<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:5978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-05T13:21:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/660381-16 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:5978">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:5978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-05T13:13:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:5978 Rechtbank Midden-Nederland , 05-12-2018 / 16/660381-16 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:5978:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 25-jarige man die is veroordeeld voor internationale drugshandel en witwassen moet bijna 3 ton betalen aan de Staat. Met de drugshandel had de man een totale omzet van bijna 6 ton, de winst wordt van hem afgepakt.</para>
      <para />
      <para>In de periode januari 2014 tot en met november 2016 verkocht de man, onder andere vanuit een gehuurde woning in Eemnes, via zogenoemde Darknet Markets verdovende middelen en waste hij via bitcoin-wisselkantoren bitcoins die hij had ontvangen wit. Alleen al in 2016 heeft de man in een half jaar tijd meerdere kilo’s harddrugs verkocht en de drugs naar tenminste 48 landen over de hele wereld verzonden. In januari van dit jaar is hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar voor deze strafbare feiten. De rechtbank Midden-Nederland heeft nu bepaald dat de winst van hem wordt afgepakt.</para>
      <para />
      <para>Bij het bepalen van het terug te betalen bedrag heeft de rechtbank gekeken naar de omzet die de man gedraaid heeft. De omzet is vastgesteld op een bedrag van ongeveer 600.000,00 euro. Van dat bedrag zijn de inkoopkosten en de kosten voor verpakkingsmaterialen afgehaald waardoor er 300.000,00 euro overblijft die de man aan de Staat moet betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:5978:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/660381-16 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige strafkamer van 5 december 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de ontnemingszaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[veroordeelde]</emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren op [1993] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>	uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen te Veenhuizen.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de schriftelijke vordering van de officier van justitie van 21 november 2018, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het strafdossier onder parketnummer 16/660381-16, waaruit blijkt dat de veroordeelde bij vonnis van 24 januari 2018 van deze rechtbank - kort en feitelijk weergegeven - is veroordeeld ter zake van:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>o opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>o opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>o opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>o opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>o opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>o opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>o medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, met bijlagen, van 23 mei 2018 met documentcode PV-FIN-003, pagina 1 tot en met 11 in het onderzoek 032Wak/MD3R016140;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van bevindingen met nummer 181119.2045.PvB van 19 november 2018 in het hierboven genoemde onderzoek;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
      <para>21 november 2018, waarbij de officier van justitie en de raadsvrouw van de veroordeelde, mr. N. el Farougui, zijn gehoord. De veroordeelde is niet ter terechtzitting verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 303.838,74. </para>
        <para>Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd, naar aanleiding van het proces-verbaal van bevindingen met nummer 181119.2045.PvB van 19 november 2018. De ontnemingsvordering is daarbij bijgesteld naar € 297.432,83.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft gesteld dat de aanschafwaarde van de inbeslaggenomen en verbeurdverklaarde goederen, de vordering op de ING-rekening en het geldbedrag van € 260.000,- in mindering moeten worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel, zodat een eventuele ontneming nihil zou moeten zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank	</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vordering uit van de bewezen verklaarde strafbare feiten, te weten -kort gezegd- (internationale) handel in verdovende middelen en witwassen. Uit het onderzoek 032Wak is gebleken dat de handel in verdovende middelen heeft plaatsgevonden in de periode van 5 januari 2014 tot en met 14 november 2016.<footnote-ref linkend="_9472abf0-7702-4475-9f66-907ba89f58c5" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de periode van 5 januari 2014 tot en met 21 juli 2014 is de omzet ontleend aan de verkopen van verdovende middelen op de Darknet Markets Silkroad2 en Cloud9. Voor de periode van 25 maart 2015 tot en met 14 november 2016 wordt de omzet gelijkgesteld aan de bedragen afkomstig van bitcoin wisselkantoren die gedurende deze periode zijn ontvangen op de bankrekeningen die aan de veroordeelde en/of Stichting [stichting] toebehoren. Voor de tussenliggende periode kan de omzet door interpolatie berekend worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onder verwijzing naar het proces-verbaal van bevindingen<footnote-ref linkend="_38ba1a41-0eb5-4223-a42a-a3653934e755" />, komt de rechtbank tot de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para> <emphasis role="underline">Omzet:</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Periode				omzet</emphasis>
