<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2018:5701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-18T14:22:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/440369 / HA ZA 17-478</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2018:5195" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Inachtneminghersteluitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2018:5195</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:5701">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2018:5701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-21T14:02:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2018:5701 Rechtbank Midden-Nederland , 07-11-2018 / C/16/440369 / HA ZA 17-478</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2018:5701:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>hestelvonnis. Kennelijke schrijffout in het vonnis van 10 oktober 2018</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2018:5701:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="06e45928-2d46-4fa1-8867-ce9601bc4cf8" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d71e0ea6-52ee-4e72-87c7-60266be2315c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/440369 / HA ZA 17-478</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 7 november 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. D. Becht te Dordrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis> ,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. A. Th. de Haan te Alblasserdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot herstel </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 12 oktober 2018 heeft mr. De Haan namens [gedaagde] de rechtbank erop gewezen dat in punt 4.10 van het vonnis is overwogen dat [eiseres] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld. Dit stemt niet overeen met het dictum waar onder punt 5.2 is bepaald dat [gedaagde] in de proceskosten zal worden veroordeeld. [gedaagde] verzoekt de rechtbank deze fout in het vonnis te herstellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. [eiseres] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 10 oktober 2018 sprake is van een kennelijke schrijffout die zicht leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat in 5.2 van het op 10 oktober 2018 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis de overweging:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 7.308,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Moet worden gewijzigd in:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 7.308,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze wijziging onder de vermelding van de datum 7 november 2018 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 10 oktober 2018,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 10 oktober 2018 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2018.<footnote-ref linkend="_36c3c857-3a6c-4db8-aefa-1853147181b0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_36c3c857-3a6c-4db8-aefa-1853147181b0" label="1">
    <para>type: SM/4183 </para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>