<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:753</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-28T13:36:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/036579-17  (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:753">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:753</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-28T10:04:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:753 Rechtbank Midden-Nederland , 28-02-2018 / 16/036579-17  (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:753:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde. Volgens de rechtbank kan niet worden bewezen dat de man brand gesticht heeft. Weliswaar is de man door een getuige gezien, maar uit het dossier blijkt niet van enige handeling van verdachte op basis waarvan de brand zou kunnen zijn veroorzaakt. Het kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht aan de Mercedes-Benz personenauto.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:753:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling straf-, familie- en jeugdrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/036579-17  (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 28 februari 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,   </para>
      <para>geboren op [1984] te [geboorteplaats]</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres,</para>
      <para>
        [adres] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 februari 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. M. Hoevers, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 januari 2017 te Driebergen-Rijsenburg opzettelijk brand heeft gesticht aan een personenauto (Mercedes-Benz) terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor anderen te duchten was.	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>VRIJSPRAAK</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.</para>
        <para>Verdachte voldoet aan het door getuige [getuige] verstrekte signalement van de persoon die door hem, kort voordat de Mercedes-Benz vlam vatte, bij de auto is gezien. Bovendien heeft [getuige] verklaard dat de persoon waarvan hij zag dat hij die nacht werd aangehouden – verdachte – de persoon betreft die hij bij de bewuste auto had gezien.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie – het ten laste gelegde niet bewezen. Daartoe overweegt zij als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte de man is die door getuige [getuige] is gezien. Op basis van de verklaring van [getuige] kan worden vastgesteld dat  verdachte, terwijl hij een sigaret aan het roken was, op enig moment kortdurend tussen de Mercedes-Benz personenauto en de daarvoor geparkeerde auto is gaan staan, dat verdachte zich vervolgens weer naar het trottoir heeft verplaatst en dat kort daarop vlammen worden gezien uit de grill van de Mercedes-Benz.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier blijkt echter niet van enige handeling van verdachte op basis waarvan de brand zou kunnen zijn veroorzaakt. Niet is waargenomen dat verdachte bij het voertuig heeft gebukt of met zijn handen naar de Mercedes-Benz heeft gereikt. Ook is niet waargenomen dat verdachte, anders dan zijn sigarettenpeuk, op dat moment iets anders voorhanden had, zoals, bijvoorbeeld, een brandversnellend middel. Ten slotte is naar aanleiding van de brand geen onderzoek verricht naar het ontstaan van de brand op grond waarvan een technisch mankement had kunnen worden uitgesloten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op basis van deze omstandigheden kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht aan de Mercedes-Benz personenauto. De rechtbank zal verdachte hiervan derhalve vrijspreken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [benadeelde 1] B.V. heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 28.882,70, bestaande materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 900,-. Dit bedrag bestaat uit € 750,- materiële schade en € 150,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd om de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, geen verweer gevoerd ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] B.V. en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering nu de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partijen kunnen de vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, zullen de benadeelde partijen in de kosten van de verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vorderingen. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart [benadeelde 1] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [benadeelde 1] B.V. in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- verklaart [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [benadeelde 2] in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.B. Snijders Blok, voorzitter, mrs. G.A. Bos en C.A.M. Straalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.S. Benschop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 7 januari 2017 te Driebergen-Rijsenburg, gemeente</para>
      <para>Utrechtse Heuvelrug, althans in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met</para>
      <para>een personenauto (Mercedes-Benz [kenteken] ), althans met een brandbare stof</para>
      <para>ten gevolge waarvan die personenauto en/of een andere personenauto (Daihatsu</para>
      <para>
        [kenteken] ) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is</para>
      <para>ontstaan,</para>
      <para>en daarvan gemeen gevaar voor zich in die buurt bevindende woningen en/of</para>
      <para>andere personenauto('s), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of</para>
      <para>levensgevaar voor bewoners van die woningen, in elk geval levensgevaar voor</para>
      <para>een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners</para>
      <para>van die woningen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een</para>
      <para>ander of anderen te duchten was;</para>
      <para>art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>