<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:6494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-10T11:44:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7321879 UC EXPL  18-12301 MG/28934</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:6494">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:6494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-10T11:31:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:6494 Rechtbank Midden-Nederland , 19-12-2018 / 7321879 UC EXPL  18-12301 MG/28934</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:6494:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident (843a Rv).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:6494:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 7321879 UC EXPL  18-12301 MG/28934</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 19 december 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] t.h.o.d.n. [naam]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [eiseres] ,</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partij in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.H. Kolenbrander,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FFC Franchise B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Vianen,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FFC Exploitatie B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Vianen,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FFC Vastgoed B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Vianen,</para>
      <para>gedaagden sub 1 t/m 3 gezamenlijk te noemen: FFC,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.E. van Zoest</para>
      <para>4a. de vennootschap onder firma</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 4a] V.O.F.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Alkmaar,</para>
      <para>4b. <emphasis role="bold">[gedaagde 4b] , vennoot 1 van gedaagde 4a</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Alkmaar,</para>
      <para>4c. <emphasis role="bold">[gedaagde 4c] , vennoot 2 van gedaagde 4a</emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagden sub 4a, 4b en 4c gezamenlijk te noemen [gedaagden 4a-c c.s.] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.J. van Velzen,</para>
      <para>gedaagde partijen in de hoofdzaak,</para>
      <para>verwerende partijen in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering ex artikel 208 jo. 843a Rv,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord van FFC</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagden 4a-c c.s.] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is de datum bepaald waarop het vonnis in het incident zal worden uitgesproken. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De motivering</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 18 december 2018 heeft mr. Kolenbrander namens [eiseres] een fax aan de kantonrechter gestuurd. Deze fax is niet meegenomen bij de beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt in de hoofdzaak dat zij heeft gedwaald bij het aangaan van de voor-, koop-, franchise- en onderhuurovereenkomst met FFC. Zij heeft van FFC een vestigingsplaatsonderzoek en omzetprognose gekregen (hierna: het rapport) die wezenlijke fouten bevat en niet realistisch is. Dit rapport is in opdracht van FFC opgesteld door [gedaagden 4a-c c.s.] . Naar later is gebleken heeft [gedaagden 4a-c c.s.] ook een tweede, gecorrigeerd, rapport aan FFC verstrekt, met een begeleidende brief. FFC heeft dit tweede rapport en de begeleidende brief echter nooit met [eiseres] gedeeld. Omdat beide partijen weigerden afschrift hiervan aan [eiseres] te verstrekken heeft zij het incident ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>FFC heeft gesteld dat het nooit haar bedoeling is geweest om dit tweede rapport achter te houden, maar dat het haar door een wisseling van medewerkers binnen FFC onduidelijk was om welk rapport dit ging. Nadat het boven water was heeft zij dit tweede rapport, samen met de begeleidende brief, op 6 december 2018 aan mr. Kolenbrander toegestuurd. Zij heeft verzocht om de incidentele vordering in te trekken, maar dat heeft mr. Kolenbrander geweigerd. [eiseres] moet daarom in de proceskosten van het incident worden veroordeeld, vindt FFC.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagden 4a-c c.s.] heeft gesteld dat zij [eiseres] heeft geattendeerd op het bestaan van het tweede rapport. Zij heeft dit rapport in opdracht van FFC opgesteld, daarom stond het haar niet vrij om dit rapport aan [eiseres] te verstrekken. [gedaagden 4a-c c.s.] vindt dat het gevorderde moet worden afgewezen en [eiseres] in de proceskosten moet worden veroordeeld omdat op [gedaagden 4a-c c.s.] geen enkele verplichting tot afgifte van het rapport rustte en omdat [eiseres] haar vordering had moeten intrekken toen zij het rapport alsnog ontving van FFC.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat het tweede rapport en de begeleidende brief inmiddels zijn verstrekt, heeft [eiseres] geen belang meer bij afgifte van deze stukken. Haar vordering zal om die reden worden afgewezen. Het stond [eiseres] vrij haar vordering niet in te trekken, nu zij immers proceskosten heeft gemaakt voor het door haar ingediende incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>FFC en [gedaagden 4a-c c.s.] zullen hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten die [eiseres] heeft moeten maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>FFC heeft de stukken immers pas verstrekt na het indienen van de incidentele vordering, terwijl [eiseres] daar al eerder om had verzocht maar de stukken desondanks niet ontving (terwijl zij daar wel recht op had). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Ook [gedaagden 4a-c c.s.] was verplicht tot afgifte van de stukken. Haar verweer dat op haar geen verplichting tot afgifte rustte, wordt verworpen. Een van de eisen voor toewijzing van een vordering ex artikel 843a Rv is dat degene die de vordering instelt, partij moet zijn in de rechtsbetrekking waar het document betrekking op heeft. In een brief van 22 mei 2018 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagden 4a-c c.s.] aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade als gevolg van het vermeende onrechtmatig handelen van [gedaagden 4a-c c.s.] jegens [eiseres] . Door die (vermeend) gepleegde onrechtmatige daad staat [gedaagden 4a-c c.s.] in een rechtsbetrekking jegens [eiseres] . Het tweede rapport heeft betrekking op die rechtsbetrekking. Omdat ook aan de overige vereisten voor afgifte was voldaan, had [gedaagden 4a-c c.s.] het tweede rapport moeten afgeven toen daarom door [eiseres] werd verzocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Nu in de hoofdzaak nog niet voor antwoord is geconcludeerd zal de zaak naar de rol worden verwezen voor conclusie van antwoord. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt FFC en [gedaagden 4a-c c.s.] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 16 januari 2019 voor conclusie van antwoord;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>