      <para>oordeel dat in de door de GI voorgestelde gang van zaken de advocaat en de betrokkene </para>
      <para>de mogelijkheid ontbreekt om reeds op voorhand met elkaar overleg te plegen over de </para>
      <para>inhoud van de verklaring van de gedragskundige. De kinderrechter acht een dergelijke gang </para>
      <para>van zaken in strijd met de beginselen van een goede procesorde.</para>
      <para>Gelet op het bovenstaande zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>wijst het verzoek van de GI af.</title>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2019 door mr. P.J.G. van Osta, kinderrechter, in tegenwoordigheid van N. Tressel, als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Arnhem-Leeuwarden </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 maart 2019.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>