        </para>
        <para>Darknet Markets:</para>
      </parablock>
      <para>- Silkroad2			5-1-2014 t/m 9-7-2014		€  40.225,28</para>
      <para>- Cloud9			17-4-2014 t/m 21-7-2014	€    1.765,-</para>
      <para>						Totaal		€  41.990,28</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Interpolatie			22-7-2014 t/m 24-3-2014	€  52.221,41</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ontvangen van bitcoin-		</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wisselkantoren			25-3-2015 t/m 14-11-2016	€ 503.548,99</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Totale omzet			5-1-2014 t/m 14-11-2016	€ 597.760,68</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para> <emphasis role="underline">Kosten:</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>De inkoopkosten worden op grond van jurisprudentie geschat op 50% van de omzet. </para>
        <para>50% van € 597.760,68 is <emphasis role="bold">€ 298.880,34</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kosten van het verpakkingsmateriaal worden als volgt berekend:</para>
        <para>Darknet 					Aantal 				Omzet per</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Market		periode				verkopen	omzet totaal	transactie</emphasis>
        </para>
        <para>Silkroad2	5-1-2014 t/m 9-7-2014		1350		€ 40.225,28</para>
        <para>Cloud9		17-4-2014 t/m 21-7-2014	    43		€   1.765,-</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Alphabay	14-9-2016 t/m 17-10-2016	  116		€ 12.582,20                         </emphasis>
        </para>
        <para>Totaal						1509		€ 54.572,48	€ 36,16</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aantal transacties (totale omzet / omzet per transactie) = € 597.760,68 / € 36,16 = 16.531.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Kosten verpakkingsmateriaal (kostprijs / aantal zakken) = € 70,06 / 800 = € 0,09 per zak. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totale kosten verpakkingsmateriaal (prijs per zak x aantal transacties) = € 0,09 x 16.531 = </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">€ 1.487,79.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para> <emphasis role="underline">Wederrechtelijk verkregen voordeel:</emphasis></para>
      <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt als volgt berekend:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omzet					€ 597.760,68</para>
        <para>Inkoopkosten				€ 298.880,34 -/-</para>
        <para>Kosten verpakkingsmateriaal		<emphasis role="underline">€     1.487,79</emphasis> -/-</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Wederrechtelijk verkregen voordeel	€ 297.392,55</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op basis van de hiervoor gegeven berekening vast dat de veroordeelde in de periode van 5 januari 2014 tot en met 14 november 2016 een wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gehad van € 297.392,55.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verplichting tot betaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding de inbeslaggenomen en/of verbeurdverklaarde goederen en het geldbedrag in mindering op het wederrechtelijk verkregen voordeel te brengen. Het vonnis in de strafzaak is nog niet onherroepelijk. Veroordeelde is van dit vonnis in hoger beroep gegaan. In de executiefase kan rekening worden gehouden met de waarde van de hiervoor genoemde zaken zodra hierover een onherroepelijke beslissing is genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 297.392,55;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 297.392,55 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. van Lieshout, voorzitter, en mrs. E. Akkermans en M. Eversteijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 december 2018.</para>
      <para>Mr. Van Lieshout is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9472abf0-7702-4475-9f66-907ba89f58c5" label="1">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 181119.2045.PvB van 19 november 2018, pagina 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38ba1a41-0eb5-4223-a42a-a3653934e755" label="2">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 181119.2045.PvB van 19 november 2018. De rechtbank heeft in dit vonnis de getallen en berekeningen verbeterd die in het proces-verbaal onjuist waren weergegeven. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>